
Breng mij naar het informatiepaneel!
Op 27 mei 1943 stegen 518 bommenwerpers op met als doel Essen. Zij werden ondersteund door 16 Mosquito’s die ‘Intruder’ missies vlogen. De bommenwerpers dropten tussen 00:44 en 01:38 uur hun bommen. Door de dichte bewolking en het gebrek aan maanlicht was de Duitse luchtverdediging deze nacht relatief licht. In totaal werden er 51 inzetten gevlogen, tussen 22:15 en 02:33 uur, waarvan 28 actief werden ingezet tegen de Engelse bommenwerpers. Het doelwit werd accuraat gemarkeerd door 11 Mosquito’s, uitgerust met het ‘Oboe’ radarsysteem, echter dropte veel bommenwerpers hun bommenlast ietwat te vroeg, waardoor de bommen voor het doel vielen. Desondanks raakte de Krupps fabrieken zwaar beschadigd. In totaal keerden 22 bommenwerpers deze nacht niet terug

De gevlogen route in de nacht van 27 op 28 mei 1943 naar Essen
Eén van deze toestellen was Halifax JB958 ZA-W van RAF 10 Squadron, opgestegen te RAF Melbourne om 23:06 uur. Dit toestel was onderdeel van de vierde of zesde aanvalsgolf, die respectievelijk tussen 01:00 en 01:04 uur en 01:10 en 01:14 uur hun bommenlast afwierpen boven het doel. Halifax JB958 ZA-W droeg hier aan bij met haar bommenlast van twee 1000lbs.-bommen met tijdsontsteking, zeven bomcontainer met 4lbs. en zes bomcontainers met 30lbs. brandbommen. Hierna kon de bemanning beginnen aan de terugweg.
Voor meer informatie over de bemanning van Halifax JB958 ZA-W, klik op onderstaande uitvouwbare balk.
Flying Officer George Rawlinson Jr.
George Rawlinson Jr. werd geboren op 3 oktober 1918 als zoon van George Rawlinson en Charlotte Murhpy te Liverpool, Engeland. George's vader werkte als boekhouder en later als kruidenier.
Na het afronden van zijn opleiding meldde George zich aan voor bij het Britse leger. Hier werd hij toegelaten, maar op 18 oktober 1939 maakte hij de overstap naar de Royal Air Force. Ook hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot piloot. George kreeg identificatienummer '658720'.
Op 28 juli 1941 werd George toebedeeld aan Aircrew Reception Receiving Centre (ACRC). Hier kreeg George zijn militaire opleiding, waarna hij op 16 augustus 1941 werd toebedeeld aan No.1 Initial Training Wing (ITW) waar hij daadwerkelijk leerde te vliegen. Voor zijn verdere opleiding tot piloot stapte George in januari 1942 op de boot naar Amerika.
Op 4 september 1942 werd George bevorderd tot Pilot Officer. Hij kreeg hiermee een officiersrang en een nieuw identificatienummer '128872'.
Na zijn opleiding in Amerika afgerond te hebben stapte George weer op de boot terug naar Engeland. Hier werd hij op 0 oktober 1942 toebedeeld aan No.12 Pilot Advanced Flying Unit ((p)AFU) waar George zijn opleiding tot piloot afrondde. Hierna werd George toebedeeld aan No.20 Operational Training Unit, waar hij vanaf 5 januari 1943 te vinden was.
Op 5 maart 1943 werd George bevorderd tot Flying Officer.
Op 10 april 1943 werd George toebedeeld aan No.1652 Conversion Unit. Bij No.1652 Conversion Unit werd de bemanning gevormd waar George operationeel mee zou gaan vliegen. Ook werden zij hier opgeleid tot bemanningslid van een viermotorige bommenwerper, in plaats van een tweemotorige bommenwerker. Vervolgens werd de bemanning op 16 mei 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
23 op 24 mei 1943; Dortmund, in Halifax JB958
25 op 26 mei 1943; Düsseldorf, in Halifax DT541
27 op 28 mei 1943; Essen, in Halifax JB958 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Sergeant William Kenneth Warren
William Kenneth Warren werd geboren op 29 april 1916 te Plymouth.
Na zijn opleiding voltooid te hebben ging William werken als apotheker in het ziekenhuis. Hij woonde op zichzelf, maar deelde de woning met weduwe Ellen E. Mayfield.
William meldde zich in juni 1941 aan voor bij de Royal Air Force. Op dit moment was hij woonachtig te Plymouth. William werd toegelaten en kreeg identificatienummer '1433350', waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot navigator.
Na zijn opleiding tot navigator afgerond te hebben werd William toebedeeld aan No.20 Operational Training Unit (OTU). Hier was hij gedurende de maand december 1942 te vinden. Vervolgens werd William toebedeeld aan No.1652 Conversion Unit. Bij No.1652 Conversion Unit werd de bemanning gevormd waar George operationeel mee zou gaan vliegen. Ook werden zij hier opgeleid tot bemanningslid van een viermotorige bommenwerper, in plaats van een tweemotorige bommenwerker. Vervolgens werd de bemanning op 16 mei 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
23 op 24 mei 1943; Dortmund, in Halifax JB958
25 op 26 mei 1943; Düsseldorf, in Halifax DT541
27 op 28 mei 1943; Essen, in Halifax JB958 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Tijdens zijn laatste missie wist William tijdig het toestel te verlaten. William kwam veilig op de grond, maar brak zijn rechter bovenarm. William werd al snel gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. In juni 1943 werd William overgebracht naar Stalag Luft XI. Hier was hij tot juli 1944 te vinden. In december 1943 maakte William een ontsnappingspoging. Samen met een aantal andere gevangenen groef William een tunnel. Tijdens hun ontsnapping werden ze ontdekt in de tunnel en weer gevangen genomen.

De krijgsgevangenekaart van William, opgemaakt door de Duitsers na zijn gevangenname
William was vanaf juli 1944 te vinden in Stalag Luft IV, waar hij tot februari 1945 zat. Als gevolg van het naderende Rode Leger werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen veelal ter voet verplaatst. Deze tochten duurde lang, zo ook voor William. Hij kwam uiteindelijk op 1 april 1945 aan bij Stalag XIb. Hier zat hij een week waarna het kamp werd bevrijdt.
Na zijn bevrijding keerde William terug naar Engeland. Hier trouwde hij in januari 1946 met Dorothy May Tamblin.
William kwam op 22 juli 1985 te overlijden.
Sergeant John Howarth
John Howarth werd geboren op 11 maart 1921 als zoon van John en Robina Howarth te Blackburn, Engeland. John had waarschijnlijk één zus (Lilian May Howarth).
Op 2 juni 1941 meldde John zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot boordwerktuigkundige. John kreeg identificatienummer '1479264'. John meldde zich bij No.7 Recruitment Centre, waarna hij op 19 augustus 1941 werd toebedeeld aan No.19 Operational Training Unit (OTU). Vervolgens werd John op 14 januari 1941 toebedeeld aan No.5 School of Technical Training (STT). Hier kreeg John zijn inhoudelijke opleiding tot boordwerktuigkundige. Hierna werd John voor een maand toebedeeld aan No.23 OTU, en vervolgens nog twee maanden aan No.12 OTU. Hierna werd John op 29 juli 1942 toebedeeld aan No.2 STT en No.4 STT.
Na zijn opleiding tot boordwerktuigkundige afgerond te hebben, kreeg John nog een korte opleiding tot boordschutter. Deze volgde hij bij No.1 Air Gunnery School, van 14 januari 1943 tot 27 maart 1943, wanneer hij werd toebedeeld aan No.1653 Conversion Unit. Bij No.1652 Conversion Unit werd de bemanning gevormd waar George operationeel mee zou gaan vliegen. Ook werden zij hier opgeleid tot bemanningslid van een viermotorige bommenwerper, in plaats van een tweemotorige bommenwerker. Vervolgens werd de bemanning op 16 mei 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
23 op 24 mei 1943; Dortmund, in Halifax JB958
25 op 26 mei 1943; Düsseldorf, in Halifax DT541
27 op 28 mei 1943; Essen, in Halifax JB958 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Sergeant Elfed Williams
Elfed Williams werd geboren op 22 juli 1912 als zoon van John Williams en Maria Hughes te Llanddeiniolen, Wales. Elfed was één van acht kinderen. In 1920 kwam Elfed's vader te overlijden, waardoor de kinderen alleen met hun moeder overbleven. Elfed's moeder trouwde in juli 1929 met William Jones.
Na zijn opleiding voltooid te hebben ging Elfed werken als mijnwerker. Ook zijn broers waren mijnwerker.
Op 30 oktober 1941 meldde Elfed zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot radiotelegrafist en boorschutter. Elfed kreeg identificatienummer '1125812'. Elfed volgde zijn opleiding onder andere bij No.20 Operational Training Unit (OTU). Vanaf hier werd Elfed toebedeeld aan No.1652 Conversion Unit. Bij No.1652 Conversion Unit werd de bemanning gevormd waar George operationeel mee zou gaan vliegen. Ook werden zij hier opgeleid tot bemanningslid van een viermotorige bommenwerper, in plaats van een tweemotorige bommenwerker. Vervolgens werd de bemanning op 16 mei 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
23 op 24 mei 1943; Dortmund, in Halifax JB958
25 op 26 mei 1943; Düsseldorf, in Halifax DT541
27 op 28 mei 1943; Essen, in Halifax JB958 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Tijdens zijn laatste missie wist Elfed tijdig het toestel te verlaten. Hij wist veilig de grond te bereiken maar werd al snel gevangen genomen. Elfed werd afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Hier werd Elfed verhoord, waarna hij overgebracht werd naar Stalag Luft XI, waar hij van 2 juni 1943 tot 20 juli 1944 te vinden was. Vervolgens werd Elfed overgebracht naar Stalag Luft 357 te Thorn, waar hij zich tot 10 augustus 1944 bevond.
Krantenknipsel over Elfed's gevangenname
Hierna werd Elfed overgeplaatst naar een ander deel van het kamp, wat zich te Fallingbostel bevond. Hier verbleef Elfed tot 16 april 1945 waarna hij bevrijdt werd.

De krijgsgevangenekaart van Elfed, opgemaakt door de Duitsers na zijn gevangenname
Na zijn bevrijding keerde Elfed terug naar Engeland. Hier kwam Elfed in juni 1978 te overlijden.
Sergeant Stanley Grieve Beattie
Stanley Grieve Beattie werd geboren op 14 mei 1922 als zoon van Walter Beattie en Mary Grieve te Edinburgh. Stanley had één zus.
Op 15 april 1941 meldde Stanley zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot bommenrichter. Stanley kreeg identificatienummer '1347709' en werd toebedeeld aan de reserve. Op 6 december 1941 werd Stanley toebedeeld aan No.9 Initial Training Wing. Hierna werd Stanley op de boot gezet naar Canada, waar hij de rest van zijn opleiding volgde. Stanley begon te Trenton, en werd vanaf hier toebedeeld aan No.6 Bombing & Gunnery School. Vervolgens werd Stanley op 27 september 1942 toebedeeld aan No.4 Air Observer School.
Op 30 november 1942 keerde Stanley terug op Britse grond en werd toebedeeld aan No.7 Personnel Reception Centre. Hier wachtte Stanley tot 29 december 1942, toen hij werd toebedeeld aan No.20 Operational Training Unit. Vanaf hier werd Stanley op 10 april 1943 toebedeeld aan No.1652 Conversion Unit. Bij No.1652 Conversion Unit werd de bemanning gevormd waar George operationeel mee zou gaan vliegen. Ook werden zij hier opgeleid tot bemanningslid van een viermotorige bommenwerper, in plaats van een tweemotorige bommenwerker. Vervolgens werd de bemanning op 16 mei 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
23 op 24 mei 1943; Dortmund, in Halifax JB958
25 op 26 mei 1943; Düsseldorf, in Halifax DT541
27 op 28 mei 1943; Essen, in Halifax JB958 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)

Krantenknipsel over het niet terugkeren van Stanley
Sergeant Edward Samuel Buck
Edward Samuel Buck werd geboren op 19 december 1922 als zoon van Frank Buck en Ann Louisa Atherton te Cardiff, Wales. Edward had één broertje (Trevor).
Na zijn opleiding afgerond te hebben ging Edward werken als nummeropnemer bij de spoorwegen.
Vlak na zijn 18e verjaardag, op 27 december 1940, meldde Edward zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot boordschutter. Edward kreeg identificatienummer '1313328'. Edward begon zijn opleiding op 14 februari 1941 bij No.19 Operational Training Unit (OTU), waarna hij op 10 april 1941 werd toebedeeld aan No.10 Signals Recruiting Centre. Vanaf hier werd Edward op 29 augustus 1941 toebedeeld aan No.3 Signals School. Hierna stapte Edward op de boot naar Canada, waar hij mogelijk een opleiding volgde bij No.16 opleidingseenheid van de Royal Canadian Artillery (RCA).
Uiteindelijk keerde Edward terug naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij werd toebedeeld aan No.14 Initial Training Wing, en vervolgens op 18 december 1942 aan No.2 Air Gunnery School. Op 9 februari 1943 werd Edward toebedeeld aan No.20 Operational Training Unit, gevolgd door zijn plaatsing bij No.1652 Conversion Unit op 10 april 1943. Bij No.1652 Conversion Unit werd de bemanning gevormd waar George operationeel mee zou gaan vliegen. Ook werden zij hier opgeleid tot bemanningslid van een viermotorige bommenwerper, in plaats van een tweemotorige bommenwerker. Vervolgens werd de bemanning op 16 mei 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
23 op 24 mei 1943; Dortmund, in Halifax JB958
25 op 26 mei 1943; Düsseldorf, in Halifax DT541
27 op 28 mei 1943; Essen, in Halifax JB958 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Sergeant Ernest Bernard Blackbarow
Ernest Bernard Blackbarow werd geboren op 2 februari 1921 als zoon van Bernard en Gladys Blackbarow te Bournemouth, Engeland. Ernest had waarschijnlijk één jongere zus (Mary).
Na zijn opleiding afgerond te hebben ging Ernest werken als klerk bij de lokale staalwerken.
Op 18 april 1941 meldde Ernest zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Ernest kreeg identificatienummer '1317476' en werd toebedeeld aan No.1 Recruitment Centre. Ernest werd initieel bestempel als Clerk General Duties. Op 11 juli 1941 werd Ernest toebedeeld aan RAF 915 Balloon Squadron. Vermoedelijk voerde hij hier geen operationele taak uit, maar diende hij hier dus als klerk.
Uiteindelijk in september 1942 veranderede Ernest van koers, en begon hij aan zijn opleiding tot boordschutter. Deze volgde hij bij No.4 Air Gunnery School, waar hij op 19 september 1942 begon. Vervolgens werd hij op 20 december 1942 toebedeeld aan No.20 Operational Training Unit (OTU), gevolgd door No1652 Conversion Unit op 10 april 1943. Bij No.1652 Conversion Unit werd de bemanning gevormd waar George operationeel mee zou gaan vliegen. Ook werden zij hier opgeleid tot bemanningslid van een viermotorige bommenwerper, in plaats van een tweemotorige bommenwerker. Vervolgens werd de bemanning op 16 mei 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
23 op 24 mei 1943; Dortmund, in Halifax JB958
25 op 26 mei 1943; Düsseldorf, in Halifax DT541
27 op 28 mei 1943; Essen, in Halifax JB958 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Boven Zuidoost-Drenthe werd Halifax JB958 ZA-W waargenomen in Raum 4C, waarna de Duitse Bf 110G-4 G9+CR nachtjager, gevlogen door Leutnant Werner Rapp van 7. Staffel, Nachtjagdgeschwader 1, naar het toestel toegeleid werd. Leutnant Werner Rapp loste rond 01:45 uur een salvo en Halifax JB958 ZA-W werd geraakt. Twee bemanningsleden – navigator Sergeant William Kenneth Warren en radiotelegrafist/boordschutter Sergeant Elfed Williams – wisten tijdig het toestel te verlaten. Niet veel later stortte het toestel al brandend neer bij Den Hool.
Leutnant Werper Rapp noteerde het neerschieten van een Halifax om 01:47 uur in coördinaten 6342, op een hoogte van 4500 meter. Dit was zijn zesde overwinning.

De claim van Leutnant Werner Rapp
Bron: Bundesarchiv RL_5_1452_0200
Onderluitenant en Groepscommandant van Marechaussee Gewest Groningen C. Wiersma noteerde de volgende morgen:
“Ter bevestiging van mijn telefonische medling aan den Commandant van het Marechaussee Gewest Groningen, d.d. 28 Mei 1943, moge ik U berichten, dat in den vroegen morgen van den 28 Mei 1943, te omstreeks 1.50 uur, te Den Hool, gemeente Sleen, een viermotorige Engelsche bommenwerper brandend is neergestort. Het vliegtuig, type ‘Halifax’ waarop op het linker zijroer de letters E E P en de cijfers 39591 en rechts E E P 45566 waren aangebracht, was bijna geheel uitgebrand.
Tusschen de enkele wrakstukken lagen vijf (5) gedeeltelijk verkoolde lijken van de bemanning, terwijl in de nabijheid twee (2) leden van de bemanning zijn gearresteerd en op transport gesteld door de aanwezige Duitsche militairen. Blijkbaar bestond de bemanning uit zeven (7) koppen.
Bij de wrakstukken van het vliegtuig werden geen brisantbommen aangetroffen. Ook in de naaste omgeving bleken geen bommen te zijn neergekomen. Het terrein wordt bewaakt door personeel dezer Groep, in vereeniging met Duitsche militairen.“
Aan Duitse kant werd het volgende gemeld: “am 28.5. 01.50 Uhr Abschuss 1 Halifax bei Den Hool, 35 km südostw. Assen, durch Nachtjäger; von Besatzung 5 Mann tot, 2 Mann gefangen.“

De verwoeste wrakdelen van Halifax JB958 ZA-W
De twee gevangengenomen bemanningsleden werden al snel afgevoerd. De overige vijf bemanningsleden kwamen bij de crash om het leven.
Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Flying Officer George Rawlinson Jr., Sergeant William Kenneth Warren, Sergeant John Howarth, Sergeant Elfed Williams, Sergeant Stanley Grieve Beattie, Sergeant Edward Samuel Buck en Sergeant Ernest Bernard Blackbarow.

George Rawlinson
Piloot
KIA

William K. Warren
Navigator
POW

John Howarth
Boordwerktuigkundige
KIA

Elfed Williams
Radiotelegrafist
POW

Stanley G. Beattie
Bommenrichter
KIA

Edward S. Buck
Rugkoepelschutter
KIA

Ernest B. Blackbarow
Staartschutter
KIA
De gesneuvelde bemanningsleden van Halifax JB958 ZA-W liggen begraven in de Commonwealth War Graves sectie van de Algemene Begraafplaats te Sleen.
Rust in vrede.





De graven van de bemanningsleden
Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!
Bronnen:
- Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
- Nachtjagd Combat Archives – Theo Boiten
- Nabestaande Elfed Williams

