
Breng mij naar het informatiepaneel!
Op zaterdag 13 november 1943 stuurde de Amerikaanse luchtmacht 272 B-17 Flying Fortresses en B-24 Liberators de lucht in voor een aanval op Bremen. Gehinderd door het slechte weer keerde de hele 1st Bomb Division vroegtijdig terug en bombardeerde het overgrote deel van de resterende bommenwerpers ’targets of opportunity’. Ook de jagerescorte, die bestond uit zeven Fighter Groups van het type P-47 Thunderbolt en één Fighter Group van het type P-38 Lightning, werd gehinderd door het weer. Enkel de P-38 Lightnings slaagde erin het doelgebied te bereiken waar het in een zwaar luchtgevecht terecht kwam waar het zich uit moest vechten. Als onderdeel van de Duitse luchtverdediging stegen de drie Gruppe van Jagdgeschwader 1 en 11, de I. en II. Gruppe van Jagdgeschwader 3, de I. Gruppe van Jagdgeschwader 26, de III. Gruppe van Jagdgeschwader 54, de II. en III. Gruppe van Zerstörergeschwader 26 en delen van Nachtjagdgeschwader 3, Erprobungskommando 25 en de Industrieschutzschwarm van de Focke Wulf Werke in Bremen op. Dit kwam neer op 355 missies.
Als onderdeel van de Duitse luchtverdediging waren de toestellen van II. Gruppe, Jagdgeschwader 11 om 10:46 uur opgestegen vanaf Vörden. De eenheid zat zich de dag ervoor met 28 Bf 109s hier naartoe verplaatst om sneller te kunnen reageren op nieuwe bombardementsvluchten. De toestellen van Jagdgeschwader 1 en 11, waaronder de 6. Staffel van Jagdgeschwader 11 welke werd geleid door Staffelkapitän Egon Falkensammer, kwamen rond 11:20 uur in contact met de Amerikaanse toestellen in het gebied van Quakenbrück. Vanaf hier raakten de toestellen verwikkeld in een naar het noordwesten ontwikkelend luchtgevecht met de Amerikaanse escortejagers. In dit luchtgevecht maakte de II. Gruppe aanspraak op het neerschieten van twee P-38 Lightnings terwijl zij zelf vier toestellen verloren met twee gewonde en één gesneuvelde piloot. De gesneuvelde piloot betrof Feldwebel Günter Range, die vloog in Bf 109G-5/U2 Wnr. 15344 ‘Gelbe 3’.
De Bf 109G-5 met drukcabine was vrijwel gelijk aan de Bf 109G-6. De U2 Umrüst-Bausatz was een in de fabriek aangebrachte modificatie, waarbij het GM-1 systeem werd aangebracht. Dit systeem injecteerde stikstofoxide in de motor wat de hoeveelheid zuurstof in het brandstofmengsel verhoogde, waardoor de prestaties op grote hoogte werden verbeterd.
Voor meer informatie over Günter Range, klik op onderstaande uitvouwbare balk.
Feldwebel Günter Range
Günter Range werd geboren op 11 mei 1920 als zoon van Emil Range in Lübeck. Na zijn opleiding afgerond te hebben ging Günter werken als automonteur, vermoedelijk bij de Reichsarbeitsdienst (RAD).
Al voor de oorlog meldde Günter zich aan voor bij de Luftwaffe. Op 17 juni 1938 moest hij voor zijn medische keuring naar Ueckermünde komen om onderzocht te worden door Dr. Tartter. Günter werd als geschikt bevonden.
Na het afronden van zijn vliegeropleiding werd hij toebedeeld aan 5. Staffel, Jagdgeschwader 54. Hier diende Günter als Unteroffizier en crashte hij op 17 november 1940 zijn Bf 109E-4 'Schwarze ?' nabij Oostende. Later werd Günter toebedeeld aan Jagdgruppe Süd en in begin 1943 aan 3. Staffel, Jagdgeschwader 1. Rond juni 1943 werd Günter vervolgens toebedeeld aan 6. Staffel, Jagdgeschwader 11 waar hij tot zijn dood vloog.
Günter behaalde in totaal vijf overwinningen, waarvan er twee bekend zijn:
4 maart 1943 (? uur): B-17 (eenheid: 3. Staffel, Jagdgeschwader 1)
13 juni 1943 (09:50 uur): B-17, Raum 95/4/6/6 op 1500 meter hoogte (eenheid: 6. Staffel, Jagdgeschwader 11)
Naarmate het luchtgevecht zich steeds westelijker begeeft en meebeweegt met de terugkerende bommenwerpers, vliegen een drietal Bf 109s van Jagdgeschwader 11. Vermoedelijk hadden zij een aangeschoten bommenwerper in het vizier, zoals beschreven wordt door de heer Gruppen:
“Op 13 november 1943 tegen de middag, zoals we dat toen noemden, kwam uit zuidoostelijke richting een Amerikaanse bommenwerper betrekkelijk laag aangevlogen. Er stonden verschillende mensen bij de brug van Balkbrug; onder hen waren ook jongeren. Het bekende gebrom van de motoren was niet te horen; vermoedelijk waren drie motoren uitgevallen en vloog het toestel nog op één motor. Iedereen zei: ”Die haalt Engeland nooit meer” en zo verdween het in noordwestelijke richting, naar onze mening steeds meer hoogte verliezend. Een jachtvliegtuig bleef steeds in de buurt van het grote vliegtuig. ”Kijk” zeiden we tegen elkaar ”Die Spitfire past op dat Vliegend Fort”. Als jongens van een jaar of tien-elf noemden we elke jager een Spitfire en elke bommenwerper een Vliegend Fort. Opeens zagen we de Engelse jager met een grote bocht terugkomen en steeds hoger probeerde te vliegen. Even later verschenen er drie Duitse jagers (betrekkelijk laagvliegend) uit zuidelijke richting. Het was maar even, of daar kwam de Spitfire met donderend geweld naar omlaag. De drie Duitse vliegtuigen gingen als een waaier uit elkaar en het vliegtuig, dat richting Zuidwolde vloog, werd als doelwit gekozen door de Engelse jager. Binnen de kortste tijd had hij de Duitse jager in brand geschoten en deze stortte brandend neer. De Messerschmitt, die richting Dalfsen vloog, heeft op zijn vlucht misschien iets te veel van zijn motor gevergd want, uit de machine kwamen zwarte rookwolken en hij heeft dan ook een noodlanding wegens motorstoring bij Dalfsen moeten maken. De derde is richting Hardenberg gevlucht; daar is verder niets van bekend. Toen het vliegtuig brandend naar beneden stortte, waren we het er direct over eens: ”daar gaan we naar toe”. Vooral om het plexiglas van de cockpit. Als je daar een stuk van kon bemachtigen was je koopman. Meteen zijn we op de fiets gesprongen en reden er zo hard mogelijk naar toe, richting Zuidwolde. De zwarte rookpluim wees ons de weg. Even voorbij boerderij ‘De Stenen Pijp’ zagen we het brandende vliegtuig liggen, links van de weg en een paar honderd meter het land in.“
Op 13 november 1943 stortte er nog meer toestellen neer, waarvan een aantal voorzien van een Lost Wings informatiepaneel van Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe. Zie het kaartje voor de andere crashes:
Klik hier voor meer informatie!

Klik hier voor meer informatie!

Klik hier voor meer informatie!

De ‘Engelse’ jager die waargenomen werd betreft hoogstwaarschijnlijk een P-47D gevlogen door Captain Norman Olson van 357th Fighter Squadron. Hij vloog rond 12:20 uur in de buurt van Zwolle om terugkerende bommenwerpers te escorteren:
“Ik leidde Yellow Flight, bestaande uit mijzelf, luitenant Burroughs, nr. 2, luitenant D. McNally, nr. 3 en luitenant Norman, nr. 4. We begeleidden bommenwerpers bij hun terugtrekking en bevonden ons boven en voor de bommenwerperformatie. Ik werd weggestuurd om twee vliegtuigen te onderzoeken wat uiteindelijk P-47’s bleken te zijn, dus keerde ik terug naar de laatste groep bommenwerpers.
Ik zag drie vijandelijke vliegtuigen onder de bommenwerpers in een race en daalde af om ze aan te vallen. Ik draaide binnen hun cirkel en naderde het laatste vijandelijke vliegtuig, terwijl de andere twee zich naar beneden splitsten. Ik leidde mijn schoten met 1/4 radius en opende het vuur op 150 tot 300 meter, met een salvo van 1 seconde, en zag treffers op de romp en de vleugelwortels. Ik naderde tot 20 tot 50 meter en gaf het vijandelijke vliegtuig nog drie salvo’s, waarbij ik treffers en één explosie zag. Ik brak toen weg omdat ik het vijandelijke vliegtuig door de rook niet meer kon zien. Ik zag het vijandelijke vliegtuig recht naar beneden gaan, neerstorten en exploderen. De aanval werd geopend op 15.000 voet en afgebroken op 8000 voet. Ik heb het vijandelijke vliegtuig duidelijk geïdentificeerd als een Me 109F. Het was geschilderd in een modderige kleur.“
De heer Grubben vervolgd zijn verhaal:
“We waren er ongeveer 10 minuten na de crash. Er liepen al aardig wat mensen rond, maar nog geen politie of Wehrmacht. We konden dus vrij rondscharrelen. Ik geloof dat het plexiglas niet veel geworden is, maar één ding is mij nog goed bijgebleven: Een eindje van het vliegtuig verwijderd zagen we de piloot liggen! Hij was gedeeltelijk verbrand en lag daar als het ware in een zithouding met de benen wat opgetrokken, half op zijn rechterzij en met de stuurknuppel in zijn beide handen. Hij vertoonde zo nu en dan nog wat stuiptrekkingen. ”Het liekt wel of ie nog niet dood is”, dacht Jaap hardop. ”Maar wat wi’j ook met zo’n half stuurtien, doar ku’j toch nooit met stuur’n”. Wij dachten dat het stuur, net als bij een auto, rond moest zijn. Dit klinkt natuurlijk erg luguber, maar als kind in de oorlog raakte je gauw aan dode mensen gewend, vooral als het Duitsers waren, onze bezetters. Daar had je geen medelijden mee.“
Uiteindelijk kwamen ook de plaatselijke instanties te plaatsen, in de vorm van Opperwachtmeester der Marechaussee Jacob Zwier:
“Ingevolge telefonische mededeling van den Heer Burgemeester der gemeente Zuidwolde, op 13 November 1943, dat in het gehucht Linde, gemeente Zuidwolde, een vliegtuig zou zijn neergestort, is ter plaatse door mij, Jacob Zwier, Opperwachtmeester, behorende tot opgemelde Groep, Post Kerkenbosch, onmiddellijk een onderzoek ingesteld,
Aldaar zag ik te Linde, gemeente Zuidwolde, op een perceel bouwland, overblijfselen van een vliegtuig, welke nog branden. Bedoelde overblijfselen bleken afkomstig te zijn van een ‘Messerschmitt’ jachttoestel, model 109. Uit verklaringen van omstanders bleek mij voorts dat bedoeld vliegtuig te ongeveer 12 uur 15 minuten, des middags op 13 November 1943, na een luchtgevecht aldaar was neergestort. Aangezien door niemand was waargenomen dat na het afschieten van bedoeld vliegtuig de bestuurder daarvan nog was afgesprongen, kan worden aangenomen dat deze met het toestel verbrand zal zijn. In verband met het reeds volledig verbrand zijn van alle belangrijke delen van het vliegtuig, alsmede het gevaar, veroorzaakt door het ontploffen van de in het toestel nog aanwezige munitie, kon omtrent den bestuurder echter geen volledige bevestiging van deze mening worden verkregen.
De Geneeskundige Dienst van den Luchtbeschermingsdienst uit het dorp Dedemsvaart, gemeente Avereeest, verscheen te plm. 1 uur nog terplaatse, doch kon onverrichterzake weer vertrekken.
Persoonlijke ongelukken deden zich overigens niet voor, terwijl evenmin materieele schade ontstond. De bewaking van de resten van het vliegtuig werd opgenomen door personeel van het Luftwaffenkommando der Wehrmacht gestationeerd te Dedemsvaart, gemeente Avereest. De voorgeschreven meldingen omtrent dit voorval zijn verricht.
Waarvan door mij op afgelegden ambsteed is opgemaakt dit proces-verbaal in duplo om door tusschenkomst van het Hoofd der Luchtbeschermingsdienst te Zuidwolde te worden gezonden aan de Rijksinspectie voor de Luchtbescherming te ‘s-Gravenhage.
Gesloten te Zuidwolde, 15 November 1943.“

Duitse melding over de crash
Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Feldwebel Günter Range.

Günter Range
Piloot
KIA
De piloot van Bf 109G-5/U2 Wnr. 15344, Günter Range, werd begraven op te Leeuwarden en werd na de oorlog gerepatrieerd naar Ysselsteyn.
Rust in vrede.

De graf van Günter Range te Ysselsteyn
Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!
Bronnen:
- Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
- Bundesarchiv B 578/Range, Günter
- Einsatz in der Reichsverteidigung von 1939 bis 1945, Jagdgeschwader 1 und 11 (Teil 1) – Jochen Prien & Peter Rodeike
- Day Fighters in the Defence of the Reich, a War Diary, 1942-45 – Donald Caldwell
- Avereester Kroniek, 21e Jaargang No 2, juni 2004 – Historische Vereniging Avereest
