Breng mij naar het informatiepaneel!


Op 10 februari 1944 stond de volgende aanval van de Amerikaanse luchtmacht gepland. Met 169 B-17 Flying Fortresses werd koers gezet richting Braunschweig. De toestellen, waarvan uiteindelijk 143 het doel wisten te bereiken, werden beschermd door een totaal van 466 escortejagers (twee Fighter Groups P-38 Lightnings, één Fighter Group P-51 Mustangs en acht Fighter Groups P-47 Thunderbolts). De bommenwerpersformaties werden al vroegtijdig gedetecteerd boven de Engelse zuidoostkust, waardoor de Duitse luchtverdediging veel tijd had alles in gereedheid te brengen. In totaal waren 292 Duitse toestellen betrokken bij de luchtverdediging. Van de Amerikaanse toestellen zouden dertig toestellen (21%) niet terugkeren. Aan Duitse zijde was dit aantal 50 toestellen (17%), met 31 gesneuveld of vermist en twintig gewonde vliegers.

Als onderdeel van de Duitse luchtverdediging werden de Fw 190s van I. Gruppe, Jagdgeschwader 11 (I./JG 11) bevolen zich te verplaatsen van hun basis Husum naar Flugplatz Rheine. Dit had echter tot gevolg dat de toestellen niet in staat waren de binnenvliegende bommenwerpers te onderscheppen. Na op Flugplatz Rheine geland te zijn werden de toestellen bijgetankt en in gereedheid gebracht om de bommenwerpers op de terugweg te onderscheppen.

Een Fw 190A-7 van I./JG 11 wordt bijgetankt en voorzien van nieuwe munitie, maart 1944

Om 12:16 uur was het dan zo ver en stegen 25 Fw 190 jagers van de I. Gruppe op vanaf Flugplatz Rheine. Het duurde niet lang of de toestellen kwamen in Raum Lingen in contact met de bommenwerpers. Tot overmaat van ramp werd net in dit gebied de Amerikaanse escorte afgelost door een nieuwe groep escortejagers. Dit betekende dat de Fw 190s van I./JG 11 sterk in de minderheid waren, tegen twee keer zoveel Amerikaanse jagers als normaal. Wat volgde was een intens luchtgevecht. Het was pas tegen 12:50 uur dat de Duitse jagers door de laag van escortejagers konden breken om de bommenwerpers onder vuur te nemen.

Een aanzienlijk deel van de crashes op deze dag vonden plaats in het Nederlands-Duits grensgebied. Bij vier crashlocaties van vliegtuigen die op deze dag zijn neergestort heeft Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe een Lost Wings informatiepaneel geplaatst. Zie het kaartje voor de crashes:

Klik hier voor meer informatie!

Klik hier voor meer informatie!

Klik hier voor meer informatie!

Klik hier voor meer informatie!

Tegen die tijd had de I./JG 11 al zware verliezen geleden. Uiteindelijk verloor de eenheid deze dag acht Fw 190s, met vier gesneuvelde en twee gewonde piloten. Eén van deze piloten was Unteroffizier Martin Wilhelm Weipprecht, vliegende in Fw 190A-7 Wnr. 430690.

Voor meer informatie over Martin Weipprecht, klik op onderstaande uitvouwbare balk.

Martin Wilhelm Weipprecht werd geboren op 2 november 1920 als zoon van Ernst Weipprecht en Luise Rückle. Martin had vijf broers en zussen; Anne, Ruth, Otto, Elsbeth en Heide. Zijn één jaar oudere broer Ernst stierf op 2-jarige leeftijd in 1921. Het gezin woonde in Bönnigheim.

Martin was van beroep koopmansassistent.

Na in dienst te zijn gekomen bij de Luftwaffe kreeg Martin uiteindelijk identificatienummer ’68 455 / 333′.

Tijdens zijn medische keuring op 23 november 1939 omschrijft Hoofd Arts Dokter Huber de fysieke en mentale gesteldheid van Martin. Er worden geen pathologische bevindingen op het gebied van zijn interne organen en zenuwstelsel. Zijn oren, ogen en neus worden als normaal omschreven. De psychologische-karakteristieke beoordeling luidde als volgt: “Weipprecht is geschikt voor militaire dienst, geschikt als parachutist“.

Op 17 oktober 1943 trouwde Martin met Annemarie Irene Jentsch, uit Leipzig. Samen hadden ze één dochter: Karin. Zij werd drie weken, op 19 januari 1944, voor haar vaders dood geboren.

Op 10 februari 1944 werd Martin neergeschoten. Hij wist zijn toestel nog te verlaten, maar overleefde zijn sprong van te lage niet.

De ‘Todesanzeige’ van Martin, gepubliceerd in de lokale krant.
Bron: Kurt Sartorius

Het toestel gevlogen door Unteroffizier Martin Wilhelm Weipprecht viel vermoedelijk ten prooi aan één van de Amerikaanse escortejagers. Ooggetuigen op de grond verklaarden later “Er woedden al een hele tijd luchtgevechten boven ons, toen een Duits jachtvliegtuig werd neergeschoten. De piloot sprong op het laatste moment met zijn parachute uit het vliegtuig. Deze ging echter niet goed open. De Duitser viel met hoge snelheid naar de grond en was op slag dood. De parachutezak was open en de parachute lag er als een lange worst naast. 800 meter verderop stortte het jachtvliegtuig neer in het hoogveen.

Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Unteroffizier Martin Wilhelm Weipprecht.

Martin W. Weipprecht

Piloot

KIA

De piloot van Fw 190A-7 Wnr. 430690, Unteroffizier Martin Wilhelm Weipprecht, werd Heimatüberführt en op 19 februari 1944 om 13:00 uur begraven in zijn woonplaats Bönnigheim.

Rust in vrede.

Het familiegraf van de familie Weipprecht met rechtsonder de vermelding van Martin W. Weipprecht

Met dank aan Kurt Sartorius

Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!

Bronnen:

  • Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
  • Bundesarchiv B 578/Weipprecht, Martin
  • Kurt Sartorius
  • Einsatz in der Reichsverteidigung von 1939 bis 1945, Jagdgeschwader 1 und 11 (Teil 2) – Jochen Prien & Peter Rodeike
  • Day Fighters in the Defence of the Reich, a War Diary, 1942-45 – Donald Caldwell

Dit Lost Wings informatiepaneel is mogelijk gemaakt door de Eems Dollard Regio (EDR).

Andere partners in dit project waren: Erdöl-Erdgas-Museum Twist, Gemeinde Twist, Heimatverein Twist e.V., Heimatfreunde Emlichheim und Umgebung e.V., Historische Vereniging Nei-Schoonebeek, Interessen-Kameradschaft zur Aufklärung, Regelung und Untersuchung von Suchfällen (IKARUS), Samtgemeinde Emlichheim en Stichting Jonkgoód.

Leave Comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.