Breng mij naar het informatiepaneel!


Op zaterdag 31 maart 1945 was het een wisselvallige dag met zo nu en dan een regenbui op vliegveld B.71 Coxyde (Koksijde) in België. Hier waren de mannen en de Mosquitos van RCAF 418 (City of Edmonton) Squadron te vinden. “Weer een maand voorbij en we zijn nog steeds op het vasteland. Oorlogsnieuws is optimistisch en al het personeel heeft het over ‘home sweet home’“, werd de maand alvast afgesloten. Desalniettemin stond er na drie nachten rust deze avond weer een missie gepland. Ditmaal zouden de Mosquitos een patrouille uitvoeren in het gebied tussen Zwolle en Osnabrück, waar ze alles wat ze tegen kwamen aan konden vallen.

Om even na 20:00 uur steeg de eerste van de twaalf Mosquitos op vanaf B.71 Coxyde, uitgerust met een tweetal bommen en de standaard boordwapens. Als achtste toestel steeg Mosquito PZ394 TH-C, gevlogen door Flight Lieutenant George Ketchan Graham en Flying Officer Richard Thomas Styles, om 21:09 uur op voor hun 13e missie en zette koers naar het noordoosten.

Drie Mosquitos van RCAF 418 (City of Edmonton) Squadron

Voor meer informatie over de bemanning van Mosquito PZ394 TH-C, klik op onderstaande uitvouwbare balk.

George Ketchan Graham Jr. werd geboren op 21 juni 1916 als zoon van George Ketchan Graham Sr. en Ellen Lenore Hamilton te Belleville, Canada. George had één broer (Robert) en één broertje (James).

George volgde zijn basisopleiding aan de Bellville Public School van 1922 tot 1929. Hierna volgde George zijn vervolgopleiding aan de Belleville Collegiate (1930-1931) en Ridley College (1931-1933). Hierna volgde George een opleiding aan Ontario Agricultural College van 1935 tot 1940, waar hij zijn Associate's diploma haalde. In de zomers werkte George als zuivelvoorman in het bedrijf van zijn vader. In zijn vrije tijd deed George graag aan fotografie, bridge en schaken. Daarnaast was George fan van rugby, golf, tennis, zijlen, basketbal, cricket, voetbal, skiën en baseball.

In 1930 meldde George zich aan als cadet. Hier werd hij toegelaten en diende als Pricate tot 1933 bij Belleville Collegiate Cadet Corps en Ridley College Cadet Corps. George was gedwongen hiermee te stoppen doordat hij van school wisselde. In 1940 keerde George terug Private tijdens zijn laatste jaar als leerling. Na het afronden van zijn opleiding kon George geen cadet meer zijn, en besloot hij om zich op 16 september 1940 aan te melden voor bij de Royal Canadian Air Force (RCAF). Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. George had in september 1939 al getracht bij de RCAF te komen, maar werd toen afgewezen.

George kreeg identificatienummer 'R67155' en begon zijn opleiding bij No.2 Initial Training Wing te Regina. Hier was hij van 15 oktober tot en met 15 november 1940 te vinden. Vervolgens werd George toebedeeld aan No.1 Elementary Flying Training School te Malton van 17 november 1940 tot 10 januari 1941. Hierna werd George toebedeeld aan No.2 Secondary Flying Training School te Uplands van januari 1941 tot maart 1941. Gedurende zijn tijd bij deze drie eenheden noteerde George in totaal zo'n 160 vlieguren. George werd omschreven als: "Goed gebouwd, atletisch type. Zeer scherp uiterlijk, netjes gekleed. Alert, scherp, intelligent, goede manieren en aangename persoonlijkheid".

Op 10 maart 1941 trouwde George met Helen Elizabeth Grant, te Belleville en op 22 februari 1942 verwelkomden zij hun eerste zoon. Op 29 juni 1944 beviel Helen van een tweeling, waardoor het gezin werd uitgebreid met twee dochters.

Op 18 maart 1941 werd George bevorderd tot Pilot Officer en kreeg hij een nieuw identificatienummer 'J4563'.

Twee foto's uit George's personeelsdossier, na het verkrijgen van zijn officiersrang

George werd op het pad gezet om instructeur te worden, en op 17 mei 1941 behaalde hij zijn opleiding tot vlieginstructeur. Niet veel later, op 30 mei 1941, begon George zijn dienst als instructeur bij No.1 Flying Instructor School. Hier was hij tot 17 juli 1942 te vinden, waarop hij werd toebedeeld aan No.2 Service Flying Training School. Hier was George tot 10 oktober 1942 te vinden, waarna hij overzees werd geplaatst.

Het certificaat van George voor het afronden van zijn instructeursopleiding

George werd omschreven als: “Een goede officier en zal een capabele instructeur zijn. Slim van uiterlijk en goed gedrag”, ”deze officier vervult bekwaam de taken van een vlieginstructeur. Zijn bekwaamheid en gedrag worden als bevredigend beschouwd en retentie aanbevolen” en ”een populaire officier met een innemende persoonlijkheid. Een capabele instructeur die de neiging heeft te gemakkelijk in de omgang te zijn. Verbetert snel met ervaring. Gedrag en manier van optreden zijn bovengemiddeld”.

Op 30 maart 1943 keerde George weer terug naar Canada en werd hij weer toebedeeld aan No.1 Flying Instructor School, tot 24 oktober 1943. George werkte als instructeur bij meerdere opleidingseenheden van verschillende gradaties. Op 1 juli 1944 werd George toebedeeld aan No. 8 Operational Training Unit (OTU), waar hij tot 11 september 1944 te vinden was.

George had op dit moment klaarblijkelijk genoeg gekregen van zijn baantje als instructeur, en had zich aangemeld om operationeel te vliegen. Dit blijkt uit zijn personeelsdossier: "Deze officier heeft gediend bij een CFS Visiting Flight en is een zeer capabele piloot. Hij heeft het afgelopen half jaar alle enthousiasme voor het lesgeven verloren, wat het onvermijdelijke nadelige effect had op zijn werk als instructeur. Hij is enthousiast over operationeel vliegen en zal zich daar met toewijding voor inzetten". Op dit moment had George al meer dan 2000 vlieguren verzameld.

Hierop stapte George op de boot richting het Verenigd Koninkrijk. Hier kwam hij op 23 september 1944 aan, waarna hij werd toebedeeld aan No.3 Personnel Reception Center. Vanaf hier werd George toebedeeld aan No. 6o OTU, waar hij werd opgeleid tot piloot voor een Mosquito-intruder Squadron.

Uiteindelijk werd George op 7 februari 1945 samen met zijn navigator Dick Styles toebedeeld aan RCAF 418 Squadron, waar zij de volgende dag aankwamen. Bij RCAF 418 Squadron vlogen zij de volgende missies:

  • 10 op 11 februari 1945; Patrouille (Zwolle-Osnabrück), in Mosquito PZ394 (tijdens deze missie voerde de bemanning een aanval uit op de spoorlijn Ruurlo-Zutphen en wierpen zij hun bommen af op weg- en spoorknooppunten)
  • 13 op 14 februari 1945; Patrouille (Zwolle-Osnabrück), in Mosquito RS604 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Halten)
  • 14 op 15 februari 1945; Patrouille (Münster-Osnabrück), in Mosquito RS604 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Coesfeld en werden vijf Duitse voertuigen onder vuur genomen)
  • 21 op 22 februari 1945; Patrouille (Zwolle-Osnabrück), in Mosquito HR195 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Horen en werden gebouwen en vijf Duitse schepen onder vuur genomen)
  • 23 op 24 februari 1945; Patrouille (Grevenbroich), in Mosquito HR195 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Grevenbroich)
  • 24 op 25 februari 1945; Patrouille (Viersen-Aldekerk), in Mosquito RS560 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Xanten)
  • 26 op 27 februari 1945; Patrouille (Geldern Area), in Mosquito PZ458 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Xanten)
  • 27 op 28 februari 1945; Patrouille (Aldekerk Area), in Mosquito NS991 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Aldekerk)
  • 18 op 19 maart 1945; Patrouille (Bremen-Münster-Stendal-Magdenburg), in Mosquito HR195 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Frankfurt0-Marburg)
  • 19 op 20 maart 1945; Patrouille (Bremen-Münster-Stendal-Magdenburg), in Mosquito HR195 (tijdens deze missie voerde de bemanning een aanval uit spoorknooppunten en vuurde op twee Duitse voertuigen. Het toestel week voor de landing uit naar Epinoy)
  • 23 op 24 maart 1945; Patrouille (Isselburg-Anholt), in Mosquito RS613 
  • 27 op 28 maart 1945; Patrouille (Osnabrück Area), in Mosquito PZ394 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Dulmen)
  • 31 maart op 1 april 1945; Patrouille (Zwolle-Osnabrück), in Mosquito PZ394 (tijdens deze missie keerde de bemanning niet terug)

Krantenknipsel over het sneuvelen van George, gepubliceerd in de The Kingston Whig-Standard op 1 juni 1945

Richard Thomas 'Dick' Styles werd geboren op 13 oktober 1920 als zoon van Thomas Henry Styles en Elsie Violet Cakebread te Ilford, Essex, Engeland. Dick's vader werkte als onderwijzer, maar was ook een Eerste Wereldoorlog veteraan. Dick's vader bevond zich van 20 mei 1915 tot 20 oktober 1915 aan het front in Frankrijk, waar hij diende bij de artillerie. In 1917 keerde Dick's vader terug naar Frankrijk (26 juni 1917 tot 27 november 1917) en ook zat hij enige tijd in Italië (28 november 1917 tot 29 maart 1918). Dick's vader werd uiteindelijk voor 30% afgekeurd in verband met doofheid als gevolg van zijn tijd aan het front. Voor zijn daden werd hij onderscheiden met de Military Medal.

Dick volgde zijn opleiding aan Ilford County High School van 1932 tot 1939. Dick wist zijn diploma te behalen voor natuurkunde, scheikunde en wiskunde. Hierna werd Dick toegelaten tot het National Physical Laboratory, waar hij tot mei 1942 bezighield met 'zaken van nationaal belang' en tevens studeerde voor een Bacherlors of Science graad.

Hierna meldde Dick zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten en kon hij beginnen aan zijn opleiding tot navigator. Na zijn basisopleiding in Engeland voltooid te hebben werd Dick verscheept naar Canada. Hier werd hij opgeleid tot een Mosquito-bemanningslid bij, vermoedelijk No.60 Operational Training Unit. 

Uiteindelijk werd Dick op 7 februari 1945 samen met zijn piloot George Graham toebedeeld aan RCAF 418 Squadron, waar zij de volgende dag aankwamen. Bij RCAF 418 Squadron vlogen zij de volgende missies:

  • 10 op 11 februari 1945; Patrouille (Zwolle-Osnabrück), in Mosquito PZ394 (tijdens deze missie voerde de bemanning een aanval uit op de spoorlijn Ruurlo-Zutphen en wierpen zij hun bommen af op weg- en spoorknooppunten)
  • 13 op 14 februari 1945; Patrouille (Zwolle-Osnabrück), in Mosquito RS604 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Halten)
  • 14 op 15 februari 1945; Patrouille (Münster-Osnabrück), in Mosquito RS604 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Coesfeld en werden vijf Duitse voertuigen onder vuur genomen)
  • 21 op 22 februari 1945; Patrouille (Zwolle-Osnabrück), in Mosquito HR195 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Horen en werden gebouwen en vijf Duitse schepen onder vuur genomen)
  • 23 op 24 februari 1945; Patrouille (Grevenbroich), in Mosquito HR195 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Grevenbroich)
  • 24 op 25 februari 1945; Patrouille (Viersen-Aldekerk), in Mosquito RS560 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Xanten)
  • 26 op 27 februari 1945; Patrouille (Geldern Area), in Mosquito PZ458 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Xanten)
  • 27 op 28 februari 1945; Patrouille (Aldekerk Area), in Mosquito NS991 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Aldekerk)
  • 18 op 19 maart 1945; Patrouille (Bremen-Münster-Stendal-Magdenburg), in Mosquito HR195 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Frankfurt0-Marburg)
  • 19 op 20 maart 1945; Patrouille (Bremen-Münster-Stendal-Magdenburg), in Mosquito HR195 (tijdens deze missie voerde de bemanning een aanval uit spoorknooppunten en vuurde op twee Duitse voertuigen. Het toestel week voor de landing uit naar Epinoy)
  • 23 op 24 maart 1945; Patrouille (Isselburg-Anholt), in Mosquito RS613 
  • 27 op 28 maart 1945; Patrouille (Osnabrück Area), in Mosquito PZ394 (tijdens deze missie voerde de bemanning een bombardementsvlucht uit op Dulmen)
  • 31 maart op 1 april 1945; Patrouille (Zwolle-Osnabrück), in Mosquito PZ394 (tijdens deze missie keerde de bemanning niet terug)

Na het opstijgen werd er geen radiocontact gemaakt om het verrassingseffect te behouden. Hierdoor is echter onbekend wat er gebeurde in de lucht met Mosquito PZ394 TH-C en haar bemanning. Hoogstwaarschijnlijk was het toestel op lage hoogte op zoek naar doelen in het doelgebied. Mogelijkerwijs heeft de bemanning hierbij gebruik gemaakt van de spoorlijn tussen Meppel en Hoogeveen. Ter hoogte van de spoorwegovergang bij Toldijk draaide het toestel weg van het spoor. Bij deze draai raakte het toestel met één van de vleugels hoogstwaarschijnlijk een boom. Door de hoge snelheid en de lage hoogte had de bemanning geen kans meer om het stuurloze toestel te verlaten. Binnen enkele seconden stortte het toestel neer, waarbij beide bemanningsleden om het leven kwamen.

Ter voldoening aan de inhoud van nevensvermeld schrijven deel ik U mede, dat in deze gemeente tijdens de bezettingsjaren één geallieerd vliegtuig, t.w. een jachtvliegtuig is neergestort. Het neerstorten had plaats in de avonduren van 31 maart 1945 te Toldijk in deze gemeente, nabij de spoorwegovergang aldaar. Het vliegtuig werd geheel vernield en de beide inzittenden werden gedood.

Volgens verklaringen van de met de afzetting van het terrein belaste manschappen van de Grüne Polizei betrof het hier Canadezen. Nadere, voor de identificatie der lijken van belang zijnde gegevens werden niet verstrekt.

De beide vliegers zijn ter plaatse begraven in het perceel bouwland, kadastraal bekend, gemeente Ruinen, Sectie E no.3399, gelegen langs de grote verkeersweg Assen-Beilen-Hoogeveen. De ingang van dit perceel bevindt zich ongeveer tegenover café Wams.

Het graf der piloten is gedolven op een afstand van plm. 150 M. van den verkeersweg recht achter de ingang van het perceel, een en ander zoals op bijgaande situatietekening is aangeduid.

Een proces-verbaal betreffende dit neerstorten is niet voorhanden.

Luidde het rapport opgetekend door de Burgemeester van Ruinen op 27 november 1945.

In de nacht van 31 maart 1945, toen ze heel laag langs de spoorlijn vlogen, leken ze in de problemen te zitten toen ze van de spoorlijn afdraaiden en over een weg vlogen, ze raakten een boomtop en in een paar ogenblikken doken ze recht de grond in. De Duitsers waren bijna meteen ter plaatse. Sommigen van ons werden gedwongen om een graf te graven voor de vliegeniers en toen dit klaar was, gooiden de Duitsers de lichamen in het graf. De Duitsers namen eerst de papieren en daarna ook de laarzen en sokken van de lichamen“.

Luidde het ooggetuigenverslag van een onbekend persoon in 1945 na de bevrijding.

Naast de vele brokstukken en de lichamen van de twee bemanningsleden werden ook de twee onontplofte bommen gevonden. Dit geeft aan dat de bemanning van Mosquito PZ394 TH-C nog op de heenweg was, en nog geen aanvallen heeft uitgevoerd.

Beide bemanningsleden kwamen om bij de crash en werden initieel begraven in een veldgraf. Na het einde van de oorlog werden zij uiteindelijk op 21 juni 1945 begraven op de Algemene Begraafplaats te Hollandscheveld.

Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Flight Lieutenant George Ketchan Graham Jr. en Flying Officer Richard Thomas ‘Dick’ Styles.

George K. Graham

Piloot

KIA

Richard T. Styles

Navigator

KIA

De bemanning van Mosquito PZ394 TH-C werd op 21 juni 1945 begraven op de Commonwealth War Graves sectie van de Algemene Begraafplaats te Hollandscheveld.

Rust in vrede.

De graven van de twee bemanningsleden

Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!

Bronnen:

  • Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
  • Gemeentearchief De Wolden
  • Hoogeveen en de Luchtoorlog – Albert Metselaar

Dit Lost Wings informatiepaneel is mogelijk gemaakt door financiële steun van Provincie Drenthe en het V-fonds.

Leave Comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.