
Breng mij naar het informatiepaneel!
In de nacht van 24 op 25 maart 1944 stegen 811 Britse toestellen op voor een bombardement op Berlijn. Deze aanval zou de laatste keer zijn dat Bomber Command ’the Big City’ bezocht in het kader van de Battle of Berlin. De Britse evaluatie begint meteen met “een uitzonderlijk sterke wind zorgde ervoor dat de Pathfinders het richtpunt voorbij schoten, waardoor het bombardement zich buiten de zuidelijke wijken ontwikkelde“. Deze nacht zou bekend komen te staan als ‘Night of the Strong Winds’, omdat dit de eerste keer was dat de Royal Air Force te maken had met de tot dan toe onbekende straalstromen. Volgens de evaluatie was dit ook de grootste boosdoener voor de maar liefst 72 toestellen die niet terugkeerden. Geredeneerd werd dat deze sterke wind de formatie uit elkaar dreef en daarmee boven zwaar verdedigde gebieden bracht waar de Duitse Flak gretig gebruik van maakte. Als afleiding voerden Mosquito’s afleidingsaanvallen uit op Kiel, Duisburg, Münster en verschillende Duitse vliegvelden. Ook werd er nog een afleidingsvlucht gevlogen boven Frankrijk, maar deze slaagde niet in zijn doel om Duitse nachtjagers weg te trekken van de hoofdformatie richting Berlijn.

Het bombardement geplot; te zien is dat het merendeel van de bommen ten zuidwesten van het doelgebied (aangegeven met de cirkels) werd gedropt
In de avonduren van 24 maart 1944 begonnen ook op RAF Downham Market de Rolls Royce Merlin motorren te draaien. In totaal zouden deze nacht veertien Lancasters van RAF 635 Squadron opstijgen om deel te nemen aan het bombardement op Berlijn. Voor het Squadron was dit pas de tweede operationele missie van de oorlog; RAF 635 Squadron bestond pas vanaf 20 maart 1944.
Eén van de toestellen die die nacht opsteeg was Lancaster ND704 F2-L, gevlogen door Pilot Officer Wilfred Still en zijn bemanning. Zij stegen die nacht om 18:40 uur op, voor hun tweede operationele missie als bemanning van RAF 635 Squadron. De bemanning (met uitzondering van navigator Sergeant John Lane Tillam, die inviel voor de vaste navigator Sgt R.C. ‘Nobby’ Clark) vloog echter al vanaf juli 1943 samen bij andere Squadrons en was daarmee één van de meest ervaren bemanningen binnen de nieuwe eenheid. Tijdens deze missie zouden ze hun bommenlast van 1x4000lbs. HC ‘Cookie’, 10x500lbs. MC en 1×4 rood/gele flares afwerpen boven Berlijn. Als Pathfinder zouden ze met hun flares het doel markeren voor de opvolgende ‘normale’ bommenwerpers.
Voor meer informatie over de bemanning van Lancaster ND704 F2-L, klik op onderstaande uitvouwbare balk
Pilot Officer Wilfred Still
Wilfred Still werd geboren op 1 maart (zoals gemeld in zijn personeelsdossier) of 5 juli (zoals elders te vinden is) 1923 als zoon van Wilfred Still en Jessie Ann Wardell te Brighton, Engeland. Wilfed had één oudere broer en één jongere broer.
Wilfred's oudere broer stierf in 1935, en ook zijn moeder stierf al vroeg in 1938. Hierdoor waren Wilfred en zijn broer genoodzaakt om meteen na school aan het werk te gaan. Na zijn opleiding werd Wilfred bouwvakker, net zoals zijn vader.
Op 24 februari 1941 meldde Wilfred zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten, waarna hij uiteindelijk in augustus 1941 werd opgeroepen zich te melden. Wilfred begon zijn opleiding bij No.8 Initial Training Wing, waar hij tot 23 augustus 1941 te vinden was. Wilfred werd aangeraden om opgeleid te worden tot piloot, en hiervoor werd hij naar Canada verscheept. Wilfred werd vanaf 27 januari 1942 op verschillende vliegvelden opgeleid tot piloot, waarna hij op 24 september 1942 weer terugkeerde in Engeland. Hier werd Wilfred op 30 januari 19433 toebedeeld aan No.3 (Pilot) Advanced Flying Unit om zijn kunsten als piloot te verbeteren.
Vervolgens werd Wilfred op 9 maart 1943 toebedeeld aan No.10 Operational Training Unit en op 4 mei 1943 aan No.1658 Conversion Unit, waar hij werd omgeschoold van tweemotorig naar viermotorige vliegtuigen. Hier werd de bemanning gevormd waar Wilfred de rest van de oorlog mee zou vliegen. Gezamenlijk werden zij op 6 juli 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vloog Wilfred eerst een aantal missies en trainingsvluchten als co-piloot, om ervaring op te doen voor hij zelf het bevel voerde:
25 op 26 juli 1943; Essen, in Halifax HR690 (tijdens deze missie vloog Wilfred mee als co-piloot)
Vervolgens mocht Wilfred als piloot met zijn bemanning op pad. Zij vlogen de volgende missies:
29 op 30 juli 1943; Hamburg, in Halifax JD272
2 op 3 augustus 1943; Hamburg, in Halifax JD272
9 op 10 augustus 1943; Mannheim, in Halifax JD120
10 op 11 augustus 1943; Nürnberg, in Halifax JD120
12 op 13 augustus 1943; Milaan, in Halifax JD120
17 op 18 augustus 1943; Peenemünde, in Halifax JD120 (dit was een bijzondere missie, met als doel de testlocatie voor de V-1 vliegende bommen. Tijdens deze missie werd de bemanning vergezeld door Sgt J.J. Rolfe die als co-piloot meevloog. Het feit dat de bemanning op dit moment al een co-piloot meenam en als Pathfinder Peenemünde mocht markeren laat zien dat zij op dit moment al een zeer kundig geheel vormden)
23 op 24 augustus 1943; Berlijn, in Halifax JD272
Op 29 augustus 1943 werd Wilfred toebedeeld aan RAF 35 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
22 op 23 september 1943; Hannover, in Halifax HR855
23 op 24 september 1943; Mannheim, in Halifax HR855
27 op 28 september 1943; Hannover, in Halifax HR855 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
39 op 30 september 1943; Bochum, in Halifax HR926 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
3 op 4 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR866
8 op 9 oktober 1943; Bremen, in Halifax HR916
22 op 23 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR877
Op 1 november 1943 werd Wilfred bevorderd tot officiersrang Pilot Officer.
17 op 18 november 1943; Mannheim, in Halifax HX168
18 op 19 november 1943; Mannheim, in Halifax HR877
25 op 26 november 1943; Frankfurt, in Halifax HR877 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door PO L.C. Lawless-Pyne)
20 op 21 december 1943; Frankfurt, in Halifax HR801 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
29 op 30 december 1943; Berlijn, in Halifax LW323 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door FLt M.G. Harris. Daarnaast werd de vaste boordschutter Pilot Officer Edward Oliver Deveson vervangen door Sgt. D.E.J. Stevens)
14 op 15 januari 1944; Special Doelwit (nabij Rouen), in Halifax HX317
20 op 21 januari 1944; Berlijn, in Halifax HR913 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
27 op 28 januari 1944; Heligoland, in Halifax HR847 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
28 op 29 januari 1944; Berlijn, in Halifax JF121 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
25 op 26 februari 1944; Augsburg, in Halifax LV616 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
Op 20 maart 1944 werd Wilfred met zijn bemanning overgeplaatst naar RAF 635 Squadron. Een derde deel van RAF 35 Squadron werd overgeheveld naar RAF 635, die precies die dag werd opgericht. 28 officieren en 48 NCO bemanningsleden vlogen in negen Lancasters naar hun nieuwe basis, RAF Downham Market. Zij werden achterna gereisd door 102 leden van het grondpersoneel, die zich via de weg verplaatsten. Bij RAF 635 Squadron vloog de bemanning de volgende missies:
22 op 23 maart 1944; Frankfurt, in Lancaster ND735 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam)
24 op 25 maart 1944; Berlijn, in Lancaster ND704 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam en keerde de bemanning niet terug)
Sergeant John Lane Tillam
John Lane Tillam werd geboren op 2 oktober 1922 als zoon van John Tillam en Annie Elizabeth Lane te Hereford, Engeland. John had één jongere broer (Gerald).
Op 12 september 1941 meldde John zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten en kreeg hij identificatienummer '1578559', waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot navigator. John werd uiteindelijk in maart 1942 opgeroepen, en werd op 11 april 1942 toebedeeld aan No.5 Initial Training Wing. Hierna werd John op 4 augustus 1942 toebedeeld aan No.18 Elementary Flying Training School, en op 5 december 1942 aan No.1 Empire Air Navigation School. Hierna vervolgde John zijn navigatoropleiding bij No.5 Air Observer School, waar hij op 16 februari 1943 begon.
Om zijn opleiding af te sluiten werd John op 8 juni 1943 toebedeeld aan No.10 Operational Training Unit en op 31 augustus 1943 aan No.1652 Conversion Unit. Hier werd de bemanning gevormd waar John zijn missies mee zou vliegen. Deze bestond uit Sgt Alan Michie Ross, Sgt John Lane Tillam, Sgt John Edwin Bloomer, Sgt John William Hoyle, Sgt Roy Douglas Hewlett, Sgt Douglas Tomlin en Sgt Peter Collinson Wilson. Bij No.1652 Conversion Unit werd John omgeschoold van een bemanningslid van een tweemotorige bommenwerper naar die van een viermotorige bommenwerper. Vervolgens werd John op 8 december 1943 toebedeeld aan RAF 35 Squadron, waar hij de volgende missies vloog:
14 op 15 januari 1944; Special Doelwit (nabij Rouen), in Halifax HR847
27 op 28 januari 1944; Heligoland, in Halifax JP125
15 op 16 februari 1944; Gardening, in Halifax HR913
24 op 25 februari 1944; Schweinfurt, in Halifax JP124
25 op 26 februari 1944; Augsburg, in Halifax HX168
1 op 2 maart 1944; Stuttgart, in Halifax LV863
15 op 16 maart 1944; Stuttgart, in Lancaster ND643
18 op 19 maart 1944; Frankfurt, in Lancaster ND696
Op 20 maart 1944 werd John met zijn bemanning overgeplaatst naar RAF 635 Squadron. Een derde deel van RAF 35 Squadron werd overgeheveld naar RAF 635, die precies die dag werd opgericht. 28 officieren en 48 NCO bemanningsleden vlogen in negen Lancasters naar hun nieuwe basis, RAF Downham Market. Zij werden achterna gereisd door 102 leden van het grondpersoneel, die zich via de weg verplaatsten. Om een onbekende reden werd John voor de eerste twee missies (waarvan de laatste de onfortuinlijke vlucht was die bij Hollandscheveld eindigde) opgesplitst van zijn vast bemanning. John vloog bij RAF 635 Squadron de volgende missies:
22 op 23 maart 1944; Frankfurt, in Lancaster ND735 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam. Verwonderlijk genoeg vloog de vaste bemanning van John ook tijdens deze missie. Het is onbekend waarom John niet met zijn eigen bemanning vloog, maar in plaats daarvan Wilfred Still vergezelde.)
24 op 25 maart 1944; Berlijn, in Lancaster ND704 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam en keerde de bemanning niet terug)
In de nacht van 24 op 25 april 1944 zou ook de vaste bemanning van John niet terugkeren van een missie. Zij stortten in Lancaster ND848 F2-B nabij Loon-op-Zand neer. Van de zeven bemanningsleden wist alleen piloot Flight Sergeant Alan Michie Ross de crash te overleven.
Sergeant Cyril Talby
Cyril Talby werd geboren op 10 mei 1922 als zoon van Arthur Talby en Ada Emily Collins te Pancras, Londen.
Op 21 april 1941 meldde Cyril zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot boordwerktuigkundige. Cyril kreeg identificatienummer '1388587'. Na zijn basisopleiding bij verschillende eenheden te hebben voltooid, werd Cyril op 8 augustus 1942 toebedeeld aan No.10 Air Gunner School, waar Cyril een opleiding tot boordschutter kreeg. Na zijn complete opleiding afgerond te hebben werd Cyril uiteindelijk op 5 juni 1943 toebedeeld aan No.1658 Conversion Unit, waar hij werd omgeschoold van tweemotorig naar viermotorige vliegtuigen. Hier werd de bemanning gevormd waar Cyril de rest van de oorlog mee zou vliegen. Gezamenlijk werden zij op 6 juli 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
29 op 30 juli 1943; Hamburg, in Halifax JD272
2 op 3 augustus 1943; Hamburg, in Halifax JD272
9 op 10 augustus 1943; Mannheim, in Halifax JD120
10 op 11 augustus 1943; Nürnberg, in Halifax JD120
12 op 13 augustus 1943; Milaan, in Halifax JD120
17 op 18 augustus 1943; Peenemünde, in Halifax JD120 (dit was een bijzondere missie, met als doel de testlocatie voor de V-1 vliegende bommen. Tijdens deze missie werd de bemanning vergezeld door Sgt J.J. Rolfe die als co-piloot meevloog. Het feit dat de bemanning op dit moment al een co-piloot meenam en als Pathfinder Peenemünde mocht markeren laat zien dat zij op dit moment al een zeer kundig geheel vormden)
23 op 24 augustus 1943; Berlijn, in Halifax JD272
Op 29 augustus 1943 werd Cyril en zijn bemanning toebedeeld aan RAF 35 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
22 op 23 september 1943; Hannover, in Halifax HR855
23 op 24 september 1943; Mannheim, in Halifax HR855
27 op 28 september 1943; Hannover, in Halifax HR855 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
39 op 30 september 1943; Bochum, in Halifax HR926 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
3 op 4 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR866
8 op 9 oktober 1943; Bremen, in Halifax HR916
22 op 23 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR877
17 op 18 november 1943; Mannheim, in Halifax HX168
18 op 19 november 1943; Mannheim, in Halifax HR877
25 op 26 november 1943; Frankfurt, in Halifax HR877 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door PO L.C. Lawless-Pyne)
20 op 21 december 1943; Frankfurt, in Halifax HR801 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
29 op 30 december 1943; Berlijn, in Halifax LW323 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door FLt M.G. Harris. Daarnaast werd de vaste boordschutter Pilot Officer Edward Oliver Deveson vervangen door Sgt. D.E.J. Stevens)
14 op 15 januari 1944; Special Doelwit (nabij Rouen), in Halifax HX317
20 op 21 januari 1944; Berlijn, in Halifax HR913 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
27 op 28 januari 1944; Heligoland, in Halifax HR847 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
28 op 29 januari 1944; Berlijn, in Halifax JF121 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
25 op 26 februari 1944; Augsburg, in Halifax LV616 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
Op 20 maart 1944 werd Cyril met zijn bemanning overgeplaatst naar RAF 635 Squadron. Een derde deel van RAF 35 Squadron werd overgeheveld naar RAF 635, die precies die dag werd opgericht. 28 officieren en 48 NCO bemanningsleden vlogen in negen Lancasters naar hun nieuwe basis, RAF Downham Market. Zij werden achterna gereisd door 102 leden van het grondpersoneel, die zich via de weg verplaatsten. Bij RAF 635 Squadron vloog de bemanning de volgende missies:
22 op 23 maart 1944; Frankfurt, in Lancaster ND735 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam)
24 op 25 maart 1944; Berlijn, in Lancaster ND704 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam en keerde de bemanning niet terug)
Sergeant William James ‘Bill’ Sander
William James ‘Bill’ Sander werd geboren op 23 september 1915 als zoon van Henry Arthur Sander en Ada Elizabeth Rannow te Fulham, Londen. Bill was het zesde van in totaal acht kinderen.
Na zijn opleiding voltooid te hebben ging Bill werken als chauffeur.
Op 10 oktober 1936 trouwde Bill met Rosina Rayer. Ondanks dat de twee één zoon, Roy, mochten verwelkomen hield dit huwelijk niet zo lang stand als gehoopt.
Op 5 december 1940 meldde Bill zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot radiotelegrafist. Bill kreeg identificatienummer '1382666'. Bill begon zijn opleiding bij No.3 Signals School, waar hij op 18 juli 1941 begon. Hierna werd Bill op 19 november 1941 toebedeeld aan het hoofdkwartier, waarna hij op 3 juni 1942 werd toebedeeld aan No.4 Signals School. Na zijn opleiding tot radiotelegrafist afgerond te hebben werd Bill op 22 januari 1943 toebedeeld aan No.8 Air Gunner School, waar hij werd opgeleid tot boordschutter.
Vervolgens werd Bill op 9 maart 1943 toebedeeld aan No.10 Operational Training Unit en op 31 mei 1943 aan No.1658 Conversion Unit, waar hij werd omgeschoold van tweemotorig naar viermotorige vliegtuigen. Hier werd de bemanning gevormd waar Bill de rest van de oorlog mee zou vliegen.
Op 29 mei 1943 trouwde Bill met Margaret Ruby 'Rita' Mason.

Bill en Rita, vermoedelijk naar hun trouwerij in 1943 (© Ian Sander)
Gezamenlijk werden Bill en zijn bemanning op 6 juli 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
29 op 30 juli 1943; Hamburg, in Halifax JD272
2 op 3 augustus 1943; Hamburg, in Halifax JD272
9 op 10 augustus 1943; Mannheim, in Halifax JD120
10 op 11 augustus 1943; Nürnberg, in Halifax JD120
12 op 13 augustus 1943; Milaan, in Halifax JD120
17 op 18 augustus 1943; Peenemünde, in Halifax JD120 (dit was een bijzondere missie, met als doel de testlocatie voor de V-1 vliegende bommen. Tijdens deze missie werd de bemanning vergezeld door Sgt J.J. Rolfe die als co-piloot meevloog. Het feit dat de bemanning op dit moment al een co-piloot meenam en als Pathfinder Peenemünde mocht markeren laat zien dat zij op dit moment al een zeer kundig geheel vormden)
23 op 24 augustus 1943; Berlijn, in Halifax JD272

Bill in zijn vliegersoverall (© Ian Sander)
Op 29 augustus 1943 werd Bill en zijn bemanning toebedeeld aan RAF 35 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
22 op 23 september 1943; Hannover, in Halifax HR855
23 op 24 september 1943; Mannheim, in Halifax HR855
27 op 28 september 1943; Hannover, in Halifax HR855 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
39 op 30 september 1943; Bochum, in Halifax HR926 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
3 op 4 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR866
8 op 9 oktober 1943; Bremen, in Halifax HR916
22 op 23 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR877
17 op 18 november 1943; Mannheim, in Halifax HX168
18 op 19 november 1943; Mannheim, in Halifax HR877
25 op 26 november 1943; Frankfurt, in Halifax HR877 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door PO L.C. Lawless-Pyne)
20 op 21 december 1943; Frankfurt, in Halifax HR801 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
29 op 30 december 1943; Berlijn, in Halifax LW323 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door FLt M.G. Harris. Daarnaast werd de vaste boordschutter Pilot Officer Edward Oliver Deveson vervangen door Sgt. D.E.J. Stevens)
14 op 15 januari 1944; Special Doelwit (nabij Rouen), in Halifax HX317
20 op 21 januari 1944; Berlijn, in Halifax HR913 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
27 op 28 januari 1944; Heligoland, in Halifax HR847 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
28 op 29 januari 1944; Berlijn, in Halifax JF121 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
25 op 26 februari 1944; Augsburg, in Halifax LV616 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
Op 20 maart 1944 werd Bill met zijn bemanning overgeplaatst naar RAF 635 Squadron. Een derde deel van RAF 35 Squadron werd overgeheveld naar RAF 635, die precies die dag werd opgericht. 28 officieren en 48 NCO bemanningsleden vlogen in negen Lancasters naar hun nieuwe basis, RAF Downham Market. Zij werden achterna gereisd door 102 leden van het grondpersoneel, die zich via de weg verplaatsten. Bij RAF 635 Squadron vloog de bemanning de volgende missies:
22 op 23 maart 1944; Frankfurt, in Lancaster ND735 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam)
24 op 25 maart 1944; Berlijn, in Lancaster ND704 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam en keerde de bemanning niet terug)

Krantenbericht geplaatst door Bill's vrouw Rita, op zijn verjaardag, ter nagedachtenis aan haar man en zijn bemanning, 23 september 1946
Flight Sergeant Alec Arthur Stanbridge
Alec Arthur Stanbridge werd geboren op 3 oktober 1921 als zoon van Alec Sidney Stanbridge en Emily May Rance te Haringey, Londen. Alec had één jongere broer (Jack).
Op 7 maart 1941 meldde Alec zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Alec kreeg identificatienummer '1386182'.
Alec werd aanbevolen om opgeleid te worden tot piloot, echter na zijn opleiding bij No.7 Initial Training Wing (12 juli 1941) en No.31 Elementary Flying Training School in Canada (13 maart 1942), werd Alec overgezet naar de bommenrichteropleiding.
Vervolgens werd Alec op 23 februari 1943 toebedeeld aan No.10 Operational Training Unit, en na een korte periode bij No.1652 Conversion Unit toebedeeld te zijn, werd Alec op 31 mei 1943 aan No.1658 Conversion Unit, waar hij werd omgeschoold van tweemotorig naar viermotorige vliegtuigen. Hier werd de bemanning gevormd waar Alec de rest van de oorlog mee zou vliegen. Gezamenlijk werden zij op 6 juli 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
29 op 30 juli 1943; Hamburg, in Halifax JD272
2 op 3 augustus 1943; Hamburg, in Halifax JD272
9 op 10 augustus 1943; Mannheim, in Halifax JD120
10 op 11 augustus 1943; Nürnberg, in Halifax JD120
12 op 13 augustus 1943; Milaan, in Halifax JD120
17 op 18 augustus 1943; Peenemünde, in Halifax JD120 (dit was een bijzondere missie, met als doel de testlocatie voor de V-1 vliegende bommen. Tijdens deze missie werd de bemanning vergezeld door Sgt J.J. Rolfe die als co-piloot meevloog. Het feit dat de bemanning op dit moment al een co-piloot meenam en als Pathfinder Peenemünde mocht markeren laat zien dat zij op dit moment al een zeer kundig geheel vormden)
23 op 24 augustus 1943; Berlijn, in Halifax JD272
Op 29 augustus 1943 werd Alec en zijn bemanning toebedeeld aan RAF 35 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
22 op 23 september 1943; Hannover, in Halifax HR855
23 op 24 september 1943; Mannheim, in Halifax HR855
27 op 28 september 1943; Hannover, in Halifax HR855 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
39 op 30 september 1943; Bochum, in Halifax HR926 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
3 op 4 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR866
8 op 9 oktober 1943; Bremen, in Halifax HR916
22 op 23 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR877
17 op 18 november 1943; Mannheim, in Halifax HX168
18 op 19 november 1943; Mannheim, in Halifax HR877
25 op 26 november 1943; Frankfurt, in Halifax HR877 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door PO L.C. Lawless-Pyne)
20 op 21 december 1943; Frankfurt, in Halifax HR801 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
29 op 30 december 1943; Berlijn, in Halifax LW323 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door FLt M.G. Harris. Daarnaast werd de vaste boordschutter Pilot Officer Edward Oliver Deveson vervangen door Sgt. D.E.J. Stevens)
14 op 15 januari 1944; Special Doelwit (nabij Rouen), in Halifax HX317
20 op 21 januari 1944; Berlijn, in Halifax HR913 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
27 op 28 januari 1944; Heligoland, in Halifax HR847 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
28 op 29 januari 1944; Berlijn, in Halifax JF121 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
25 op 26 februari 1944; Augsburg, in Halifax LV616 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
Op 20 maart 1944 werd Alec met zijn bemanning overgeplaatst naar RAF 635 Squadron. Een derde deel van RAF 35 Squadron werd overgeheveld naar RAF 635, die precies die dag werd opgericht. 28 officieren en 48 NCO bemanningsleden vlogen in negen Lancasters naar hun nieuwe basis, RAF Downham Market. Zij werden achterna gereisd door 102 leden van het grondpersoneel, die zich via de weg verplaatsten. Bij RAF 635 Squadron vloog de bemanning de volgende missies:
22 op 23 maart 1944; Frankfurt, in Lancaster ND735 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam)
24 op 25 maart 1944; Berlijn, in Lancaster ND704 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam en keerde de bemanning niet terug)
Warrant Officer Jack Norman Holmwood
Jack Norman Holmwood werd geboren op 18 februari 1917 als zoon van Charles Holmwood en Beatrice Annie Lockyer te Fulham, Londen. Jack had één jongere broer (Ronald).
Jack volgde zijn opleiding aan Isleworth County School, waarna hij ging werken als boekhoudkundig medewerker bij H.M.V Gramophone Co. Ltd., Hayes. Jack meldde zich ook aan voor bij de Special Constabulary, een part-time vrijwillige tak van de Britse politie. Bij het uitbreken van de oorlog werd Jack opgeroepen zich te melden voor het Britse leger. Jack was het hier echter niet mee eens en vroeg aan het West London Tribunal voor een uitzondering op basis van gewetensbezwaar. Jack verklaarde dat "hij had bezwaar tegen vechten omdat hij vond dat er andere methoden gebruikt moesten worden, zoals economische maatregelen. Hij had geen bezwaar tegen andere soorten werk". Hierop zei de rechter dat er vele andere mensen waren die een afkeer hadden tegen bepaalde dingen die ze moesten doen. Jack sloot zijn betoog af met "mijn gezond verstand leert me dat oorlog verkeerd is en dat doden een misdaad is". De uitspraak was dat Jack alleen niet-strijdende taken uit zou voeren.
Met dit inzicht, dat Jack hoe dan ook bij het leger moest, meldde hij zich vrijwillig aan voor bij de Royal Air Force. Dan had hij tenminste zelf te kiezen wat hij ging doen, en was hij na 25-30 missies klaar met zijn dienst. Jack werd toegelaten waarna hij kon beginnen met zijn opleiding tot boordschutter.
Ook Jack's broertje Ronald meldde zich aan voor bij de Royal Air Force. Ook hij werd toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot radiotelegrafist/boordschutter.
Op 11 juli 1942 trouwde Jack met Ena Lilian Hunt.

Krantenknipsel over het huwelijk van Jack en Ena in juli 1942
Jack werd uiteindelijk toebedeeld aan een Squadron dat werd ingezet in Noord-Afrika. Tijdens een missie boven Dakar werd Jack's toestel aangevallen door twee vijandelijke jachttoestellen. De bemanning wist één Duitse jager neer te schieten, en de ander vloog uiteindelijk weg. Dit echter pas nadat het toestel van Jack ook getroffen was. Het landingsgestel en de instrumenten in de cockpit waren weggeschoten, waarop de piloot een succesvolle noodlanding uitvoerde. Alle bemanningsleden overleefden de crash, maar werden al snel gevangen genomen. Jack en zijn bemanning brachten een aantal maanden door in gevangenschap van eenheden van Vichy-Frankfrijk, en werden bevrijdt tijdens de Amerikaanse landing in Algerije als onderdeel van Operation Torch in november 1942.
Na zijn bevrijding keerde Jack terug om zijn dienst te hervatten. Vermoedelijk keerde Jack terug naar Engeland, waar hij uiteindelijk werd toebedeeld aan No.10 Operational Training Unit en aan No.1658 Conversion Unit, waar hij werd omgeschoold van tweemotorig naar viermotorige vliegtuigen. Hier werd de bemanning gevormd waar Jack de rest van de oorlog mee zou vliegen. Gezamenlijk werden zij op 6 juli 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
29 op 30 juli 1943; Hamburg, in Halifax JD272
2 op 3 augustus 1943; Hamburg, in Halifax JD272
9 op 10 augustus 1943; Mannheim, in Halifax JD120
10 op 11 augustus 1943; Nürnberg, in Halifax JD120
12 op 13 augustus 1943; Milaan, in Halifax JD120
17 op 18 augustus 1943; Peenemünde, in Halifax JD120 (dit was een bijzondere missie, met als doel de testlocatie voor de V-1 vliegende bommen. Tijdens deze missie werd de bemanning vergezeld door Sgt J.J. Rolfe die als co-piloot meevloog. Het feit dat de bemanning op dit moment al een co-piloot meenam en als Pathfinder Peenemünde mocht markeren laat zien dat zij op dit moment al een zeer kundig geheel vormden)
23 op 24 augustus 1943; Berlijn, in Halifax JD272
Op 29 augustus 1943 werd Jack en zijn bemanning toebedeeld aan RAF 35 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
22 op 23 september 1943; Hannover, in Halifax HR855
23 op 24 september 1943; Mannheim, in Halifax HR855
27 op 28 september 1943; Hannover, in Halifax HR855 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
39 op 30 september 1943; Bochum, in Halifax HR926 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
3 op 4 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR866
8 op 9 oktober 1943; Bremen, in Halifax HR916
22 op 23 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR877
17 op 18 november 1943; Mannheim, in Halifax HX168
18 op 19 november 1943; Mannheim, in Halifax HR877
25 op 26 november 1943; Frankfurt, in Halifax HR877 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door PO L.C. Lawless-Pyne)
20 op 21 december 1943; Frankfurt, in Halifax HR801 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
29 op 30 december 1943; Berlijn, in Halifax LW323 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door FLt M.G. Harris. Daarnaast werd de vaste boordschutter Pilot Officer Edward Oliver Deveson vervangen door Sgt. D.E.J. Stevens)
14 op 15 januari 1944; Special Doelwit (nabij Rouen), in Halifax HX317
20 op 21 januari 1944; Berlijn, in Halifax HR913 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
27 op 28 januari 1944; Heligoland, in Halifax HR847 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
28 op 29 januari 1944; Berlijn, in Halifax JF121 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
25 op 26 februari 1944; Augsburg, in Halifax LV616 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
Op 20 maart 1944 werd Jack met zijn bemanning overgeplaatst naar RAF 635 Squadron. Een derde deel van RAF 35 Squadron werd overgeheveld naar RAF 635, die precies die dag werd opgericht. 28 officieren en 48 NCO bemanningsleden vlogen in negen Lancasters naar hun nieuwe basis, RAF Downham Market. Zij werden achterna gereisd door 102 leden van het grondpersoneel, die zich via de weg verplaatsten. Bij RAF 635 Squadron vloog de bemanning de volgende missies:
22 op 23 maart 1944; Frankfurt, in Lancaster ND735 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam)
24 op 25 maart 1944; Berlijn, in Lancaster ND704 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam en keerde de bemanning niet terug)
Tragisch genoeg kwam ook Jack's broer Ronald om het leven. Hij sneuvelde tijdens zijn opleiding bij No.30 Operational Training Unit toen Wellington BK347 tegen een heuvel aan vloog. Zes van de zeven bemanningsleden kwamen bij de crash om het leven.

Jack's broer, Ronald Charles Holmwood

Een bericht van Jack's en Ronald ouders en hun tante, ter nagedachtenis aan hun. Gepubliceerd in de lokale krant op 24 maart 1945
Pilot Officer Edward Oliver 'Ted' Deveson
Edward Oliver 'Ted' Deveson werd geboren op 16 oktober 1915 als zoon van Alfred James Deveson en Emily Gertrude Victoria Shepherdson te Buckingham Mill, Australië. Ted had één oudere broer (Robert), één jongere broer (Roy) en twee zusjes (Ena en Gwen).
Na zijn opleiding voltooid te hebben ging Ted werken als voorman bij Westralian Soaps en meldde hij zich aan voor bij de Royal Australian Naval Reserves (RANR). Hier voltooide hij zijn diensttijd van 3.5 jaar.
Op 23 april 1938 trouwde Ted met Eileen Jane Winstone. Samen kregen zij één dochter (Beverley Anne), die werd geboren op 27 september 1939.
Op 10 juli 1941 meldde Ted zich aan voor bij de Royal Australian Air Force reserves. Dit deed hij bij No.4 Recruiting Centre in Perth, Australië. Op 7 december 1941 meldde Ted zich vervolgens aan voor bij de Royal Australian Air Force (RAAF). Het is goed mogelijk dat Ted hiertoe werd bewogen door de Japanse aanval op Pearl Harbor, wat op deze dag plaatsvond. Bij zijn aanmelding liet Ted weten eenmaal veroordeeld te zijn, voor een verkeersovertreding.

Een ietwat slechte foto van Ted, uit zijn personeelsdossier
Ted werd toebedeeld aan No.1 Initial Training Wing, waar hij zijn opleiding startte. Vervolgens werd hij op 2 april 1942 toebedeeld aan No.1 Wireless Air Gunnery School, waar Ted werd opgeleid tot boordschutter. Op 2 december 1942 stapte Ted aan boord van het schip wat hem naar Engeland zou brengen, hier kwam hij op 13 januari 1943 aan. Na zijn ontvangst bij No.11 Personnel Despatch and Reception Centre werd Ted op 9 maar 1943 toebedeeld aan No.10 Operational Training Unit en op 31 mei 1943 aan No.1658 Conversion Unit, waar hij werd omgeschoold van tweemotorig naar viermotorige vliegtuigen. Hier werd de bemanning gevormd waar Ted de rest van de oorlog mee zou vliegen. Gezamenlijk werden zij op 6 juli 1943 toebedeeld aan RAF 10 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
29 op 30 juli 1943; Hamburg, in Halifax JD272
2 op 3 augustus 1943; Hamburg, in Halifax JD272
9 op 10 augustus 1943; Mannheim, in Halifax JD120
10 op 11 augustus 1943; Nürnberg, in Halifax JD120
12 op 13 augustus 1943; Milaan, in Halifax JD120
17 op 18 augustus 1943; Peenemünde, in Halifax JD120 (dit was een bijzondere missie, met als doel de testlocatie voor de V-1 vliegende bommen. Tijdens deze missie werd de bemanning vergezeld door Sgt J.J. Rolfe die als co-piloot meevloog. Het feit dat de bemanning op dit moment al een co-piloot meenam en als Pathfinder Peenemünde mocht markeren laat zien dat zij op dit moment al een zeer kundig geheel vormden)
23 op 24 augustus 1943; Berlijn, in Halifax JD272
Op 29 augustus 1943 werd Edward en zijn bemanning toebedeeld aan RAF 35 Squadron. Hier vlogen zij de volgende missies:
22 op 23 september 1943; Hannover, in Halifax HR855
23 op 24 september 1943; Mannheim, in Halifax HR855
27 op 28 september 1943; Hannover, in Halifax HR855 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
39 op 30 september 1943; Bochum, in Halifax HR926 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt V.M. Hanks)
3 op 4 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR866
8 op 9 oktober 1943; Bremen, in Halifax HR916
22 op 23 oktober 1943; Kassel, in Halifax HR877
17 op 18 november 1943; Mannheim, in Halifax HX168
18 op 19 november 1943; Mannheim, in Halifax HR877
25 op 26 november 1943; Frankfurt, in Halifax HR877 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door PO L.C. Lawless-Pyne)
20 op 21 december 1943; Frankfurt, in Halifax HR801 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
Op 27 december 1943 werd Ted bevorderd tot Pilot Officer, en werd daarmee een officier.
14 op 15 januari 1944; Special Doelwit (nabij Rouen), in Halifax HX317
20 op 21 januari 1944; Berlijn, in Halifax HR913 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt H.A. Millar)
27 op 28 januari 1944; Heligoland, in Halifax HR847 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
28 op 29 januari 1944; Berlijn, in Halifax JF121 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
25 op 26 februari 1944; Augsburg, in Halifax LV616 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sgt J.W.S. Burden)
Om onbekende redenen werd Ted op 1 maart 1944 opgenomen in het Station Sick Quarters (SSQ) van RAF Graveley. Hier werd hij uiteindelijk op 6 maart 1944 weer ontslagen.
Op 20 maart 1944 werd Ted met zijn bemanning overgeplaatst naar RAF 635 Squadron. Een derde deel van RAF 35 Squadron werd overgeheveld naar RAF 635, die precies die dag werd opgericht. 28 officieren en 48 NCO bemanningsleden vlogen in negen Lancasters naar hun nieuwe basis, RAF Downham Market. Zij werden achterna gereisd door 102 leden van het grondpersoneel, die zich via de weg verplaatsten. Bij RAF 635 Squadron vloog de bemanning de volgende missies:
22 op 23 maart 1944; Frankfurt, in Lancaster ND735 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam)
24 op 25 maart 1944; Berlijn, in Lancaster ND704 (tijdens deze missie werd de vaste navigator Sgt Clark vervangen door Sergeant John Lane Tillam en keerde de bemanning niet terug)
Ted werd op 27 juni 1944 postuum bevorderd tot Flying Officer.
In een brief aan de vrouw van Ted schreef Wing Commander Alan George Seymour Cousens DSO DFC, RAF 635 Squadron, het volgende: "Uw man heeft veel enthousiasme getoond bij de vorming van dit squadron en ik weet dat hij van onschatbare waarde is geweest voor mijn Gunnery Leader. De gezagvoerder van het vliegtuig, Pilot Officer Still, was een van mijn beste gezagvoerders en ik weet zeker dat hij in een crisis, als er iets gedaan kon worden, dat zou doen". Wing Commander Alan George Seymour Cousens DSO DFC zou zelf niet veel later, op 22 april 1944, sneuvelen toen Lancaster ND508 F2-P neerstortte.

De Still-bemanning, van links naar rechts boven: Jack Holmwood, Nobby Clark, Alec Stanbridge en Cyril Talby. Van links naar rechts onder: Ted Deveson, Wilfred Still en Bill Sander
Nadat Lancaster ND704 F2-L haar bommenlast boven Berlijn gedropt had, begonnen zij en haar zeven bemanningsleden aan de terugweg. Nabij de Nederlandse grens werd het toestel aangevallen door de Duitse nachtjagerpiloot Oberleutnant Friedrich Berger van 2. Staffel, Nachtjagdgeschwader 3. Hij claimt het toestel om 00:09 uur, in Raum FO 1-3 op een hoogte van 6000 meter neer te hebben geschoten. Het neerschieten van Lancaster ND704 F2-L werd ook geclaimd door Flak van 4./schw. Flak Abt. 428 die het toestel om 00:15 uur “bei Hoogeveen” claimen.
Na in brand geschoten te zijn, crashte Lancaster ND704 F2-L niet veel later te Hollandscheveld. De bemanningsleden waren niet in staat het toestel te verlaten en kwamen bij de crash om het leven. Het gebeuren werd ook waargenomen vanaf de grond:
“Hij kwam er aan vliegen, uit het oosten. Ik hoorde hem schieten. Het was denk ik twaalf uur of zowat in de nacht. De datum weet ik niet zo precies. Ik hoorde schieten en deed het raam los, stak het hoofd eruit, keek naar boven en zei tegen mijn broer: “Daar komt er een aan, die brandt”. Toen hadden ze net op hem geschoten. Ik hoorde nog een keer wat poffen. Maar ja, toen bleef ik staan kijken natuurlijk. Ik dacht: “O, wat is het wat”, want toen brandde het vliegtuig even erger. Toen hij tegenover mij was viel er een stuk. Een hoogteroer of zoiets, van een vleugel, viel eraf en dat brandde. Het viel een paar honderd meter onderuit. Het kwam net zo naar beneden alsof je een plat ding in het water gooit, dat heen en weer al zinkende naar de bodem gaat.
Het vliegtuig vloog rechtdoor naar het westen. Zo ineens ging hij, boven Hoogeveen zo’n beetje, rechts af, naar het noorden. Toen maakte hij een grote bocht en maakte ook dat vallende, loeiende geluid. Een soort luchtalarmgeluid zat erin. Hij begon te jagen door de lucht en ging onderuit, weer naar het oosten. Ik heb hem nagekeken en dacht: “o, o, o!” De vlammen werden sterker. Hij was nog niet aan de grond (…), toen barste hij uit elkaar. Hij heeft niet gecirkeld boven de plaats Hoogeveen. Brandend heeft hij een bocht gemaakt, is toen teruggevlogen en daar uit elkaar gebatst. Hij is onbestuurbaar geweest, of dat ze hem nog een beetje konden sturen, dat weet ik niet, dat is niet voor te stellen. In een flikkering kon ik wel zien dat het zo’n beetje bij het fietspad was.“
Aldus het ooggetuigenverslag van één ooggetuige na de oorlog. Een tweede ooggetuige verteld over zijn waarnemingen:
“Er kwam een grote, geweldige knal. Die had ik wel gehoord, maar ik was oververmoeid, want je moest overdag werken. Mijn moeder had het ook gehoord. Die kwam uit bed en riep van: “Kom eruit, want er is een bom gevallen!” Toen draaide ik mij om en zei: “Er valt weleens vaker een bom…” Ik was te moe en te slaperig. Ze zei: “Ja maar het is allemaal vuur!” Toen ik dat hoorde ben ik direct het bed uitgegaan. Het was bij ons huis één stuk licht. Als wij naar buiten keken was het één stuk licht, het stond volop in de brand. Het was zo verlicht dat we niet eens konden zien dat daar een vliegtuig lag. Mijn moeder wou naar buiten. We hadden wel eens gehoord van fosfor, waardoor je helemaal verbrandde. Ik zei: “Loop niet naar buiten moeder! Pas op die fosfor!” Het brandde zo, het was net of je het dicht bij huis had. Aan de ene kant van onze woning brandde het water. Of dat nu benzine was of zo… Toen mijn moeder de deur losdeed zei ze: “O, kinderen doe maar kalm aan, ik zie het al, daar ligt een vliegtuig”. “Allemaal de kleren pakken en in de slopen doen”, had ze daarvoor gezegd. Koffers had je toen nog niet. De kleintjes ware er ook allemaal al uit. Ze zei, toen we klaar waren om eruit te gaan, dat we wel kalm aan konden doen. Het was zo verlicht, je kon er niet doorheen kijken.
De Duitsers waren met een auto uit Hoogeveen gekomen. Bij Mans Meijer moesten ze lopend het fietspad langs, en toen de wijk op. Later kwamen de bewakers van het wrak. Die moesten ingekwartierd worden. Ook bij ons in huis moesten ze ingekwartierd worden. Mijn moeder zei: “Dat kan niet want dan moet je eens kijken hoeveel kinderen in heb”. Die Duitser zei dat het inderdaad niet kon. Toen zijn ze weggegaan. Ze zijn bij Hendrik Strijker en Jan Vos geweest, en ik geloof ook bij Lambert Marissen. Daar zijn ze ingekwartierd geweest, bij Strijker en Vos. Er stond altijd maar één bewaker bij het vliegtuig. Ze stonden ook niet constant dichtbij het vliegtuig. Ze liepen er ook wel bij weg en zo. Ze bleven ook wel eens bij ons voor het huis staan en dan maakten ze gewoon een praatje. Ik vond het verschrikkelijk erg toen die Engelsen daar lagen. Toen zei die ene bewaker nog tegen mij, ik vergeet het nooit weer: “Vandaag hun en morgen wij!” Het waren beslist geen echte Hitlers, die bewakers.
Een Duitser was met een stokje aan het peuteren in de smeulende resten. Toen ontdekte hij dat er nog lijken in lagen. Dat was ’s maandags ’s morgens. Toen de anderen al begraven waren vonden ze die twee nog. Ze zijn niet eerder ontdekt dan dat die anderen weg waren. Het waren jonge jongens, die Duitsers die op wacht stonden. Hij is er zelf misschien nog van geschrokken, want hij heeft bij ons nog gezegd dat ze ze gevonden hadden. Wij hebben geluk gehad. Het vliegtuig had net zo goed bij ons op het huis kunnen komen.“
Een derde ooggetuige gaat verder over hoe het er na de crash uitzag:
“We waren er bijna als eersten bij. Niet bij het toestel maar er om toe. We woonden op de Vijfde Krakeelse Wijk en toen dat ding daar uit elkaar gespat is vlogen we naar buiten. We hadden verder niet gezien, we hoorden de klap. Ik ben direct (…) gaan kijken, met de gedachte: “Misschien zijn er nog mensen uitgesprongen”, maar dat bleek niet het geval te zijn. Achteraf was dat ook wel te zien; als ze met zo’n geweld uit elkaar spatten komt er geen mens uit. Maar je weet nooit of er voor die tijd iemand gesprongen is. Toen zijn we dwarsover gegaan langs de lijn die het vliegtuig gevolgd was. Aan de Vijfde Wijk is er bij Otto Okken een stuk door het dak gekomen, een stuk van het vliegtuig. Verderop, bij Dörk Marissen, zijn ook stukken neergekomen. Eén lag daar dood bij toen wij daar kwamen. Die man was op de kop gestuiterd en was natuurlijk morsdood in één keer. Wij waren schuin over gegaan en de vliegmachine was in hoofdzaak bij Hendrik Strijker neergestort. Daar waren toen zo zachtjes aan de Duitsers al betrekkelijk snel, dacht ik (…).
Wat de stukken betreft, er lag nog een stuk van de vliegmachine bij ons achter het huis aan de wijk. Bij een bosje aan de Vijfde Wijk lagen parachutes met een rubberbootje eraan. Ik heb zo’n idee dat het hele zaakje uit elkaar gespat is. Van de romp was dacht ik nog wel wat heel. De ene motor was er afgeslagen, die lag bij Dörk Marissen. Een stuk vleugel lag bij ons in de wijk. Dat wijkje lag ongeveer in het verlengde van de Zesde Wijk. De Zesde Wijk loopt niet door. Ik dacht ongeveer dat dat het stuk was dat het verst weg lag, het verst naar het zuiden. Mijn ouders hebben later op de Oostwijk gewoond. Daar hadden ze een paar geiten. Ze zetten voor hen hooi op het stuk vleugel. Dat was makkelijk, dan had je het mooi van de grond staan. De vleugels waren van aluminium. Daar was gebrek aan. Er zijn daarom ook stukken van de vleugels gebruikt om broodblikken van te maken.“
Het neerstorten van Lancaster ND704 F2-L verliep niet zonder schade aan gebouwen en land. Het dak van het huis waar Otto Okken woonde raakte beschadigd door afgebroken wrakdelen, zo ook het huis van de heer L. Schelhaas. Eén van de motoren belandde op het land van Hendrik Strijker. Andere wrakdelen van het toestel veroorzaakten schade aan de landerijen van Hendrik Vos.
“Hierbij delen wij U mede, dat de schade door het neerstorten van een vliegtuig op 25 Maart jl. op de landerijen van Hendrik Strijker, 6e Krakeelsche wijk nr.13 door ons is geschat als volgt:
- Arbeidsloon voor terrein egaliseren en het opnieuw bezaaien of bepoten: f. 90.–
- Verlies aan zaaihaver: f. 8.–
- Verlies door verminderde opbrengst totaal: f. 60.–
- Diverse kleine herstelwerken: f. 17. —
- Totaal: f.175.–
Aan de terreinen van Hendrik Vos, 6e Krakeelsche wijk nr.11, werd door hetzelfde vliegtuig schade toegebracht, waarvan de vergoeding werd geschat op rond f. 60.- voor aanvoeren van zand, terreinegalisering en bezaaien.
Wij geven U in overweging deze taxaties door te geven aan de schade-enquête-commissie te Assen.
V.d. Directeur der Gem.Werken, H.Kombrink“

Eén van de vier Rolls Royce Merlin motoren van Lancaster ND704 F2-L
Door de harde impact en het branden werd het bergen van de stoffelijke overschotten van de bemanningsleden niet vergemakkelijkt. Op 2 april 1944 meldde de Duitse instanties het zesde lichaam, dat van Sergeant William James Sander bleek te zijn, te hebben geborgen. Eén dag later werd er gemeld dat er nog twee lichamen waren geborgen. Ditmaal werden deze geïdentificeerd als van Sergeant John Lane Tillam en Pilot Officer Wilfred Still. De melding wordt afgesloten met dat de hele bemanning nu compleet is. Interessant is om op te merken dat de Duitsers dachten de stoffelijke overschotten van acht bemanningsleden te hebben gevonden, terwijl er maar zeven aan boord waren.
Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Pilot Officer Wilfred Still, Sergeant John Lane Tillam, Sergeant Cyril Talby, Sergeant William James ‘Bill’ Sander, Flight Sergeant Alec Arthur Stanbridge, Warrant Officer Jack Norman Holmwood en Pilot Officer Edward Oliver Deveson.

Wilfred Still
Piloot
KIA

John L. Tillam
Navigator
KIA

Cyril Talby
Boordwerktuigkundige
KIA

William J. Sander
Radiotelegrafist
KIA

Alec A. Stanbridge
Bommenrichter
KIA

Jack N. Holmwood
Rugkoepelschutter
KIA

Edward O. Deveson
Staartschutter
KIA
De omgekomen bemanningsleden van Lancaster ND704 F2-L zijn begraven op de Commonwealth War Graves sectie van de Algemene Begraafplaats te Hollandscheveld.
Rust in vrede.

De graven van de bemanning
Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan
Bronnen:
- Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
- Nabestaanden William Sander
- Nachtjagd Combat Archives – Theo Boiten
- De dag dat water brandde – Albert Metselaar

Dit Lost Wings informatiepaneel is mogelijk gemaakt door financiële steun van Provincie Drenthe en het V-fonds.


