
Breng mij naar het informatiepaneel!
Op 26 november 1943 lanceerde de Amerikaanse luchtmacht een aanval op Bremen. In totaal stegen er 505 Amerikaanse B-17 en B-24 bommenwerpers op, waarvan zo’n 430 daadwerkelijk het doel wisten te bereiken. Tegelijkertijd werd er een afleidingsaanval uitgevoerd op Parijs door 128 B-17 bommenwerpers. Beide formaties werden geëscorteerd door cumulatief 353 P-47 Thunderbolt en 28 P-38 Lightning jagers. Ondanks dat de formatie die richting Parijs vloog het doel niet bombardeerde, was deze missie toch een succes. Dit omdat de Duitse luchtverdediging in tweeën werd gesplitst, om beide formaties aan te kunnen vallen. Dit betekende dat de formatie die naar Bremen vloog een relatief kleine Duitse tegenstand kon verwachten. Desalniettemin keerden er van deze aanval 29 bommenwerpers en één P-47 Thunderbolt niet terug. Aan Duitse zijde gingen 26 toestellen verloren.
Eén van deze bommenwerpers die niet terugkeerde naar Engeland was B-17G 42-37787 ‘Two Bomb’. Dit toestel en haar tien bemanningsleden, die toebehoorden aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group, waren eerder die dag opgestegen vanaf RAF Kimbolton. De heenweg liep over de Noordzee, boven de Waddeneilanden langs om vervolgens ten hoogte van de Oost-Friese Waddeneilanden Bremen vanuit een noordwestelijke richting te naderen.

De gevlogen route op 26 november 1943
Bron: www.b24.net
Vlak voor het doel werd B-17G 42-37787 ‘Two Bomb’ zowel door Flak als door Duitse jagers onder vuur genomen, waardoor het genoodzaakt was de formatie te verlaten. Vijf bemanningsleden raakten gewond, en het toestel raakte zwaar beschadigd. Piloot Second Lieutenant Samuel Howard Bender deed alles wat hij kon om het toestel vliegende te houden en zo ver mogelijk door te vliegen terug naar Engeland. Toen het toestel de Nederlandse grens naderde zag de bemanning in dat ze Engeland niet gingen redden. Hierop gaf de piloot het bevel aan de bemanningsleden die hiertoe in staat waren het toestel per parachute te verlaten. De piloot zou met de gewonde en overige bemanningsleden nog aan boord een noodlanding proberen te maken.

De bemanning van B-17G 42-37787 ‘Two Bomb’. Staand, van links naar rechts: Constantino Principe, Francis Svehla, Harry Pattrin, Paul Hieatt, Lionel Smith en Harry Tate. Zittend, van links naar rechts: Samuel Bender, Arthur Schmidt, Howard Mullaney en James Newbold
Voor meer informatie over de bemanning van B-17G 42-37787 ‘Two Bomb’, klik op onderstaande uitvouwbare balk.
Second Lieutenant Samuel Howard 'Sam' Bender
Samuel Howard 'Sam' Bender werd op 12 augustus 1918 geboren als zoon van Norman Musser Bender en Anna Mae Seitz te West Hempfield, Pennsylvania. Sam was één van elf kinderen.
Sam volgde zijn opleiding aan East Hempfield High School, waar hij in 1935 zijn diploma haalde. Na zijn opleiding ging Sam werken als melkveehouder.
Op 16 mei 1942 trouwde Sam met Jane Mease in de Zion Lutheran Church te Landisville, Pennsylvania. Hierna ging het paar op een korte huwelijksreis. Samen kregen zij vier kinderen.
In juli 1941 meldde Sam zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. In april 1943 slaagde Sam voor zijn opleiding aan de Advanced Flying School te Altus, Oklahoma. Hij was hier reeds al bevorderd tot Lieutenant en kreeg identificatienummer 'O-679030'. Begin oktober 1943 werd Sam toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Sam met zijn bemanning meerdere missies tegen Duitsland. Sam vloog in totaal twee missies.
Tijdens de laatste missie van Sam wist hij het toestel veilig te landen. Hij werd hierna gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Sam naar een Stalag Luft I vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat.

Tekening en beschrijving gemaakt door een mede-gevangene van Sam
Na de bevrijding keerde Sam terug naar Amerika, waar hij kon genieten van een verlof van zestig dagen. Uiteindelijk verliet Sam het leger als Captain en ging hij weer terug naar zijn werk als melkveehouder. Later ging hij ook werken als machinist voor de Sauder Machine Shop, waar hij na 19 jaar in 1981 met pensioen ging.
Sam was een actief lid van de Church of God in Landisville, waar hij 66 jaar lang zondagsschool gaf. Sam was ook zaalwachter, raadslid, koorlid en hoofd van de zondagsschool. Zijn andere interesses waren tuinieren, kaarten, lezen en hij was een fervent Yankee honkbalfan.

Sam kwam op 21 april 2009 te overlijden in Lancaster, Pennsylvania.
Second Lieutenant Arthur Harold Schmidt
Arthur Harold Schmidt werd geboren op 23 januari 1921 als zoon van Fred Schmidt en Francis Yetter te Chicago, Illinois.
Op 15 april 1942 meldde Arthur zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Hier werd hij toegelaten en kreeg hij identificatienummer '16077923'. Arthur volgde zijn vooropleiding te Sikeston, Missouri en basisopleiding te Coffeyville, Kansas. Uiteindelijk werd Arthur in mei 1943 bevorderd tot Lieutenant en kreeg hij identificatienummer 'O-679948'.

Een foto van Arthur in het militaire jaarboek van klas 43-E, 1943
Niet veel later werd Arthur toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Arthur meerdere missies tegen Duitsland.
Tijdens de laatste missie van Arhur wist hij veilig de grond te bereiken. Hij werd hierna gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Arthur naar Stalag Luft I vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat.

Krantenknipsel over een zestal mannen uit Chicago die in Duits gevangenschap waren geraakt. Rechtsonder een foto van Arthur en midden boven een foto van Sergeant Constantino William 'Gus' Principe, de buikkoepelschutter.
Chicago Tribune, 5 februari 1944
Na de bevrijding keerde Arthur terug naar Amerika, waar hij kon genieten van een verlof van zestig dagen. Uiteindelijk verliet Arthur op 16 november 1945 het leger en ging hij weer werken in het civiele leven. Arthur was getrouwd met Adele Schmidt en samen kregen zij drie zoons.
Arthur kwam op 25 juli 1976 te overlijden.
Second Lieutenant James Calvert 'Jim' Newbold
James Calvert Newbold werd geboren op 30 september 1917 als zoon van William Elbert Newbold en Mary Mae Beeler te Louisville, Kentucky.
James volgde zijn opleiding aan Walnut Hills High School, waar hij zijn diploma haalde in 1935. Hierna studeerde hij bedrijfskunde aan de University of Cincinnati. Na zijn diploma gehaald te hebben ging James werken bij de vrouwenschoenenzaak 'Newbold's' van zijn vader.
In april 1942 meldde James zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Na zijn basisopleiding werd hij bevorderd tot Lieutenant en kreeg hij identificatienummer 'O-683853'. In juni 1943 behaalde James zijn navigator wings te Hondo, Texas.
Niet veel later werd James toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog James meerdere missies tegen Duitsland.
Tijdens de laatste missie van James wist hij veilig de grond te bereiken. Hij werd hierna gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Arthur naar Stalag Luft I vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat.

Krantenknipsel over de gevangenname van James in The Cincinnati Enquirer van zondag 16 januari 1944
Na de bevrijding keerde James terug naar Amerika, waar hij kon genieten van een verlof van zestig dagen. James verliet het leger als Second Lieutenant en was onderscheiden met een Purple Hart.
Op 12 april 1948 trouwde James met Rita Fallot. Samen kregen zij vier dochters en één zoon. James bleef werken bij 'Newbold's', wat tegen die tijd verkocht was aan de L. Miller Company. Hier bleef hij werken als manager, tot de zaak zijn deuren sloot in 1975. James vond een nieuwe baan bij Gidding-Jenny in de schoenenafdeling. Later was hij ook nog manager van de schoenenafdeling van Panache tot hij in 1986 met pensioen ging.
Na zijn pensioen werkte James één dag per week als vrijwilliger bij het Rode Kruis. "I really admired the deep commitment the Red Cross volunteers showed, and I decided then that some day I would join the Red Cross in serving needing people" herinnerde James zich aan zijn tijd als krijgsgevangene.
James kwam op 2 maart 2000 te overlijden aan hartfalen in het ziekenhuis. Hij doneerde zijn lichaam aan de University of Cincinnati College of Medicine.

Second Lieutenant Howard Nicholas Mullaney
Howard Nicholas Mullaney werd geboren op 3 november 1915 als zoon van Peter Paul Mullaney en Theresa Merkle te New York. Howard was één van acht kinderen. Hij had één oudere broer, vier jongere broers en twee jongere zussen.
Howard volgde na zijn basisonderwijs nog vier jaar onderwijs aan de middelbare school.
In de census van 1940 wordt vermeld dat Howard geen baan had, maar wel opzoek was naar een baan. In oktober 1940 had Howard een baan gevonden, en werkte hij bij Cooks Bar & Grill.
Op 18 februari 1941 meldde Howard zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. In maart 1943 behaalde Howard zijn bommenrichter wings als onderdeel van Class 43-4 te San Angelo Army Air Field, waar hij bekend stond als 'Irish', en werd hij bevorderd tot Lieutenant. Hij kreeg identificatienummer 'O-673864'.
In 1943 werd Howard toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Howard meerdere missies tegen Duitsland.
Tijdens de laatste missie van Howard wist hij veilig de grond te bereiken. Hij werd hierna gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Howard naar Stalag Luft I vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat.
Na de bevrijding keerde Howard terug naar Amerika, waar hij kon genieten van een verlof van zestig dagen. Howard verliet het leger als Second Lieutenant.
Howard trouwde met Ann B. Collins. Het is onbekend of zij kinderen hadden.
Op 15 oktober 1976 kwam Howard te overlijden.
Staff Sergeant Harry Anthony Pattrin
Harry Anthony Pattrin werd geboren op 18 oktober 1923 als zoon van Harry George Pattrin en Marie Henrietta Luebbers te Saint Louis, Missouri. Harry was één van vier kinderen.
Na zijn opleiding afgerond te hebben meldde Harry zich op 30 juni 1942 aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Harry kreeg identificatienummer '17162141'.

Harry (rechts) met een collega tijdens de opleiding
Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Harry toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Harry twee missies tegen Duitsland.
"Ik kan niet zeggen op hoeveel missies ik ben geweest of welke doelen ik heb gebombardeerd. Ik kan alleen maar zeggen dat ik eindelijk mijn training goed heb gebruikt. Ik heb altijd gezegd dat ik niet bang zou zijn als het tijd was om op mijn eerste missie te gaan, maar ik moet toegeven dat mijn knieën trilden en ik gewoon bang was. Toen de flak begon te vliegen en de jagers begonnen aan te vallen, realiseerde ik me dat ik niet op een theekransje zat. Die moffen zijn echte vliegers. Maar ze voelen niet veel voor ons. Ik was bang. De eerste jager die binnenkwam verraste me zo dat ik gewoon in mijn radioluik stond te staren. Maar toen ik zijn vleugels zag oplichten als een kerstboom, werd ik snel wakker. Ik was eerst verbaasd, toen bang en toen zo kwaad dat ik achter hem aan uit het vliegtuig wilde springen. Maar ik heb één ding ontdekt: je hoeft je geen zorgen te maken dat ik niet terugkom. Houd dat gewoon in gedachten."
Tijdens de laatste missie van Harry wist hij veilig de grond te bereiken. Het eerste wat Harry zich herinnerde was dat hij met pijn in een hooiveld lag en zich suf voelde. Het volgende wat hij zich herinnerde was dat hij in een hooiwagen met een boer en zijn vrouw die zijn gezicht waste. Harry vroeg: “Spreken jullie Engels?” Een beetje, antwoordden ze. De boerin gaf hem een kop koude thee en zei: “Drink, dit zal helpen om het bloed dat je verloren hebt te vervangen.” Harry vroeg hen: “Zijn jullie Duitsers?” Ze waren Nederlands en hij was net binnen de Nederlandse grens. Zijn rug zat vol granaatscherven en hij was versuft door zijn verwondingen. Hij zocht in zijn geheugen. Hij herinnerde zich dat hij geraakt werd en het bevel om te springen. Hij maakte zich grote zorgen omdat hij niet wist of de boer vriend of vijand was. Zouden ze de Duitsers inlichten?
De boer stopte Harry's spullen in een bijenkorf, want als er een razzia was zou de Gestapo daar nooit kijken. Ze stopten hem in hun hooiwagen, aangedreven door een oude tractor. Hij werd ondergedompeld in zacht hooi en zei een gebed toen de tractor en de kar een klein bospaadje inreden. Op een open plek stond een groepje gebouwen, een huis, een schuur, een gereedschapsschuur, een machineloods en een heel oude roestige vrachtwagen. Het echtpaar hielp hem hun huis binnen en stopte hem in een oud ijzeren bedje op de zolder van hun boerderij. Harry gluurde uit het kleine raampje en kon de Duitse politie voorbij zien rijden. De boerin kwam aan met warme soep. Harry zei tegen haar: “Ik moet naar mijn squadron.” Ze zei: “Je bent gewond en hebt geluk dat je nog leeft.” Toen realiseerde hij zich dat hij naakt op de brancard lag met alleen een deken over hem heen. “Waar zijn mijn kleren?” vroeg hij. Ze vertelde hem dat ze gewassen werden en snel droog zouden zijn. Harry leerde al snel dat er weinig voedsel in het huis was, hoewel het een boerderij was en het november was. Hun wortelkelder was bijna uitgeput. Er waren een paar rapen, aardappelen, wat sponzige appels en een paar slappe wortels. En toen werd er op de deur gebonsd en kwam er een dokter binnen. Hij onderzocht Harry's wonden. Hij was ongeveer achtenvijftig jaar oud en een vluchteling, die valse papieren bij zich had. Hij zei: “Geen röntgenfoto's; heb ik niet.”
Vermoedelijk werd het verzet ingeschakeld om Harry verder te helpen. Onbekend is hoe, maar een tijdje later kwam Harry aan in Colmar, Frankrijk, bij Pierre Gaertner. Hier zat Harry een tijdje ondergedoken, totdat duidelijk was geworden dat de pilotenlijn naar Spanje op een paar plekken geïnfiltreerd was. Ook begon duidelijk te worden dat Pierre Gaertner mogelijk ook door de mand gevallen was. Ook hij besloot onder te duiken. Harry zette koers richting het noorden, waar hij uiteindelijk in de grotten van Maastricht terecht kwam. Hier verbleef hij zo'n twee weken, tot hij naar Amsterdam ging met een kleine groep andere onderduikers. Echter werden zij hier ontdekt en aangehouden door de Duitsers.

Harry als krijgsgevangene
Harry werd hierop afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Harry naar Stalag Luft III en later Stalag Luft XVIIb, bij Krems, Oostenrijk, vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat. Om de tijd en beetje te doden sloeg Harry aan het tekenen en aan het dichten.

Een tekening van B-17G 42-37787 'Two Bomb' gemaakt door Harry tijdens zijn verblijf in Stalag Luft XVIIb
Na de bevrijding keerde Harry terug naar Amerika, waar hij kon genieten van een verlof van zestig dagen. Harry verliet het leger als Staff Sergeant. Op 15 september 1945 trouwde Harry met Marylouise Joan Nelson in Pine Louis. Samen kregen zij vier kinderen.

Harry en Marylouise als gloednieuw stel
Harry kwam op 1 februari 1987 te overlijden in Saint Louis.
Sergeant Lionel Smith
Lionel Smith werd geboren op 6 september 1922 als zoon van Samuel Houston Smith en Odell Crump te Greenbier, Arkansas. Lionel was de oudste van drie zoons. Hij groeide op op een boerderij in de Bono gemeenschap ten noorden van Conway, Arkansas. Lionels moeder stierf toen hij 12 jaar oud was. Lionel was de oudere, beschermende broer en zijn broers Lyman “E” en Cohen Smith gaven hem de bijnaam 'Big Bud'.
Kort na zijn afstuderen aan de Greenbrier High School meldde Lionel zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Lionel kreeg identificatienummer '38334025'.
Op 23 juli 1943 trouwde Lionel met Lois Terry te Conway, Arkansas. Samen kregen zij zeven kinderen.
Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Lionel toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Lionel meerdere missies tegen Duitsland.
Tijdens de laatste missie van Lionel wist hij veilig de grond te bereiken. Doorzeefd met kogels in zijn borst werd Lionel gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Lionel naar Stalag Luft XVIIb vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat.
Op 2 mei 1945, toen Lionel weer vrij kwam, woog hij 40 kilo. Lionel kreeg twee Purple Hearts en het Distinguished Flying Cross voor zijn militaire dienst aan zijn land, evenals twee Presidential Unit Citations voor dapperheid in de strijd.
Na zijn thuiskomst werd Lionel een bekende huizenbouwer in Faulkner County. Hij ontwikkelde en fokte ook een van de beste geregistreerde Polled Hereford kuddes in Arkansas. Lionels liefde voor zijn vee werd alleen overtroffen door zijn liefde voor zijn toegewijde familie en het land dat al sinds midden 1800 in zijn familie was. In zijn laatste jaren was Lionel's constante metgezel zijn kleine hond 'Jack'.

Lionel vlak voor hij overlijd
Lionel kwam op 15 april 2007 te overlijden in Wooster, Arkansas aan de gevolgen van longkanker.

Sergeant Constantino William ‘Gus’ Principe
Constantino William ‘Gus’ Principe werd geboren op 2 november 1923 als zoon van Antonio Principe en Michelina Sturino in Chicago. Gus was één van zeven kinderen.
Op 27 juni 1942 meldde Gus zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Hij kreeg identificatienummer '16147460'.
Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Gus toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Gus meerdere missies tegen Duitsland.
Tijdens de laatste missie van Gus wist hij veilig de grond te bereiken. Hij werd hierna gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Gus naar Stalag Luft I vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat.

Krantenknipsel over een zestal mannen uit Chicago die in Duits gevangenschap waren geraakt. Middenboven een foto van Gus en rechtsonder een foto van Second Lieutenant Arthur Harold Schmidt, de co-piloot.
Chicago Tribune, 5 februari 1944
Na de bevrijding keerde Gus terug naar Amerika. Op 8 september 1950 trouwde Gus met Margarete Claire Foster. Samen kregen zij drie kinderen.
Gus kwam op 17 september 2003 te overlijden in Midlothian, Illinois.

Staff Sergeant Paul Chilton Hieatt
Paul Chilton Hieatt werd geboren op 8 januari 1922 als zoon van Will Walker Hieatt en Ethel White te Harrison, Kentucky. Paul had één jongere broer.
Op 30 juni 1942 meldde Paul zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Hij kreeg identificatienummer '35664075'.
Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Paul toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Paul meerdere missies tegen Duitsland.
Tijdens de laatste missie van Paul wist hij veilig de grond te bereiken. Hij werd hierna gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Paul naar een krijgsgevangenenkamp vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat.
Na de bevrijding keerde Paul terug naar Amerika. Hij bleef in dienst bij de luchtmacht, en ging werken als recruiter met als rang Master Sergeant.

Paul als Master Sergeant een aantal jaren na de oorlog
Op 6 mei 1946 trouwde Paul met Opal Frances Warner in Lawrence, Ohio. Samen kregen zij drie zoons.
Paul kwam op 8 november 1989 te overlijden in Wilmington, Ohio.
Staff Sergeant Harry Eugene Tate
Harry Eugene Tate werd geboren op 6 februari 1917 als zoon van Floyd Tipton Tate en Anna Emma Kremer-Schank te Rome, Indiana. Harry één van negen kinderen.

Harry tussen twee van zijn broers
Harry volgde zijn opleiding aan Cannelton High School. Na zijn diploma gehaald te hebben ging Harry werken in een meubelfabriek.
Op 2 oktober 1940 meldde Harry zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Hij kreeg identificatienummer '15046448'.
Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Harry toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Harry meerdere missies tegen Duitsland.
Tijdens de laatste missie van Harry wist hij veilig de grond te bereiken. Hij werd hierna gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Harry naar een krijgsgevangenenkamp vervoerd waar hij de rest van de oorlog uitzat.

Na de bevrijding keerde Harry terug naar Amerika. Hij werd onderscheiden met het Purple Heart en Air Medal. Harry werd op 6 oktober 1945 eervol ontslagen, maar twee dagen later meldde hij zich alweer aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Onbekend is of Harry ook deze keer weer werd toegelaten. Hoe dan ook werkte hij in 1950 als pijpenmaker in een energiecentrale.
Op 9 december 1950 trouwde Harry met Jessie Hazel Nicholas Williams te Salinas, Californië. Samen kregen zij vijf kinderen. Het huwelijk hield echter niet stand, want in september 1977 scheidde de twee van elkaar.
Op 23 december 1988 kwam Harry te overlijden in San Jose, Californië.
Staff Sergeant Francis Anthony 'Frank' Svehla
Francis Anthony 'Frank' Svehla werd geboren op 25 december 1914 als zoon van James Svehla en Rose Liskovec, uit Tsjechoslowakije, te La Crosse, Wisconsin. Frank was de jongste van drie kinderen: hij had één broer en één zus. Rond 1920 verhuisde het gezin naar Chicago.
Na zijn opleiding afgerond te hebben ging Frank werken bij Pullman Co. Laundry in Chicago.
Op 16 oktober 1940 meldde Frank zich aan voor bij de Amerikaanse luchtmacht. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Hij kreeg identificatienummer '36601916'.
Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Frank toebedeeld aan 526th Bomb Squadron, 379th Bomb Group dat gestationeerd was op RAF Kimbolton in Engeland. Vanaf hier vloog Frank meerdere missies tegen Duitsland.
Tijdens de laatste missie van Frank raakte hij zwaargewond aan zijn arm door Duitse kogels. Frank werd uit het toestel gehaald en later met de ambulance naar Kamp Westerbork gebracht. Waarschijnlijk werd Frank vanaf hier overgebracht naar het ziekenhuis in Leeuwarden of Groningen, waar zijn arm geamputeerd werd. Na genoeg hersteld te zijn werd Frank afgevoerd naar Dulag Luft te Frankfurt. Vanaf hier werd Frank naar Stalag Luft VI en vervolgens Stalag Luft IV vervoerd.
In september 1944 maakte Frank deel uit van een groep ernstig hulpbehoevende (door zware verwondingen) krijgsgevangenen die door de Duitse autoriteiten over werden gedragen aan het Rode Kruis. Aan boord van de SS Gripsholm vertrok Frank op 10 september 1944 vanuit Gothenburg naar New York. Hier kwamen zij op 26 september 1944 aan.
Eenmaal terug in Amerika pakte Frank zijn leven weer op. Hij ging werken als pluimvee- en eierboer bij Los Angeles, wat hij zo'n twaalf jaar deed. Ook trouwde Frank in maart 1945 met Grace Eileen Vise. Dit huwelijk hield echter niet lang stand. Later ging Frank werken bij Atascadero State Hospital, wederom voor zo'n twaalf jaar. Hier was Frank betrokken bij een gijzeling. Frank was een van de gijzelaars en werd uiteindelijk als laatste van de vier gijzelaars in San Francisco vrijgelaten.

Krantenartikel over het voorval - The San Francisco Examiner 1968
Frank maakte 39 jaar deel uit van de Oddfellows genoodschap, waar hij zich inzette voor het helpen van anderen.

Frank (rechts) tijdens een bijeenkomst
Frank kwam op 6 augustus 1991 te overlijden in Martinez. Hij was op dat moment verloofd met Elaine Starren.
“Ik begon ze te tellen, maar hield er op een gegeven moment maar mee op want er was geen beginnen aan, zóveel waren er. Omdat ik naar de hoog vliegende toestellen keek lette ik niet op m’n directe omgeving, totdat ik opeens zo’n monster vlak voor ons zak komen aanvliegen. Ik riep “M’n God, kijk dáár nou eens…“” Vertelde Mevrouw Witting, die woonde te Bronnegerveen. Klaas Witting voegde toe: “Als het vliegtuig niet met een vleugel de kanaaldijk had geraakt, was het ongetwijfeld over het kanaal heengeschoten en eerst veel verder tot stilstand gekomen, en niet zo ver die kant op staat een boerderij…“

Het neerschieten van B-17G 42-37787 ‘Two Bomb’ kan hoogstwaarschijnlijk worden toegeschreven aan Oberleutnant Friedrich ‘Fritz’ Freyschmidt, van 8. Staffel, Zerstörergeschwader 26 (8./ZG 26). Hij claimt om 13:00 uur het neerschieten van een ‘Fortress’ in Raum EO 5-3 (hier geplot op de Raum-kaart en Google Maps), op een hoogte van 8000 meter. De claim van het neerschieten van B-17G 42-37787 ‘Two Bomb’ was de 6e overwinning van Oberleutnant Friedrich ‘Fritz’ Freyschmidt. Hij behaalde nog één overwinning meer, voor hij op 11 april 1944 om het leven kwam.

Bron: Bundesarchiv RL_5_1452_0436
Na de noodlanding verlieten de bemanningsleden het toestel en begonnen meteen met het blussen van de brandende motoren. Toen bleek dat er een aantal (zwaar)gewonden aan boord waren werd al snel de lokale dokter bericht. “In de morgen van 26 november 1943 kreeg ik bericht dat een geallieerd vliegtuig in Bronnegerveen een noodlanding had gemaakt en dat medische hulp nodig was. In die tijd bezocht ik de patiënten per fiets (er was geen benzine) zodat het enige tijd duurde alvorens ik ter plaatse was. Er waren zes bemanningsleden, van wie twee gewond waren. Een van hen, een boordschutter, had ernstige kwetsuren aan zijn arm. Er leek in het geheel geen verband meer te zitten in het lichaamsdeel, dat slap als een mouw langs het lichaam hing en over de gehele lengte door kogels was verbrijzeld. De man had veel bloed verloren en was zeer bleek. Hij was wel bij bewustzijn en vroeg herhaaldelijk wanneer de ambulance zou komen. Ik heb de arm gespalkt en hem per ambulance laten vervoeren. De Duitsers lieten hem daarna naar Westerbork brengen. Hier kreeg hij een bloedtransfusie en werd zijn arm geamputeerd. Later heb ik niets meer van hem gehoord; ook ken ik zijn naam niet. De ander – zijn functie is mij niet bekend – had slechts oppervlakkige verwondingen opgelopen die met hansaplast konden worden verbonden.“
Rond 13:00 uur kwam het bericht over de noodlanding ook bij Hendrik Veld, Onderluitenant der Marechaussee en commandant van de groep Borger, terecht:
“Op Vrijdag zes en twintig November 1943, omstreeks 13.00 uur, werd mij, Hendrik Veld, Onderluitenant der Marechaussee, commandant van opgemelde groep, medegedeeld, dat te Bronnegerveen, gemeente Borger, een Amerikaansch vliegtuig was neergestort. Onmiddellijk heb ik mij per motor, vergezeld door den Opperwachtmeester der Marechaussee Wicher Braad, behoorende tot opgemelde groep, naar de opgegeven plaats begeven. De Wachtmeesters der Marechaussee Karel van Ingen en Huibert Quirinus Pak, eveneens behoorende tot opgemelde groep, hebben zich per rijwiel naar de opgegeven plaats begeven. Beide patrouilles langs verschillende wegen, teneinde ontvluchting van eventueel nog aanwezig personeel van het vliegtuig te voorkomen. Toen wij, verbalisanten, ter plaatse aankwamen, werd door ons bij de brug over het kanaal ‘Buinen-Schoonoord’, liggende tegen den kanaaldijk, te Bronnegerveen, gemeente Borger, een viermotorige Amerikaansche bommenwerper, merk Boeing, aangetroffen. Op de plaats van het ongeval was het Wijkhoofd der Gemeentelijken Luchtbeschermingsdienst reeds met eenig personeel aanwezig. In de woning van Berend Eleveld te Bronneger werd door ons een gewond lid van de bemanning van het vliegtuig aangetroffen, die werd gearresteerd en onder bewaking gesteld en in de woning van Geert de Bruin te Bronnegerveen vier leden der bemanning, waarvan 1 gewond. Deze werden eveneens door ons gearresteerd en onder bewaking gesteld. De door het Hoofd der gemeentelijken Luchtbeschermingsdienst ontboden geneeskundigen W.J. Duursma, A. Kinds en G. Oeseburg te Borger en H. Mulder te Gasselternijveen verleenden de gewonden eerste hulp.
Vervolgens werd door ons de bewaking van het vliegtuig van het personeel der gemeentelijken Luchtbeschermingsdient overgenomen.
Omstreeks 15.00 uur verscheen een autobus met personeel der S.D. van het Lager Westerbork op de plaats van het ongeval, waaraan de gevangenen door ons werden overgegeven. Een der zwaargewonden werd, met de, kort na het ongeval aanwezige, ziekenauto der gemeentelijken Luchtbeschermingsdienst vervoerd naar het Lager Westerbork. De andere 4 gevangenen zijn met bedoelde autobus naar dit Lager vervoerd. Omstreeks 16.00 uur verscheen een commandogroep der Duitsche Weermacht bij het vliegtuig. Deze commandogroep heeft de bewaking van het vliegtuig omstreeks 16.30 uur van ons overgenomen. Met de bij opgemelde groep aanwezige motor met zijspan werd een afstand van 124 K.M. afgelegd voor het overbrengen van berichten en bevelen. Buiten de reeds genoemde hadden geen persoonlijke ongevallen plaats, terwijl geen materieele schade werd aangericht.
Tenslotte meen ik, 1e verbalisant, nog het volgende te opmerken. Tijdens het onderzoek bleek mij, dat door burgers Duitsche instanties waren opgebeld en aan deze berichten waren doorgegeven. Hierdoor was het mij niet meer mogelijk een juist beeld te krijgen van den aard der gedane meldingen en aan welke instanties de meldingen waren gedaan. Uiteraard heeft dezen gang van zaken een storende invloed op de vlotte en snelle afdoening der meldingen. De Duitsche instanties zijn hierdoor niet in staat zich een juist beeld te vormen van het gebeurde en de Nederlandsche instanties worden onoodig belemmerd. Zoo kon het gebeuren dat door een Duitsche instantie gevraagd werd naar 2 vliegtuigen, hetwelk natuurlijk een gevolg was van een dubbele melding. Bovendien werden de meldingen foutief en onvolledig doorgegeven.
Waarvan door ons op den eed bij den aanvang onzer bediening afgelegd is opgemaakt dit proces-verbaal en gezonden aan het Hoofd der gemeentelijken Luchtbeschermingsdienst te Borger.“
Het proces verbaal eindigt met een afschrift van het uit de reservevoorraad aantal liters benzine verbruikt. Voor de auto van de plaatselijke luchtbeschermingsleider werd 10 liter verbruikt. Voor de auto van de door de Luchtbeschermingsdienst uitgezonden “geneesheeren” werd 5 liter verbruikt. Voor de ziekenauto, gebruikt voor het vervoer van het gewonde bemanningslid naar Westerbork werd 25 liter verbruikt en voor de motor met zijspan van de groepscommandant van de Marechaussee werd 10 liter verbruikt.
Op 2 december 1943 kwam de Burgemeester van Borger en plaatselijk luchtbeschermingsleider nog terug op het eerder geschreven proces verbaal:
“Het is misschien niet ongewenscht nog even het benzineverbruik op gemelde dagen toe te lichten. De processen verbaal van het gebeurde op die dagen zijn U inmiddels in afschrift toegezonden.
De landing of het neerstorten van het vliegtuig op 26 November werd door de posten Buinen en Drouwen gemeld met mededeeling, dat 2 gewonden moesten worden geholpen.
De plaatselijke luchtbeschermingsleider op het terrein aanwezig had gelast de zwaargewonde met de inmiddels gearriveerde ziekenwagen van den luchtbeschermingsdienst te doen vervoeren naar Emmen, Diaconessenhuis. Den later op het terrein van het ongeval verschijnend wachtkommando van het kamp Westerbork beval nader overbrenging van de zwaar gewonde naar het kamp Westerbork en een nog later verschijnend onderdeel van de Duitsche weermacht naar Assen. Tenslotte is het toch Westerbork geworden en moest de ziekenwagen met het wachtkommando van Westerbork meerijden over de route Bronnegerveen-Borger-Rolde-Ekehaar-Amen-Hooghalen-Zwiggelte. Het weggedeelte Westerbork-Schoonloo is sinds 1940 in uitvoering wegens verbetering en slecht berijdbaar, waarom de terugweg over Zwiggelte-Hooghalen-Amen-Grolloo-Schoonloo-Borger is genomen. Deze omwegen hebben veel k.m. rijden gevraagd. Vaak moest worden gestopt of gewacht, omdat het wachtkommando ook gevangen genomen parachutisten mee moest nemen. Ook werd de ziekenwagen in langen tijd niet gebruikt, waardoor zij niet zoo vlot liep als gewenscht was.“
Nadat de bemanningsleden behandeld en gevangengenomen waren keerde de rust langzaam terug. Later zou blijken dat één van de bemanningsleden nog heeft weten te ontsnappen aan Duits gevangenschap. Meer hierover valt te lezen in bovenstaande biografie van Staff Sergeant Harry Anthony Pattrin. Het toestel heeft nog zo’n zes weken lang op zijn plek gelegen, voordat het ter plaatse werd gedemonteerd en werd weggevoerd. In deze zes weken werd het toestel bewaakt door een detachement van het 24. Schiffsstammabteilung uit Assen en zag men kans om een aantal foto’s te maken van het toestel.



Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Second Lieutenant Samuel Howard ‘Sam’ Bender, Second Lieutenant Arthur Harold Schmidt, Second Lieutenant James Calvert ‘Jim’ Newbold, Second Lieutenant Howard Nicholas Mullaney, Staff Sergeant Harry Anthony Pattrin, Sergeant Lionel Smith, Sergeant Constantino William ‘Gus’ Principe, Staff Sergeant Paul Chilton Hieatt, Staff Sergeant Harry Eugene Tate en Staff Sergeant Francis Anthony Svehla.

Samuel H. Bender
Piloot
POW

Arthur H. Schmidt
Co-piloot
POW

James C. Newbold
Navigator
POW

Howard N. Mullaney
Bommenrichter
POW

Harry A. Pattrin
Radiotelegrafist
EVD/POW

Lionel Smith
Boordwerktuigkundige
POW

Constantino W. Principe
Buikkoepelschutter
POW

Paul C. Hieatt
Rechter zijschutter
POW

Harry E. Tate
Linker zijschutter
POW

Francis A. Svehla
Staartschutter
POW
Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!
Bronnen:
- Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
- Nabestaanden Harry Pattrin en Harry Tate
- Day Fighters in the Defence of the Reich, a War Diary, 1942-45 – Donald Caldwell
- Sporen aan de Hemel – Ab Jansen
- The Quest for Harry Pattrin – Rik Willemse
- www.384thbombgroup.com
Het plaatsen van het Lost Wings informatiepaneel is gebeurt in samenwerking met de werkgroep ‘Bevrijding Drouwen, Bronneger en Bronnegerveen’ en Peter Krans en mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van Gemeente Borger-Odoorn en Rabobank.
