Breng mij naar het informatiepaneel!


In de nacht van 27 op 28 mei 1944 lanceerde de Royal Air Force maar liefst twaalf verschillende aanvallen. In totaal deden hier 1110 Britse toestellen aan mee, waarvan 27 niet terugkeerden. De hoofddoelwitten waren Bourg Leopold (331 toestellen) en Aken (170 toestellen), en doelen zoals Rennes vliegveld (83 toestellen), spoorwegknooppunt te Nantes (104 toestellen) en vijf kustbatterijen (270 toestellen verdeeld over de vijf doelen) werden bezocht door kleinere formaties Britse bommenwerpers. Mosquito’s bezochten Berlijn (23), Düsseldorf (6) en verschillende vliegvelden in Duitsland, Frankrijk, Nederland en België. Aan Britse zijde werden tien Duitse vliegtuigen geclaimd.

De verschillende routes en doelen van de Royal Air Force in de nacht van 27 op 28 mei 1944

De eerste reactie van de Duitse luchtverdediging kwam om 23:05 uur toen ongeveer 16 nachtjagers van IV. Gruppe, Nachtjagdgeschwader 3 (IV./NJG 3) bevel kregen op te stegen vanaf verschillende basissen in het ‘Westerland’. Deze toestellen werden om 23:27 uur richting vliegbasis Leeuwarden gestuurd om hier verdere instructies af te wachten. Niet veel eerder, om 23:21 uur waren ook de toestellen van III. Gruppe, Nachtjagdgeschwader 3 (III./NJG 3) opgestegen vanaf vliegbasis Stade. Om 23:39 uur werd het bevel gegeven dat alle toestellen van Nachtjagdgeschwader 3 (NJG 3) zich boven Leeuwarden moesten verzamelen. Op dit moment werd hun medegedeeld dat de Britse bommenwerpers zich nog bij Harwich bevonden.

Vervolgens, om 00:01 uur waren de Britse bommenwerpers ter hoogte van Ipswich gekomen en werd het bevel om boven Leeuwarden te verzamelen herhaald. Deze keer gold het ook voor de achttien toestellen en hun bemanningen van I. Gruppe, Nachtjagdgeschwader 3 (I./NJG 3) die op Vechta en (voor de 2. Staffel) Witmundhafen gestationeerd stonden. Eén van deze toestellen betrof Bf 110G-4 Wnr. 720258 met herkenningsteken D5+FK, gevlogen door Flugzeugführer (piloot) Unteroffizier Horst Kummer, Bordfunker (radiotelegrafist) Gefreiter Karl Maibach en Bordschütze (boordschutter) Obergefreiter Johannes Raschig.

Voor meer informatie over de bemanning van Bf 110G-4 Wnr. 720258, klik op onderstaande uitvouwbare balk.

Horst Otto Kummer werd geboren op 22 september 1921 als zoon van Otto Kummer in Dresden.

Horst meldde zich op een gegeven moment aan voor bij de Luftwaffe. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot piloot. Deze volgde Horst onder andere bij Flugzeugführer Schule C. 22 in Oels, waar hij op 7 juni 1943 begon. Na het afronden van zijn opleiding werd Horst toebedeeld aan Nachtjagdgeschwader 3.

Op 30 januari 1944 raakte Horst gewond aan zijn rechter onderbeen toen zijn Bf 110 neergeschoten werd bij Wagenfeld, Diepholz. Vlak voordat Horst werd neergeschoten wist hij zijn eerste en enige vijandelijk toestel neer te schieten. Rond 12:10 uur claimde Horst een onbekende B-17 Flying Fortress neergeschoten te hebben.

In de nacht van 27 op 28 mei 1944 raakte Horst voor de tweede keer gewond. Zijn overige twee bemanningsleden kwamen bij de crash om het leven. Horst keerde terug naar zijn eenheid waar hij herstelde van zijn verwondingen.

Op 11 augustus 1944 raakte Horst nogmaals gewond, ditmaal bij het schoonmaken van zijn wapen op Fliegerhorst Nordholz, nabij Cuxhaven. 

Horst wist de oorlog te overleven en woonde in Sollingen.

Karl Maxmilian Martin Maibach werd geboren op 20 juni 1923 als zoon van Clemens Maibach en een onbekende moeder te Kuchelna, Kreis Ratibor (tegenwoordig Chuchelná in Tsjechië). Karl had één broer of zus. Het gezin verhuisde later naar Oderberg, Ratibor (tegenwoordig Bohumín in Tsjechië).

Na zijn opleiding voltooid te hebben ging Karl werken als elektricien. Toen Karl zich aan het begin van de oorlog aanmeldde voor bij de Luftwaffe werd hij daarom al snel opgeleid als radiotelegrafist. Karl kreeg uiteindelijk identificatienummer '60941/75'.

Op 31 augustus 1942 onderging Karl zijn medische keuring bij LGPA Breslau. Hij werd hier geschikt bevonden om te vliegen, echter wel met de onderstreepte noot dat hij een "onveilig ruimtelijk zicht!" had. Hoe dan ook werd Karl als Funker toebedeeld aan 2. Staffel, Nachtjagdgeschwader 3.

Tijdens de laatste missie van Karl was hij niet in staat zich tijdig in veiligheid te brengen en kwam bij de crash om het leven.

De Gräberkarteikarte over het sneuvelen van Karl

Johannes Karl ‘Hans‘ Raschig werd geboren op 23 juni 1922 te Rötlitz, Chemnitz. 

Na zijn opleiding afgerond te hebben ging Hans werken als verver, en bij het uitbreken van de oorlog als soldaat. Niet veel later meldde Hans zich aan voor bij de Luftwaffe. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot boordschutter. Hij kreeg uiteindelijk identificatienummer '60941/78'.

Op 25 augustus 1943 onderging Hans zijn medische keuring door Dr. Netter in Hamburg. Hier werd het volgende genoteerd: "in goede algemene staat. Met een gemiddelde aanleg is algemene kennis erg schaars. R. is kalm en voldoende wendbaar voor gebruik als boordschutter. Gefr. R. is daarom geschikt voor gebruik als boordschutter en ongeschikt als parachutist vanwege zijn gebrek aan operationele gereedheid."

Tijdens de laatste missie van Hans was hij niet in staat zich tijdig in veiligheid te brengen en kwam bij de crash om het leven.

De Gräberkarteikarte over het sneuvelen van Hans

Op een gegeven moment werden een aantal toestellen van NJG 3 herpositioneerd boven Denenmarken. Voor het overgrote deel bleef het bevel ‘verzamelen en wachten boven Leeuwarden’ echter van kracht. Dit werd tot 00:59 uur meermaals herhaald. Langzaamaan werd duidelijk dat er weinig tot geen Britse toestellen zouden vliegen over Noord-Nederland. Hierop werden de Bf 110s van NJG 3 bevolen terug te keren naar hun basissen terwijl de Ju 88s, die langer konden vliegen, bevolen werden om boven Leeuwarden te blijven. Ook zij keerden uiteindelijk om 01:15 uur terug naar hun basissen.

Eén van de weinige Britse toestellen die wél over Noord-Nederland zou vliegen was Mosquito NF Mk.II DD622 HB-A van RAF 239 Squadron, gevlogen door piloot Squadron Leader Nevil Everard Reeves (DSO, DFC & Bar) en navigator Pilot Officer Arthur Alexander O’Leary (DFC & Bar, DFM).

Squadron Leader Nevil Everard Reeves en Pilot Officer Arthur Alexander O’Leary

Bron: Eigen Archief en Battle of Britain Monument

Deze Mosquito was een nachtjager variant, uitgerust met een Airborn Intercept (A.I.) en Serrate radar die speciaal gebouwd waren om de radargolven van de Duitse radars aan boord van de nachtjagers op te vangen. Mosquito DD622 HB-A was die nacht om 23:40 uur Engelse tijd opgestegen vanaf RAF West Raynham voor een ‘Serate Patrol’ in de buurt van Aken:

S/L Reeves en P/O O’Leary in DD622 passeerden de vijandelijke kust bij Egmond en werden onmiddellijk aangevallen en vastgehouden door drie zoeklichten, op hun beurt samen met een aanzienlijke hoeveelheid lichte flak, en konden alleen ontsnappen door de meest heftige uitwijkmanoeuvres uit te voeren. Kort daarna werd een zwak Serrate-contact waargenomen boven vliegveld Leeuwarden. Het doelwit was in een omloopbaan of patrouilleerde om het vliegveld. Dit contact ging verloren, maar later werd een A.I. contact opgepikt en tijdens de daaropvolgende achtervolging verscheen het Serrate-contact ook weer en voegde deze samen met het A.I. contact. Ook een tweede A.I. contact werd waargenomen. Aangenomen werd dat deze twee contacten een tweetal vijandelijke vliegtuigen vertegenwoordigden die samen een G.C.I. [Ground-Controlled Interception] oefening deden.

Na een achtervolging van 12 minuten werd een visueel contact verkregen en gemakkelijk herkend als Bf 110. Het vuur werd geopend op 120 yards afstand en na een salvo van drie seconden werd gezien dat het vijandelijk toestel aan beide kanten van de romp in brand stond. De vlammen verspreidden zich terwijl het toestel heen en weer rolde totdat het de grond raakte en explodeerde.

Ondertussen was het tweede contact van achteren genaderd tot 4000 feet. De Mosquito nam een bocht om erachter te komen, maar het contact werd verloren door interferentie.”

Het neerschieten van Bf 110G-4 Wnr. 720258 is opgenomen door de boordcamera van Mosquito NF Mk.II DD622 HB-A. Een kopie van deze video is in bezit van Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe, maar mag helaas van het Imperial War Museum niet gepubliceerd worden.

Het toestel wat in het vizier was gekomen van de bemanning van Mosquito NF Mk.II DD622 HB-A betrof hoogstwaarschijnlijk Bf 110G-4 Wnr. 720258. Het gebeuren werd ook op de grond waargenomen, onder anderen door Opperwachtmeester der Marechaussee Everhardus Bos, van Post Eext:

In den nacht van Zaterdag 27 Mei op Zondag den 28sten Mei negentien honderd en vier en veertig, te omstreeks 1 uur, heb ik Everhardus Bos, opperwachtmeester der marechaussee, tevens onbezoldigd rijksveldwachter, behorende tot bovenvermelde post van de groep Gieten, gezien, dat een vliegtuig welke zich op dat moment boven Eext bevond, brandend neerstortte.

Uit het door mij ingestelde onderzoek bleek, dat bedoeld vliegtuig was terecht gekomen in een perceel groenland in eigendom toebehorende aan den Heer Jan Schuring, landbouwer wonende te Eext, gemeente Anloo, ongeveer 3 K.M. noordwestelijk van Eext in de gemeente Anloo. Het totaal vernielde vliegtuig stond reeds onder bewaking van leden van de Duitsche Weermacht.

Later bleek dat het neergestorte toestel een Duitsche nachtjager was, waarvan een lid van de bemanning met zijn valscherm was afgesprongen, terwijl twee andere inzittenden werden gedood. Beide lijken zijn door een lijkwagen van de Duitsche Weermacht overgebracht naar het R.K. ziekenhuis te Groningen.

Ik verbalisant heb hiervan melding gemaakt aan den Heer Burgemeester van Anloo, aan het Hoofd van de Luchtbeschermingsdienst in de gemeente Anloo en aan de Groepscommandant der Marechaussee te Gieten.

Door het neergestorte vliegtuig is nog al enige schade aangericht aan meergenoemd perceel groenland. Doordat het toestel nog niet is verwijderd, kan deze schade niet nauwkeurig worden opgegeven.

Waarvan door mij op den eed bij den aanvang mijner bediening afgelegd is opgemaakt, dit proces verbaal, en overgegeven aan den Heer Burgemeester der gemeente Anloo.

Ook Hoofdwachtmeester der Marechaussee Geert Joling van Post Annen maakte een proces verbaal op:

Op den 28 Mei 1900 en vier en veertig, omstreeks 5 uur, werd mij; Geert Joling, hoofdwachtmeester der marechaussee; behorende tot opgemelde Groep en Post door den Commandant der Luchtbeschermingsdienst te Anloo telefonisch medegedeeld, dat er een Duitsch piloot (Onderofficier) is afgesprongen ter hoogte van ongeveer 7000 meter. Hij is geland op ongeveer een kilometer ten zuid westen van het dorp Annen, gemeente Anloo. Voornoemde Commandant, deelde mij mede, dat deze piloot licht gewond was en zich bevond in het Nachrichtenpost der Luftwaffe te Anloo. Door de Luftwaffe Eelde is de piloot per Rode Kruisauto overgebracht naar het Ziekenhuis te Groningen.

Hiervan opgemaakt dit proces-verbaal op den eed bij den aanvang mijner bediening afgelegd en overgegeven aan mijn Groepscommandant, zo mede aan den heer Burgemeester der gemeente Anloo.

Gesloten den acht en twintigsten Mei 1944

In de chaos van de aanval en daaropvolgend neerstorten van het toestel was piloot Unteroffizier Horst Kummer nog in staat het toestel per parachute te verlaten. Hij kwam waarschijnlijk met zijn parachute in het Rötbossie, te Anloo, terecht. De andere twee bemanningsleden slaagden hier niet in en kwamen bij de crash om het leven.

Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Unteroffizier Horst Otto Kummer, Gefreiter Karl Maxmilian Martin Maibach en Obergefreiter Johannes Karl ‘Hans‘ Raschig.

Horst O. Kummer

Piloot

WIA/RTB

Karl M.M. Maibach

Radiotelegrafist

KIA

Johannes K. Raschig

Boordschutter

KIA

De gesneuvelde bemanningsleden van Bf 110G-4 Wnr. 720258 werden op 2 juni 1944 begraven op het Esserveld te Groningen tijdens een ceremonie bijgewoond door het Marinepfarrämter (Marineparochie) van Dienststelle Groningen van het Duitse leger. De bemanningsleden werden na de oorlog gerepatrieerd naar Ysselsteyn.

Rust in vrede.

De graven van de twee gesneuvelde bemanningsleden te Ysselsteyn

Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!

Bronnen:

  • Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
  • Archief Historisch Anloo
  • Bundesarchiv B 578/Kummer, Horst, B 578/Maibach, Karl & B 578/Raschig, Johannes
  • Nachtjagd Combat Archives – Theo Boiten

Dit Lost Wings informatiepaneel is mogelijk gemaakt door financiële steun van Provincie Drenthe en het V-fonds.

Leave Comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.