Breng mij naar het informatiepaneel!


Op 15 augustus 1944 lanceerde de Amerikaanse luchtmacht een aanval op verschillende Duitse vliegvelden in Duitsland en de Lage Landen. In totaal stegen 932 Amerikaanse bommenwerpers samen met hun escorte van 443 jagers die dag op. Aan Duitse kant stegen 137 toestellen op om de vele opgesplitste formaties te onderscheppen. Dit lukte sporadisch met waarbij het neerschieten van 25 bommenwerpers werd geclaimd. Feitelijk keerde er achttien bommenwerpers en vijf escortejagers niet terug. Hier tegenover stond het verlies van 23 toestellen met tien gesneuvelden en vier gewonden.

Rond 11:00 uur stegen zo’n 25 tot 30 Bf 109s van II. Gruppe, Jagdgeschwader 5 geleid door Leutnant Ernst Scheufele op vanaf vliegbasis Sachau. Boven de Müritzsee werden zij versterkt door een groep Bf 109s van III. Gruppe, Jagdgeschwader 53 geleid door Major Franz Götz. Gezamenlijk zetten zij koers richting het westen. Leutnant Ernst Scheufele vertelde: “Na ongeveer 45 minuten kregen we het bevel om naar het noordwesten te vliegen. We staken de Rijn over en vlogen over een uitgestrekte groene vlakte die we later identificeerden als Nederland. We bevonden ons nu in een helder hogedrukgebied. Plotseling zagen we een formatie Liberators in de richting van Engeland vliegen. Later hoorde ik dat ze een doelwit in Noord-Duitsland hadden gebombardeerd. Ze werden niet door jachtvliegtuigen beschermd, waarschijnlijk omdat ze zo dicht bij huis waren. Majoor Götz, de formatiecommandant, gaf het bevel tot een onmiddellijke aanval en verschillende bommenwerpers werden snel in brand gestoken.

De bommenwerpers die aangevallen werden betrof een formatie van zo’n tien B-24 Liberators die toebehoorde aan 466th Bomb Group. Deze toestellen waren rond 09:00 uur opgestegen vanaf RAF Attlebridge en hadden als doel het bombarderen van vliegveld Vechta. Naast de Bf 109s van II./JG 5 en III./JG 53 raakten ook zo’n zes Fw 190s van III. Gruppe, Jagdgeschwader 300 betrokken bij het luchtgevecht.

Eén van deze toestellen van II./JG 5 was Bf 109G-6 Wnr. ?, gevlogen door Leutnant Paul Weitzberg die tevens fungeerde als Staffelkapitän van de 5. Staffel. In het luchtgevecht met de B-24 Liberators claimde Leutnant Paul Weitzberg om 12:55 uur “Liberator HSS, Raum EM 5 (7000m)“. Deze claim heeft waarschijnlijk betrekking op B-24 Liberator 42-95157 die bij Nijetrijne, Friesland neerstortte.

Een HSS (Herausschuß) claim betekend dat het beschoten toestel zodanig beschadigd was dat het de formatie moest verlaten maar niet met zekerheid gezegd kan worden dat het is neergestort.

Voor meer informatie over Leutnant Paul Weitzberg, klik op onderstaande uitvouwbare balk.

Paul Adolf Weitzberg werd geboren op 25 mei 1922 als zoon van Paul Weitzberg en een onbekende moeder te Malshofer, Neidenburg (heden ten dage Nidzica in Polen).

Aan het begin van de oorlog meldde Paul zich aan voor bij de Luftwaffe, waar hij toegelaten werd en kon beginnen aan zijn opleiding tot piloot. Na zijn opleiding afgerond te hebben werd hij toebedeeld aan de II. Gruppe, Jadggeschwader 5, die in Finland actief was. Hier werd Paul op een later moment benoemd tot Staffelkapitän van de 5. Staffel.

Piloten van 4./JG 5 worden geïnspecteerd door Kommandeur General der Deutschen Luftwaffe in Finnland, General Schulz. Van links naar rechts: Oblt. Schwanecke, General Schulz, Paul Weitzberg, Ofhr Schmieder, Uffz Ohr, Uffz Drägert, Uffz Erlinger en Hptfw Bachmann.

Bron: Eismeerjäger Band 4 - Eric Mombeek

In juni-juli werd de II. Gruppe vanuit Finland naar het westfront gehaald waar de eenheid bij moest dragen aan de zogenaamde Reichsverteidigung. In deze hoedanigheid vloog de eenheid ook de inzet op 15 augustus 1944. 

Na te zijn neergeschoten op 15 augustus 1944 werd Paul hoogstwaarschijnlijk, terwijl hij herstelde van zijn verwondingen, toebedeeld aan Frontflieger-Sammelgruppe Quedlinburg. 

In oktober 1944 werd II. Gruppe, Jagdgeschwader 5 omgedoopt tot IV. Gruppe, Jagdgeschwader 4. Bij IV. Gruppe, Jagdgeschwader 4 werd Paul toebedeeld aan 13. Staffel. 

Tijdens een inzet op 2 november 1944 om Amerikaanse bommenwerpers te onderscheppen werd Paul, vliegende in Bf 109G-14/AS Wnr. 460347 neergeschoten door een P-51 Mustang, zo'n drie kilometer ten noordwesten van Zerbst. Paul slaagde er niet in het toestel tijdig te verlaten en kwam bij de crash om het leven. Hij werd begraven op de Heidetorfriedhof in Zerbst.

Na het luchtgevecht met de B-24 Liberators keerden veel van de Duitse jagers terug om op vliegveld Havelte bij te tanken de munitie aan te vullen. Terwijl zij de landing inzetten arriveerden de Amerikaanse P-38 Lightning escortejagers. Zij zagen op hun terugtocht enkele parachutes dalen, en bij nadere inspectie werden zij bewust van het luchtgevecht wat zich net had afgespeeld. Second Lieutenant William H. Rodgers, één van de P-38 Lightning piloten, vertelde: “Op 15 augustus 1944 vloog ik als Newcross Blue Four tijdens een bommenwerperbegeleidingsmissie onder VIII Fighter Command Field Order Number 516. Blue Flight was bezig met het onderzoeken van enkele parachutes op 10.000 voet hoogte in de buurt van vliegveld Steenwijk, toen Lt. George W. Gleason, Blue Two, meldde dat twee Me 109’s aanvielen vanuit vier uur. De vlucht brak naar rechts en Lt Quentin S. Pavlock, Blue Three, viel een Me 109 aan vanuit een iets achterliggende positie. Ik bleef bij Lt Pavlock tijdens zijn hele aanval, waarbij hij vanaf ongeveer 400-500 meter afstand vuurde. Ik zag af en toe rook uit de Me 109 komen, waarna deze een wingover maakte en ten noordoosten van het veld neerstortte en explodeerde. De Duitse piloot sprong niet met zijn parachute.

Deze crash betreft waarschijnlijk het neerstorten van Bf 109G-6 Wnr. 165544, gevlogen door Unteroffizier Karl Lampen. Second Lieutenant William H. Rodgers vervolgde zijn verhaal: “Toen ik optrok om de eerste Me 109 te zien neerstorten, verloor ik de rest van de vlucht uit het oog, en toen zag ik nog een Me 109 op lage hoogte over het vliegveld zigzaggen. Ik dook op hem om mezelf in positie te brengen voor een aanval, en toen het vijandelijk toestel naar het zuidoosten draaide, kwam ik van achteren en iets boven hem dichterbij en opende het vuur op 400 meter afstand. Ik zag een paar treffers en een rookwolk uit het midden van de linkervleugel komen. Ik naderde echter zo snel dat ik de Duitser niet kon volgen toen hij naar links uitweek. Het vijandelijk toestel maakte een scherpe bocht naar links en vloog terug over het vliegveld op ongeveer 200 voet, terwijl ik een wijde bocht maakte. Op dat moment maakte een P-38 (later geïdentificeerd als gevlogen door Captain Arthur F. Jeffrey) een bocht van 90 graden naar de Me 109. Vrijwel onmiddellijk vloog de motor van de Me 109 in brand, waarna het vliegtuig iets omhoog trok, over de kop sloeg en de piloot met een parachute sprong. Het vliegtuig stortte neer op een terrein ten zuiden van het vliegveld en explodeerde.” Dit toestel betrof Bf 109G-6 Wnr. ? gevlogen door Leutnant Paul Weitzberg.

Captain Arthur F. Jeffrey (ingevoegd), die Bf 109G-6 Wnr. ? gevlogen door Leutnant Paul Weitzberg uiteindelijk neerschoot, vertelde het volgende: “Ik vloog als Newcross Leader bij White Flight als escorte voor bommenwerpers toen ik 2Lt George W. Gleason van Blue Flight hoorde roepen dat er drie vijandelijke vliegtuigen landden op het vliegveld van Steenwijk. Ik maakte een bocht van 180 graden en vloog terug naar het veld, cirkelde naar links en verloor hoogte, daalde van 20.000 voet naar 12.000 voet. Terwijl ik cirkelde, hoorde ik Blue Flight in een gevecht verwikkeld zijn. Toen ik net ten zuiden van het veld was, zag ik een vuilgrijs eenmotorig vliegtuig op 200-500 voet hoogte, dat van oost naar west vloog, recht over het veld, met een geschatte snelheid van 250 mph.

Ik maakte een bocht van 180 graden om naar het westen te vliegen en dook op hem neer. Red Flight moest op 10.000 voet hoogte blijven als bovenste dekking. Het vijandelijke vliegtuig maakte een bocht van 180 graden en vloog terug naar het oosten op 200-250 voet. Daardoor kwam hij recht onder mij te vliegen. Op dat moment had ik het vliegtuig definitief geïdentificeerd als een Me 109, dus ik daalde vanaf 6000 voet naar hem toe. Het vijandelijke vliegtuig maakte een scherpe bocht naar links en omdat ik zo snel ging, schoot ik hem voorbij. Terwijl ik naar links trok om hem te volgen, werd mijn linkervleugel geraakt door luchtafweergeschut vanaf het vliegveld, waardoor de pitotbuis van het vliegtuig werd vernield. Het vijandelijke vliegtuig keerde toen terug boven de landingsbaan, alsof hij me terug kon leiden over het afweergeschut van het veld. Ik maakte een bocht van 90 graden naar links en een bocht van 180 graden naar rechts om weg te blijven van het veld. Toen ik wegrolde, zag ik Lt William H. Rogers, Blue Four, een poging doen om de Me 109 te passeren, maar ook zijn snelheid was te hoog en hij schoot voorbij.

Ooggetuigen op de grond zagen hoe “vanuit het westen kwam een Duitse jager heel laag over, achtervolgd en beschoten door een Amerikaanse Dubbelstaart. De toestellen vlogen zo laag dat ze de toppen van de bomen aan de Hesselterweg raakten. De Duitser werd geraakt en de piloot kon er nog net uitspringen. Hij kwam doordat hij wat laat sprong, erg onzacht bij de boerderij van Roelof van der Linde (Dokter Larijweg 67) terecht. De piloot sommeerde een paar jongens uit Ruinen, die van school kwamen, om hem onmiddellijk naar het vliegveld in Havelte te brengen. Daar is hij overgenomen door de Duitsers en verzorgd aan zijn hoofdwond“, aldus Remmelt Biemold.

Leutnant Paul Weitzberg, Staffelkapitän van 5. Staffel, Jagdgeschwader 5, voor de Bf 109G-6/R3 ‘Gelbe 1’ van Oberleutnant Günther Schwanecke, augustus 1944 (mogelijk gemaakt te Havelte op 15 augustus 1944, nadat Leutnant Paul Weitzberg zich gemeld had op het vliegveld).

Het duurde niet lang voor ook de officiële instanties op de hoogte waren van de crash. Wachtmeester Hendrik Saiet noteerde het volgende in zijn proces verbaal:

Op den vijftienden Augustus 1900 vier en veertig, te omstreeks 13.45 uur, werd ten Groepsbureau van de Marechaussee te Ruinerwold, telefonisch bericht ontvangen als zou, te omstreeks 13.30 uur, een vliegtuig zijn neergestort in de weilanden gelegen achter de Dokter Larijweg te Ruinerwold, in de nabijheid van de boerderij van W. Blaauw. Op last van den Groepscommandant heb ik, Hendrik Saiet, Wachtmeester en behoorende tot de opgemelde Groep, mij onmiddellijk naar de genoemde plaats begeven, alwaar mij bleek dat een vliegtuig (jachttoestel), hetgeen was voorzien van de Duitsche kenteekenen, als gevolg van een luchtgevecht, was neergekomen op het weiland van J. Klaver, wonende te Oosteinde, Dokter Larijweg A28, gemeente Ruinerwold.

Deelen van het toestel, dat geheel was vernield, lagen in de laatste vliegrichting van het toestel (Westelijke richting) tot over een afstand van ongeveer 150 meter verspreid, respectievelijk in de weilanden van H. Brand en W. Blaauw, wonende aan de Dokter Larijweg A30 en A31, gemeente Ruinerwold. De piloot van het toestel, die zich per valscherm in veiligheid had gebracht, heeft zich naar het vliegveld Havelte begeven. De Duitse instantie van het vliegveld Havelte is van het neerstorten van het jachtvliegtuig in kennis gesteld, waarna door de genoemde instantie de bewaking van de wrakstukken van het genoemde vliegtuig is overgenomen.

Persoonlijke ongelukken zijn niet voorgekomen. Aan het land van J. Klaver is de navolgende schade aangericht: op de plaats waar het vliegtuig is neergekomen is een gat in de grond van ongeveer zes meter lang, tweeënhalve meter breed en anderhalve meter diep, terwijl op verscheidene plaatsen, door de doorvliegende vliegtuigdeelen, het grasland min of meer beschadigd is. Ook het grasland van H. Brand is min of meer beschadigd door deze wrakstukken. Het grasland van W. Blaauw heeft geen noemenswaardige schade geleden. Verdere schade, als hiervoren gemeld, is niet aangericht.

Hiervan door mij opgemaakt dit proces-verbaal op den eed bij den aanvang mijner bediening afgelegd en, na ondertekening, overgegeven aan de Commandant dezer Groep, om in tweevoud te worden gezonden aan den Heer Burgemeester, Politiegezagdrager der gemeente Ruinerwold te Ruinerwold.

Gesloten te Ruinerwold op 17 Augustus 1944.

Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Leutnant Paul Adolf Weitzberg.

Paul A. Weitzberg

Piloot

WIA

Unteroffizier Rudolf Schierghofer, piloot van Bf 109G-6 Wnr. ?, wist tijdig het toestel met zijn parachute te verlaten en begaf zich met verwondingen naar vliegveld Havelte. Na hersteld te zijn van zijn verwondingen keerde hij terug bij zijn eenheid.

Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!

Bronnen:

  • Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
  • Day Fighters in the Defence of the Reich, a War Diary, 1942-45 – Donald Caldwell
  • Eismeerjäger Band 4 – Eric Mombeek
  • In de stilte van de nacht – Albert en Jan Boverhof
  • Sporen aan de Hemel (Deel 3) – Ab A. Jansen
  • The Evader, An American Airman’s Eight Months With the Dutch Underground – Harry A. Dolph

Leave Comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.