Breng mij naar het informatiepaneel!


Op 8 februari 1945 vertrokken zeven Hawker Tempest toestellen van RNZAF 486 Squadron voor een bewapende verkenningsvlucht in de omgeving tussen Leer en Verden. De toestellen stegen die dag al vroeg in de morgen om 08:20 uur op, maar keerden na twee uur terug door slechte weersomstandigheden. Om 16:20 uur stegen zij nogmaals op, ditmaal met zeven toestellen, vanaf RAF vliegbasis Volkel, welke reeds was heroverd van de Duitse Luftwaffe. De vlucht van de Tempests werd geleid door de Nieuw-Zeelandse Flight Lieutenant William Lister Miller, die in zijn Squadron bekend stond als ‘Dusty’.

Voor meer informatie over William L. Miller, klik op onderstaande uitvouwbare balk.

William Lister ‘Bill’ Miller werd geboren op 5 februari 1918 als zoon van Hugh St Leonard Miller en Sarah Jane Fagan te Waimate, Nieuw-Zeeland.

In juli 1940 meldde Bill zich aan bij de Royal New Zealand Air Force. Hier werd Bill toegelaten en kreeg hij identificatienummer 'NZ402208', waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot piloot.

Bill begon zijn opleiding bij No.1 Elementary Flying Training School (EFTS) te Taieri. Hier trainde hij in de Tiger Moth en voltooide zijn eerste solovlucht op 5 september 1940. Daarna volgde een uitzending naar RNZAF Station Wigram en de voltooiing van gevorderde training op de verouderde Fairey Gordon. Bill werd op 8 februari 1941 naar het Verenigd Koninkrijk gedetacheerd.

Met de Awatea in Auckland reisde hij via Suva naar Vancouver en dan per trein naar Debert in Nova Scotia. Het laatste deel van zijn reis was van Halifax naar Bristol op een Noorse fruitboot. Zijn eerste nacht was in de buurt van Londen en het was een nacht die hij nooit zou vergeten. 's Nachts overleefde hij een van de grootste bombardementen op Londen van de oorlog. Meer dan 711 ton bommen en 86.173 brandbommen werden uit 507 vliegtuigen gedropt.

Bill werd toen naar Heston gestuurd om zich bij een Operational Training Unit aan te sluiten, maar kreeg bij aankomst te horen dat die vol zat, dus werd hij overgeplaatst naar een andere eenheid en begon op 31 mei 1941 met het vliegen van de Hawker Hurricane. Na voltooiing van deze gevorderde vliegcursus ging Bill naar 132 Squadron op Peterhead en begon op 20 juli aan zijn conversie naar de Spitfire.

Op 29 augustus volgde nog een detachering naar 611 Squadron te RAF Hornchurch en op 27 september ondernam Bill zijn eerste operationele missie.

Hij bleef operationeel vliegen totdat hij op 24 februari 1942 werd uitgezonden naar 126 Squadron op Malta. Na vaccinaties en een tropenuitrusting zeilde hij van Glasgow naar Gibraltar waar hij zich bij HMS Eagle voegde. Op 21 maart vlogen hij en 15 andere Spitfire piloten hun toestellen van het vliegdekschip naar Luqa op het belegerde eiland Malta. Gedurende de volgende vier maanden vloog Bill veel vluchten en overleefde veelvuldige bombardementen. Hij beschadigde vijf Bf 109s en op een zekere dag vloog hij de enige operationele Spitfire van het eiland om aan een inkomende aanval te ontsnappen. Hij vertrok op zeeniveau en klom naar 25.000 voet toen hij eenmaal van het eiland weg was, maar werd toen het onderwerp van onderzoek van twee Bf 109s die de bommenwerpers escorteerden. Na in een wijde cirkel om hem heen te hebben gevlogen voelden ze zich duidelijk in de minderheid en vertrokken.

Bill verliet Malta op 23 juli 1942, eerst naar Gibraltar en toen naar Engeland. Bij aankomst ontdekte hij dat hij geelzucht had opgelopen en verbleef enige tijd in het ziekenhuis voordat hij terugkeerde naar No.55 Operational Training Unit, deze keer als instructeur.

Begin augustus 1943 werd Bill uitgezonden naar RAF Swinderby en kreeg de opdracht een Spitfire te besturen om RAF bommenwerperbemanningen te instrueren hoe 'niet neergeschoten te worden'. Terwijl hij daar was ontdekte hij bij toeval dat hij eigenlijk bij RNZAF 486 Squadron geplaatst had moeten worden, maar de commandant had de plaatsing weggegooid om hem daar te houden. Na wat geruzie met de bureaucratie kwam Bill begin oktober bij 486 Squadron op RAF Tangmere terecht, vliegend met de Hawker Typhoon.

Hij gebruikte de Typhoon in de grondaanvalsrol en vloog veel vluchten naar Frankrijk. Op één ervan werden hij en zijn bevelvoerder, die vrij laag vlogen, beiden geraakt door luchtafweer nabij Parijs. De vlammen strekten zich uit tot meer dan 100 meter achter de Typhoon maar toen Bill klom als voorbereiding om te springen, ontdekte hij dat de vlammen gedoofd waren. Hij bracht de beschadigde jager terug over het Kanaal en landde veilig op RAF Tangmere. Zijn logboek vermeldt "hit by flak - landed at Tangmere".

Begin 1944 schakelde het Squadron over op de Hawker Tempest en in juni begon het operaties tegen de V-1 vliegende bom vanuit Newchurch op de Romney Marsh. Opnieuw ontsnapte Bill ternauwernood aan zijn dood. Hij werd gedwongen uit zijn Tempest te springen nadat hij geraakt werd door eigen vuur terwijl hij een V-1 achtervolgde, maar hij kwam erachter dat hij vast zat, terwijl hij al half uit zijn cockpit hing. Hij slaagde er uiteindelijk in zich los te maken en zijn parachute ging net op tijd open. Zijn logboek vermeldt "Engine failed - bailed out near Horsmunden at 22.45 hrs". Tegen het einde van de V-1 campagne had Bill er 7 vernietigd:

  • 19 juni 1944; V-1, 7 mijl ten noorden van Bexhill, in Tempest JN811
  • 22 juni 1944; V-1, 10 mijl ten noorden van Hastings, in Tempest JN794
  • 23 juni 1944; V-1, ten noorden van Hastings, in Tempest JN808
  • 23 juni 1944; V-1, 7 tot 8 mijl ten noorden van Pevensey Bay, in Tempest JN808
  • 27 juni 1944; V-1, 10 mijl ten zuiden van Rye (in zee), in Tempest JN811
  • 27 juni 1944; V-1, 4 mijl ten zuiden van Paddock Wood, in Tempest JN811
  • 16 augustus 1944; V-1, ten noordwesten van Tonbridge, in Tempest JN803

Eind september verplaatste het Squadron zich naar het vasteland, aanvankelijk gestationeerd op RAF Grimbergen in België en daarna op RAF Volkel in Nederland. Bill Squadron gebruikte de Tempest in de grondaanval en gewapende verkenningsrol. Hier leden ze hoge verliezen door vijandelijke flak.

Op 8 februari 1945 wist Bill zijn toestel succesvol aan de grond te zetten. Met hulp van de ondergedoken Roelie Groenewold uit Sliedrecht wist hij zijn toestel te verlaten.

Via de familie Groenewold kwam Bill bij Harm Wind terecht. Hier verbleef hij voor één nacht waarna Bill over werd genomen door Jacob Bennink. Ook hier verbleef hij één nacht alvorens hij terecht kwam bij de familie Diemer in Musselkanaal. Zij hielden hem verborgen tot hij meer dan twee maanden later, op 11 april 1945 door de 1e Poolse pantserdivisie werd bevrijd.

Na de bevrijding en zijn aankomst in Engeland keerde Bill meteen terug naar Nederland om zijn helpers te zien. Hij arriveerde deze keer per jeep, gevuld met voorzieningen.

In januari 1949 trouwde Bill met Elizabeth Ellen Moorhouse in Invercargill, Nieuw-Zeeland.

Ook na de oorlog, namelijk in 1994, bracht Bill een bezoek aan Nederland. Hij ontmoette wederom de familie Diever en Roelie Groenewold. Ook vertelde hij zijn oorlogsverhalen op de basisschool in Musselkanaal alvorens hij nog eenmaal over 2e Exloërmond vloog, dit keer vanaf Eelde.

Bill Miller op Eelde voor zijn laatste vlucht over 2e Exloërmond

Bron: Noord Nederlands Fotopersburo

Bill kwam op 21 juni 2001 te overlijden. Hij liet zijn twee zoons en vrouw achter.

Eind september 1944 waren de Geallieerde legers zover opgetrokken in West-Europa dat het Squadron overgeplaatst werd naar Grimbergen (België) en vervolgens Volkel. Vanaf Volkel vlogen ze bewapende verkenningsvluchten en voerden ze grondaanvallen uit. Dit was dan ook wat de acht toestellen op 8 februari 1945 gingen doen, geleid door William L. Miller, vliegende in Tempest EJ750 SA-B

Zeven piloten van RNZAF 486 Squadron voor een Tempest in de winter met William Lister ‘Dusty’ Miller helemaal rechts

Bron: New Zealand Fighter Pilots Museum

Onderweg naar het toegewezen doelgebied spotte het verband Duits treinverkeer en even later scheepvaartverkeer in het Dortmund-Eemskanaal: perfecte doelwitten voor de Tempest. Onbekend is wat er precies gebeurde, maar tijdens het aanvallen van de doelwitten werd Tempest EJ750 SA-B geraakt door scherven, ofwel van de aangevallen doelwitten ofwel van Flak. Relevant om te noemen is dat zijn kameraden bij terugkomst de Flak als ‘licht maar geconcentreerd’ beschreven.

William L. Miller wist zijn Tempest over de Duits-Nederlandse grens te vliegen maar tegen die tijd vloog hij al te laag om met zijn parachute het toestel te kunnen verlaten. De enige optie was het maken van een noodlanding. William L. Miller wist om 17:10 uur zijn toestel behendig aan de besneeuwde grond te zetten in 2e Exloërmond. Ooggetuigen beschreven het toestel als “praktisch onbeschadigd op de grond gegleden”.

Tempest EJ750 SA-B

Het vervolg van het ooggetuigenverslag:

Wij waren aan het schaatsen. (…) Op een gegeven moment zagen mijn vrienden en ik een man in een groene overall met capuchon en met laarzen aan op de wal richting Nieuw-Weerdinge lopen. Wij groetten de man, maar vonden het vreemd dat de man iets onverstaanbaars mompelde en verder zijn weg vervolgde. Het was tegen schemertijd. Toen wij later hoorden dat er een vliegtuig was neergekomen, wisten wij het wel haast zeker, dat het een vliegenier was die wij gezien hadden. Deze vliegenier is niet gesnapt, maar wij hebben ook niet gehoord waar hij is gebleven.

Laten we de herinnering levendig houden aan wat Flight Lieutenant William Lister ‘Bill’ Miller (DFC) voor onze vrijheid deed.

William L. Miller

Piloot

EVD

William L. Miller, piloot van Tempest EJ750 SA-B, wist zijn toestel veilig aan de grond te zetten en wist onder te duiken tot hij op 11 april 1945 werd bevrijd.

Het plaatsen van het Lost Wings informatiepaneel is in samenwerking mogelijk gemaakt door de Historische Vereniging Carspel Oderen.

Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!

Leave Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.