
Breng mij naar het informatiepaneel!
Op 8 oktober 1943 werden 344 B-17 Flying Fortresses naar Bremen gestuurd. Tegelijkertijd zetten 55 B-24 Liberators koers naar Vegesack. De drie formaties vlogen allen hun eigen route, om vervolgens vlak voor het doel samen te voegen. De B-17 Flying Fortresses werden geëscorteerd door 274 P-47 Thunderbolts, terwijl de B-24 Liberators zichzelf moesten redden. Wegens een dicht wolkendek keerden 30 B-17 Flying Fortresses vroegtijdig terug. Op de terugweg dropten zij rond 15:00 uur hun bommen op ’targets of opportunity’, waaronder Oldenburg, Meppen, Vegesack en Emden. Als onderdeel van de Duitse luchtverdediging werden 453 inzetten gevlogen. Vanaf 14:50 uur, nog voor de Amerikaanse toestellen de kust van Noordwest-Duitsland gepasseerd waren, begonnen de luchtgevechten. Aan Amerikaanse kant werd het verlies van dertig bommenwerpers en drie P-47 Thunderbolts gemeld. Aan Duitse kant betrof het verlies 33 toestellen, met 24 gesneuvelden of vermisten en 14 gewonden.
Als onderdeel van de Amerikaanse escorte waren ook een aantal toestellen van 334th Fighter Squadron, 4th Fighter Group opgestegen vanaf RAF Shipdham. Normaal vlogen zij vanaf RAF Debden, maar waren ditmaal vooruitgeschoven naar RAF Shipdham om makkelijker aan te kunnen sluiten bij de bommenwerpers die geëscorteerd moesten worden. Eén van deze toestellen was P-47D Thunderbolt 42-7915 (code QP-U) gevlogen door Flight Officer Clyde Dale Smith.

Een foto van P-47D Thunderbolt 42-7915 (code QP-U)
Bron: American Air Museum (UPL 79146)
De bommenwerpers, begeleid door onder andere de P-47 Thunderbolts van 4th Fighter Group werden na de oversteek van de Zuiderzee onderschept door de Bf 109s van Jagdgeschwader 3. Wat volgde was een luchtgevecht waar verschillende toestellen werden neergeschoten. Op de grond werd de naderende formatie en het luchtgevecht ook waargenomen. Remmelt Biemold vertelde: “Op 8 oktober 1943 was ik thuis aan het werk, toen ik opeens een zwaar geronk hoog in de lucht hoorde. Dat geluid was anders dan gewoonlijk. Ik ging naar buiten en zag vanuit het westen een zwerm vliegtuigen aankomen. Het waren bommenwerpers, begeleid door jagers. Opeens werd er hevig geschoten en even later kwam er met veel gehuil en gejank een vliegtuig naar beneden dwarrelen. Het leek net of het recht op me afkwam en het werd groter en groter. Opeens verscheen er een wit wolkje in de lucht: de piloot was er gelukkig uitgekomen en zweefde aan zijn parachute naar beneden. Het vliegtuig verdween achter de huizen aan de Dokter Larijweg en na een klap en een rookwolk werd het stil. Ik greep mijn fiets, want dit was avontuur en dat moest ik zien. Mijn moeder riep nog: “Ga er niet naar toe, blijf toch bij huis”, maar dat was tegen dovemansoren gezegd. Achter de boerderij van Henk Kok bleek het toestel te zijn neergestort. Ik zag een enorme vuurpoel met ontploffende munitie.“
De heer H. Jalving, veearts in Ruinerwold, die op dit moment op bezoek was bij een boer in de Ruige Kluft even ten noorden van Ruinerwold zag dit alles ook gebeuren. Hij bedacht zich niet en haastte zich per auto in de richting van de dalende parachute. Toen hij aankwam, had de piloot zich juist van zijn parachute ontdaan. Het was een naar schatting 25-jarige jongeman die aan zijn gezicht en aan een van zijn armen brandwonden had. Jalving zag zich gesteld voor een dilemma: als hij de piloot wilde laten verdwijnen, moest deze bij voorkeur niet naar een ziekenhuis. Aan de andere kant besefte hij dat de man medische verzorging nodig had. Misschien kon hij de twee zaken combineren: de vlieger dus naar de auto gebracht, ingestapt en weggereden, op weg naar Meppel.
Het was zijn bedoeling de vlieger, Flight Officer Clyde Smith, naar het ziekenhuis te brengen en daarna te proberen de man te laten onderduiken. Maar veel kans om zijn plannen ten uitvoer te brengen had Jalving niet. Wegens de grote activiteit in de lucht waren de Duitsers gealarmeerd en wegen waren afgezet. Zo liep Jalving een groepje Duitsers in de armen. Onder vermelding dat hij de piloot naar het ziekenhuis aan het brengen was, meldden de Duitser dat zij zelf ook een dokter ter beschikking hadden. Flight Officer Clyde Smith werd hierop in Steenwijk overgedragen, waarmee de kans om hem te laten verdwijnen vervlogen was. Flight Officer Clyde Smith slaagde er nog in Jalving onder het dashboard snel een hand te geven en hem te bedanken voor zijn hulp.
Voor meer informatie over Clyde D. Smith, klik op onderstaande uitvouwbare balk.
Flight Officier Clyde Dale Smith DFC
Clyde Dale Smith werd geboren op 10 april 1920 als zoon van Clyde Clarence Smith en Emiline Viola Pickering te Garland, Utah. Clyde, die binnen de familie als Dale doorging om verwarring met zijn vader te voorkomen, was één van vijf kinderen. Twee van hen kwamen al vroeg te overlijden, waardoor Dale overbleef met zus Wanda en broertje Wallace.
Clyde volgde zijn basisonderwijs aan de lokale school en werkte als kersenplukker. Het gezin woonde aan de voet van een berg, die zij vaak met een paard beklommen om er vervolgens vanaf te skiën.
Na zijn opleiding aan David High School afgerond te hebben ging Dale in 1940 werken voor Vultee Aircraft Company in Downey, Californië. Hier werkte hij aan de productielijn van vliegtuigen. Na de Japanse aanval op Pearl Harbor meldde Dale zich op 23 februari 1942 aan voor bij de luchtmacht.
Dale werd toegelaten en begon zijn opleiding aan Spartan School of Aeronautics in Tulsa, Oklahoma. Dale rondde zijn opleiding af in Ottawa, Canada, waar hij zijn wings kreeg. Ook kreeg Dale een Brits RAF-uniform, omdat hij onderdeel uit zou maken van de 'Eagle Squadrons'. Deze Eagle Squadrons waren drie Squadrons (71, 121 en 133 Squadron) die voor het grootste deel uit Amerikaanse vrijwilligers bestond. Zij vlogen in de Hurricane en Spitfire toestellen als onderdeel van de Royal Air Force. Het is onbekend aan welk Squadron Dale werd toebedeeld, maar mogelijk was dit aan RAF 133 Squadron. Dale kreeg identificatienummer '605370'.
Op 29 september 1942 werden de drie Eagle Squadrons overgedragen aan de Amerikaanse luchtmacht. 71 Squadron werd omgetoverd tot de 334th Fighter Squadron, RAF 121 Squadron tot 335th Fighter Squadron en RAF 133 Squadron tot 336th Fighter Squadron. Samen vormden zij de 4th Fighter Group. De eenheden vlogen nog kort met de Spitfire, onder Amerikaanse vlag, totdat deze vervangen waren door de P-47 Thunderbolt.
Dale's dienst bij de Amerikaanse luchtmacht begon 15 maart 1943, toen hij werd toebedeeld aan 334th Fighter Squadron, 4th Fighter Group. Dale vloog in totaal 53 operationele missies en wist hij twee vijandelijke vliegtuigen neer te schieten, beide op 16 augustus 1943. Dale zijn verslag hierover luidde:
"Ik vloog als Pectin Blue 2. We bevonden ons ten zuidoosten van Parijs toen ik een Fw 190 waarna rechtsonder mij. Ik informeerde Blue 1 dat ik er achteraan ging. Ik begon te vuren toen ik zon 350 meter achter hem vloog, en naderde tot 100 meter. Ik nam vele treffers waar en het toestel ontplofte.
Ik vloog toen op 23.000 voet. Ik trok op naar de port side van de bommenwerpers om weer in te voegen. Een andere Fw 190 was bezig zich te positioneren voor een aanval op de Fortresses, waarop ik een salvo vanaf 30 graden en 250 meter afvuurde. Hij ondernam geen ontwijkende manoeuvres en ik vuurde nog een salvo vanaf achteren en nam treffers waar. Het vijandelijk toestel rolde over en dook recht naar beneden. Ik was in staat hem de hele weg naar beneden waar te nemen. Hij stortte neer in een veld ten zuiden van Parijs. Ik vloog toen op zo'n 15.000 voet. Ik klom terug naar 25.000 voet en keerde terug naar huis.
Ik claim twee Fw 190s vernietigd."
Deze twee Fw 190s behoorden waarschijnlijk toe aan Jagdgeschwader 2.
Tijdens de laatste missie van Dale wist hij zijn toestel tijdig te verlaten. Ondanks hulp van de lokale veearts werd hij gevangen genomen en uiteindelijk afgevoerd naar Stalag Luft III. Hier gebruikte Dale zijn tijd om te lezen en de Duitse taal te leren. In januari 1945, door het naderen van het Rode Leger, werd het kamp ontruimd en moesten de gevangenen te voet vele kilometers marsen. Uiteindelijk werden zij per trein vervoerd naar Stalag Luft 7A.
Dale werd uiteindelijk op 27 april 1945 bevrijdt, waarna hij terugkeerde naar Amerika. Begin juni 1945 kwam Dale aan in Amerika, waar hij kon genieten van een verlof van zestig dagen. Dale blikte terug op zijn tijd als krijgsgevangene en meldde: "De omstandigheden in het krijgsgevangenenkamp waar ik vastzat, waren veel draaglijker dan in de concentratiekampen waarover je zoveel leest. Het is waar dat we meerdere keren honger leden, maar we zijn nooit echt uitgehongerd geraakt en we werden behandeld als mensen in plaats van als beesten."

Krantenknipsel over de bevrijding van Dale, Salt Lake Telegram 22 mei 1945
Dale trouwde op 24 november 1945 met Dorothy Maxine Peterson te Salt Lake City, Utah. Het tweetal kreeg twee kinderen, zoon David in 1953 en dochter Diane in 1955.

Dale en Dorothy met zoon David
Dale nam na zijn terugkeer eervol ontslag bij de Amerikaanse luchtmacht. Hij was onderscheiden met de Air Medal, Distinguished Flying Cross (DFC), drie Oak Leaf Clusters en de Caterpillar Club embleem voor het succesvol gebruiken van zijn parachute.
Dale ging vervolgens werken voor Hales and Weinstocks department stores, waar hij in 1986 met pensioen ging.
Dale kwam op 29 november 2014 te overlijden op 94-jarige leeftijd. Dale stond bekend om zijn droge humor en zijn passie voor golf, vissen en de verschillende sportteams in zijn omgeving, met name de San Francisco Giants. Dale werd geïnterneerd te Sacramento Valley National Cemetery in Dixon, Californië.

Columbarium van Dale
Ook de officiële instanties rapporteerden over de crash:
“Ik moge U hierbij het volgende rapporteren: Op 8 October 1943 te omstreeks 14.45 uur is een vliegtuig omlaaggestort, dat terechtkwam in een perceel weiland, gelegen te Ruigekluft, gemeente Ruinerwold.
Kort daarop stortte nóg een vliegtuig neer, dat terecht kwam bij den weg Ruinerwold Oosteinde-Havelte, eveneens in de gemeente Ruinerwold.
Uit eerstgemeld vliegtuig sprong een inzittende met een valscherm omlaag. Deze is door den Hoofdwachtmeester Dost. A. dezer Groep aangehouden en overgegeven aan Duitsche militairen, die kort daarop passeerden. Door stukken van eerstgemeld vliegtuig is Harm Smid, geboren 12 October 1927 te Ruinen, boerenarbeider, Nederlander en wonende te Ruinerwold A.126, gedood. Deze bevond zich in een perceel weiland, op korten afstand van de plaats waar eerstgenoemd vliegtuig is gevallen.
Eerstgemeld vliegtuig was van Amerikaansche nationaliteit, laatst gemeld van onbekend nationaliteit.
Hiervan door mij op afgelegden ambtseed opgemaakt dit rapport.
Gesloten te Ruinerwold, 9 October 1943.“
Het tweede toestel, van onbekende nationaliteit, genoemd in het rapport betrof Bf 109G-6 Wnr. 15768 gevlogen door Oberfeldwebel Erwin Stark. Dit toestel kwam neer aan de Hesselterweg en werd pas in 1978 geborgen. Hierbij werd ook het stoffelijk overschot van de piloot gevonden die tot dan toe vermist was. Het rapport meldt dat Harm Smid werd geraakt door brokstukken van het eerste toestel, echter lijkt het erop dat dit wrakstukken van bovengenoemde Bf 109 betroffen.
P-47D Thunderbolt 42-7915 gevlogen door Flight Officer Clyde Smith werd hoogstwaarschijnlijk neergeschoten door Hauptmann Detlev Rohwer van 2. Staffel, Jagdgeschwader 3. Hij claimt om 15:00 uur het neerschieten van een Thunderbolt in Raum EN 8 op 7500 meter als zijn 31e (van de 38) overwinning.

P-47D Thunderbolt 42-7915 gevlogen door Flight Officer Clyde Smith werd hoogstwaarschijnlijk neergeschoten door Hauptmann Detlev Rohwer (links) van 2. Staffel, Jagdgeschwader 3. Hij claimt om 15:00 uur het neerschieten van een Thunderbolt in Raum EN 8 op 7500 meter als zijn 31e (van de 38) overwinning. Hauptmann Detlev Rohwer was een ervaren piloot die zijn meeste overwinningen aan het Oostfront behaalde. Hij sneuvelde op 30 maart 1944 aan verwondingen opgelopen bij een crash en beschieting de dag ervoor.
Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Flight Officier Clyde Dale Smith DFC.

Clyde D. Smith
Piloot
WIA/POW
Clyde D. Smith, piloot van P-47D Thunderbolt 42-7915, wist tijdig het toestel met zijn parachute te verlaten. Hij werd gevangen genomen en afgevoerd naar Stalag Luft III.
Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!
Bronnen:
- Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
- Day Fighters in the Defence of the Reich, a War Diary, 1942-45 – Donald Caldwell
- In de stilte van de nacht – Albert en Jan Boverhof
- Sporen aan de Hemel (Deel 3) – Ab A. Jansen
