
Breng mij naar het informatiepaneel!
In de nacht van 4 op 5 mei 1943 lanceerde de Royal Air Force een aanval op Dortmund. In totaal waren 596 Britse bommenwerpers opgestegen om hun bommen tussen 00:57 en 01:57 uur af te werpen boven het doel. Gezien de goede weersomstandigheden (geen wolken en weinig maanlicht) was er weinig wat een succesvolle aanval tegenstond. Echter golden deze goede weersomstandigheden ook voor de Duitse Nachtjagd: in totaal vlogen zij 28 grondgeleide Himmelbett missie tegen de Britse bommenwerpers wat resulteerde in 22 Abschüsse, waarvan 21 later bevestigd werden. In totaal zouden dertig bommenwerpers niet terugkeren naar hun basissen in Engeland.
Eén van deze toestellen was Wellington Mk.X HE530 HD-V van RAAF 466 Squadron. Het was eerder die nacht om 22:33 uur opgestegen vanaf RAF Leconfield. Aan boord waren vier Australische bemanningsleden en één Brits bemanningslid. Het toestel was voor deze missie uitgerust met een bommenlast van 2x500lbs. M.C. bommen en vier Small Bomb Containers (SBC) met 8x30lbs en drie SBCs met 90x4lbs. brandbommen.

De bemanning van Wellington HE530 HD-V. Van links naar rechts: Reginald Lutton, Francis Latham, Leonard James, John Baxter en Ronald Dolby
Voor meer informatie over de bemanning van Wellington HE530 HD-V, klik op onderstaande uitvouwbare balk.
Sergeant Leonard Francis 'Len' James
Leonard Francis 'Len' James werd geboren op 5 februari 1921 als zoon van Hiram Aloysius James en Alice Mary Casey in Brisbane, Australië. Len had één broer (Cyril), één broertje (Reginald) en één zusje (Eileen).
Na zijn opleiding voltooid te hebben ging Len werken als verzekeringsmedewerker, waarna hij zich op 19 augustus 1941 aanmeldde voor bij de Royal Australian Air Force. Len werd toegelaten en kreeg identificatienummer '414299' waarna hij kon beginnen met zijn opleiding tot piloot. Deze volgde hij onder andere bij No.27 Operational Training Centre (OTU). Hier vormden de vele vliegers hun bemanningen en werden zij opgeleid tot Wellington-bemanning.
Uiteindelijk werd Len met zijn bemanning op 7 april 1943 toebedeeld aan RAAF 466 Squadron. Hier vloog hij de volgende missies:
10 op 11 april 1943; Frankfurt, in Wellington HE212 (tijdens deze missie vloog James mee als co-piloot om ervaring op te doen voor hij met zijn eigen bemanning operationele missies ging vliegen)
14 op 15 april 1943; Stuttgart, in Wellington HE411 (tijdens deze missie vloog James mee als co-piloot om ervaring op te doen voor hij met zijn eigen bemanning operationele missies ging vliegen)
17 op 18 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE389 (tijdens de eerste missie als volledige bemanning hadden ze de taak om mijnen af te werpen in de buurt van Brest. De bemanning was enigszins uit koers geraakt en men vermoedde dat de mijnen ten westen van Point Des Espagnol terecht zijn gekomen)
22 op 23 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE411 (tijdens deze missie werd Sergeant Ronald Ernest Dolby vervangen door Sgt M.S. Roberts. Tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Brest. Op de terugweg week het toestel uit naar RAF Colerne)
26 op 27 april 1943; Duisburg, in Wellington HE212 (tijdens deze missie werd Sergeant Ronald Ernest Dolby vervangen door Sgt W.R. Handon. De bemanning keerde vroegtijdig terug naar RAF Catfoss in verband met een gesprongen drukleiding)
1 op 2 mei 1943; Gardening (Lorient), in Wellington HE530 (tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Lorient)
4 op 5 mei 1943; Dortmund, in Wellington HE530 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Len werd uiteindelijk op 8 mei 1943 gevangen genomen, volgens hemzelf zo'n twee kilometer van Raalte. Hij was niet gewond en had de afgelopen drie en een halve dag getracht zo veel mogelijk in een zuidwestelijke richting te bewegen. Dit met het doel om uiteindelijk in België en Frankrijk terecht te komen. Len vertelde: "Neergeschoten om 1 uur 's morgens op 5/5/43 nabij de Duitse grens in Nederland. Nam snel voorzorgsmaatregelen met betrekking tot parachute etc. en ging naar een bebost gebied. Sliep een paar uur vanaf 4 uur en maakte 's morgens plannen om te ontsnappen met behulp van de ontsnappingsset. Ik hield me 36 uur lang gedeisd en vond mijn exacte locatie. Ik liep 's nachts alleen over secundaire wegen en maakte het eerste contact op de 6e om 11 uur 's avonds. Mijn vliegerslaarzen bleken moeilijk over de vele greppels. Overdag hield ik me goed verborgen en maakte aantekeningen over vliegvelden, fabrieken (deze informatie werd in Barth aan een geheim comité gegeven). Op de 8e 's middags opgepakt door Nederlandse politieagenten en in de loop van de middag overgedragen aan de Duitsers. Via Zwolle en Amsterdam naar Dulag Luft gebracht".
Len werd afgevoerd naar Dulag Luft, te Frankfurt voor ondervragingen. Hier kreeg hij krijgsgevangenenummer '1140' en verbleef hij van 10 tot 13 mei 1943. Hierna werd Len overgebracht naar Stalag Luft I (18 mei 1943 tot 3 november 1943), Stalag Luft IV (4 november 1943 tot 15 juli 1944), Stalag Luft IV (19 juli 1944 tot 6 februari 1945) en Stalag Luft XIb (30 maart 1945 tot 19 april 1945), waar Len bevrijdt werd. Gedurende zijn gevangenschap hield Len zich bezig met studeren. Na zijn bevrijding werd gecommuniceerd dat hij zijn diploma voor Engels, Wiskunde, Frans, Economie en Hitte, Licht en Geluid gehaald had. Tussendoor was Len op 29 november 1943 ook bevorderd tot Warrant Officer.
Na zijn bevrijding keerde Len terug naar Australië waar hij met Marie Therese Dwyer trouwde. Samen kregen zij acht kinderen. Len ging weer werken in de verzekeringswereld en werd supervisor levensverzekering.

Len en Marie, vermoedelijk gemaakt voordat Len naar Engeland ging
Len kwam op 19 mei 2011 te overlijden in Brisbane en werd begraven te Pinnaroo Lawn Cemetery.
Flight Sergeant Ronald Ernest 'Ron' Dolby
Ronald Ernest 'Ron' Dolby werd geboren op 30 december 1914 als zoon van Ernest Robert Bowen Dolby en Charlotte Elizabeth Churton in Queensland, Australië. Ron had één jongere zus (Florence) en één jongere broer (Wesley).
Na zijn opleiding aan Brisbane Grammar School voltooid te hebben ging Ron werken als boekhouder bij Dunlop Rubber Co. Ltd. Op 17 augustus 1941 meldde hij zich aan voor bij de Royal Australian Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Hij kreeg identificatienummer '414212'. Na zijn basisopleiding in Australië afgerond te hebben stapte Ron op 28 maart 1942 op de boot naar Engeland. Hier werd hij uiteindelijk toebedeeld aan No.27 Operational Training Centre (OTU). Hier vormden de vele vliegers hun bemanningen en werden zij opgeleid tot Wellington-bemanning.
Op 11 maart 1943 werd Ron bevorderd tot Flight Sergeant.
Uiteindelijk werd Ron met zijn bemanning op 7 april 1943 toebedeeld aan RAAF 466 Squadron. Hier vloog hij de volgende missies:
17 op 18 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE389 (tijdens de eerste missie als volledige bemanning hadden ze de taak om mijnen af te werpen in de buurt van Brest. De bemanning was enigszins uit koers geraakt en men vermoedde dat de mijnen ten westen van Point Des Espagnol terecht zijn gekomen)
1 op 2 mei 1943; Gardening (Lorient), in Wellington HE530 (tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Lorient)
4 op 5 mei 1943; Dortmund, in Wellington HE530 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Tijdens zijn laatste missie wist Ron tijdig het toestel te verlaten. Hij landde in de omgeving van Nieuwleusen, waar enkele boeren hem hielpen aan zijn terugkeer naar Engeland. "De Duitsers voerden echter massa-executies uit voor elke geholpen piloot. Politieagent en zijn assistent in Nieuwleusen waren erg behulpzaam, maar hun pogingen werden gedwarsboomd door de Duitsers die in dit gebied aanwezig waren". Ron werd uiteindelijk op 9 mei 1943 gevangen genomen. Hij werd eerst afgevoerd naar Amsterdam (9 mei tot 12 mei 1943) om vervolgens naar Dulag Luft overgebracht te worden. Hier bevond Ron zich van 13 mei tot 18 mei 1943). Ron kreeg krijgsgevangenenummer '1125' en werd overgebracht naar Stalag Luft I (18 mei 1943 tot november 1943), Stalag Luft VI (november 1943 tot juli 1944) en Stalag Luft IV (juli 1944 tot januari 1945). Hierna werd hij met zijn medegevangenen aan het marsen gezet door het naderende Rode Leger. Tijdens deze marstocht die van januari tot april 1945 duurde werd Ron uiteindelijk bevrijdt.
Tussendoor, op 11 maart 1944, werd Ron bevorderd tot Warrant Officer.

Krantenknipsel over de gevangename van Ron en zijn ervaringen, gepubliceerd in The Courier-Mail op vrijdag 6 augustus 1943
Na zijn bevrijding keerde Ron terug naar Australië. Hier kwam hij uiteindelijk op 4 juli 2005 te overlijden.
Flight Sergeant Reginald Lionel Lutton
Reginald Lionel Lutton werd op 12 maart 1922. In datzelfde jaar werd Reginald geadopteerd door William Verdi Lutton en Annabella Currans te Paddington, Australië. Reginald had één zus (Elsie).
Reginald volgde zijn opleiding aan Carlton South Public, Stancliffe Commercial en Camdenville Commercial en haalde in november 1938 zijn diploma. Reginald slaagde in aardrijkskunde, geschiedenis, natuurkunde, scheikunde en bedrijfskunde maar zakte in Engels. Hierna ging Reginald werken als verkoopmedewerker.
In zijn vrije tijd deed Reginald graag aan zwemmen, tennis, cricket en football.
Op 16 augustus 1941 meldde Reginald zich aan voor bij de Royal Australian Air Force. Hier werd hij toegelaten en kreeg hij identificatienummer '413214'. Na zijn basisopleiding in Australië afgerond te hebben stapte Reginald op 24 augustus 1942 op de boot naar Engeland. Hier kwam hij op 18 november 1942 aan. Reginald werd officieel eerst toebedeeld aan No. 3 Personnel Reception Centre. Hier werden de Commonwealth vliegers opgevangen en kort gehuisvest voor zij bij daadwerkelijke opleidingseenheden werden gestationeerd.

Pasfoto's van Reginald uit zijn personeelsdossier van de RAAF
Voor Reginald kwam dit op 8 december 1942, toen hij werd toebedeeld aan No.27 Operational Training Centre (OTU). Hier vormden de vele vliegers hun bemanningen en werden zij opgeleid tot Wellington-bemanning.
Reginald werd met terugwerkende kracht bevorderd tot Flight Sergeant op 23 januari 1943.
Uiteindelijk werd Reginald met zijn bemanning op 7 april 1943 toebedeeld aan RAAF 466 Squadron. Hier vloog hij de volgende missies:
17 op 18 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE389 (tijdens de eerste missie als volledige bemanning hadden ze de taak om mijnen af te werpen in de buurt van Brest. De bemanning was enigszins uit koers geraakt en men vermoedde dat de mijnen ten westen van Point Des Espagnol terecht zijn gekomen)
22 op 23 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE411 (tijdens deze missie werd Sergeant Ronald Ernest Dolby vervangen door Sgt M.S. Roberts. Tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Brest. Op de terugweg week het toestel uit naar RAF Colerne)
26 op 27 april 1943; Duisburg, in Wellington HE212 (tijdens deze missie werd Sergeant Ronald Ernest Dolby vervangen door Sgt W.R. Handon. De bemanning keerde vroegtijdig terug naar RAF Catfoss in verband met een gesprongen drukleiding)
1 op 2 mei 1943; Gardening (Lorient), in Wellington HE530 (tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Lorient)
4 op 5 mei 1943; Dortmund, in Wellington HE530 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Tijdens zijn laatste missie wist Reginald tijdig het toestel te verlaten. Reginald begon te lopen in de richting van Apeldoorn en sprak onderweg met twee mensen, die hem geen hulp boden. Vlak hierna werd hij, op 5 mei 1943, gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft. Hier kreeg hij krijgsgevangenenummer '1146', waarna hij werd overgebracht naar Stalag Luft I (20 mei tot 31 oktober 1943), Stalag Luft VI (4 november 1943 tot 15 juli 1944), Stalag Luft IV (20 juli 1944 tot 6 februari 1945) en Stalag Luft IIb (30 maart tot 7 april 1945). Tussendoor werd Reginald op 23 januari 1944 bevorderd tot Warrant Officer.

Een groepsfoto van het Australische cricketteam in Stalag Luft I, te Barth. Reginald is te zien op de voorste rij, tweede van links. In krijgsgevangenschap stond Reginald bekend als 'Strawberry' of 'Stawb'.
Reginald stuurde meerdere brieven, zowel naar zijn familie als vrienden. Ook kreeg hij zo nu en dan een pakket met kleren en voedsel opgestuurd van zijn familie. Eén van zijn brieven, geschreven aan vriend en collega Sergeant John Lloyd Ryall, luid: "Dear Jack, As you can gather I am spending my time nowadays in a prison camp. Jack, you will be sorry to hear Frankie was killed, the rest of us got away with it. Since arriving I have met H.B.F. Smith and also B. Browns. Well mate I hope you are going O.K. and please let Henry know Jessie's request. Cheerio mate and remember me to all, your old pal, Strawb".
Na zijn bevrijding keerde Reginald terug naar Australië. Hier trouwde hij op 24 november 1945 met Joan Ellie Emmie Currey. Samen kregen zij twee dochters.
Reginald kwam op 11 februari 1962 te overlijden. Hij werd begraven te Sutherland, Australië.
Sergeant John Russell 'Johnny' Baxter
John Russell 'Johnny' Baxter werd geboren op 10 december 1920. Hoogstwaarschijnlijk werd Johnny vlak na zijn geboorte geadopteerd door William John en Frances Baxter. Johnny was de jongste van vier kinderen.
Aan het begin van de oorlog meldde Johnny zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten en kreeg hij identificatienummer '1148282'. Op dit moment woonde Johnny te Holywell, Northumberland en was zijn moeder reeds overleden.
Johnny volgde zijn opleiding onder andere bij No.27 Operational Training Centre (OTU). Hier vormden de vele vliegers hun bemanningen en werden zij opgeleid tot Wellington-bemanning.
Uiteindelijk werd John met zijn bemanning op 7 april 1943 toebedeeld aan RAAF 466 Squadron. Hier vloog hij de volgende missies:
17 op 18 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE389 (tijdens de eerste missie als volledige bemanning hadden ze de taak om mijnen af te werpen in de buurt van Brest. De bemanning was enigszins uit koers geraakt en men vermoedde dat de mijnen ten westen van Point Des Espagnol terecht zijn gekomen)
22 op 23 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE411 (tijdens deze missie werd Sergeant Ronald Ernest Dolby vervangen door Sgt M.S. Roberts. Tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Brest. Op de terugweg week het toestel uit naar RAF Colerne)
26 op 27 april 1943; Duisburg, in Wellington HE212 (tijdens deze missie werd Sergeant Ronald Ernest Dolby vervangen door Sgt W.R. Handon. De bemanning keerde vroegtijdig terug naar RAF Catfoss in verband met een gesprongen drukleiding)
1 op 2 mei 1943; Gardening (Lorient), in Wellington HE530 (tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Lorient)
4 op 5 mei 1943; Dortmund, in Wellington HE530 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Tijdens zijn laatste missie wist Johnny tijdig het toestel te verlaten. Hij werd in de loop van de dag, op 5 mei 1943, gevangen genomen en afgevoerd naar Dulag Luft voor ondervraging. Hierna werd Johnny overgebracht naar Stalag Luft I (18 mei tot 4 november 1943), Stalag Luft VI (9 november 1943 tot 15 juli 1944), Stalag Luft IV (19 juli 1944 tot 6 februari 1945) en Stalag Luft IXb (28 maart tot 8 april 1945). Hierna werd Johnny bevrijdt en keerde hij terug naar Engeland.
Tijdens zijn gevangenschap ondernam Johnny twee ontsnappingspogingen. De eerste, gedurende zijn verblijf in Stalag Luft I, hielp hij mee met het graven van een tunnel onder het theater door. Aan deze poging werkte Reginald Lutton ook mee. Zijn tweede poging vond plaats gedurende zijn verblijf in Stalag Luft VI. Ook ditmaal hielp hij met het graven van een tunnel, die vanaf barak K9 naar buiten liep. De tunnel werd ontdekt toen deze zo'n 120 voet lang was.
Na terugkomst in Engeland pakte Johnny zijn leven weer op. Hij kwam uiteindelijk op 1975 te overlijden.
Sergeant Francis Graham 'Frank' Latham
Francis Graham 'Frank' Latham werd geboren op 23 mei 1921 als zoon van Edward James Latham en de Amerikaanse Charlotte Emily Hempel te Rockdale, New South Wales in Australië. Frank was de jongste van vier zoons.
Frank volgde zijn opleiding aan de Sutherland Public School en van 1933 tot 1935 aan Hurstville Technical High School. Na zijn opleiding voltooid te hebben ging Frank verder met zijn hobby: paardrijken. Frank was hier aardig goed in; hij was dan ook een professionele jockey. Frank werd getraind door Walter Rayner. Daarnaast deed Frank ook graag aan football en schaatsen. Frank had ook enige ervaring als vrachtwagenbestuurder.
Op 19 juli 1941 meldde Frank zich aan voor bij de Royal Australian Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding. Frank kreeg identificatienummer '412543' en werd initieel aangemerkt als kandidaat radiotelegrafist. Frank begon zijn opleiding bij No.1 Initial Training School in Sydney. Op 16 oktober 1941 werd hij toebedeeld aan No.2 Wireless Air Gunners School (WAGS). Hier werd Frank opgeleid tot radiotelegrafist en boordschutter. Vervolgens werd Frank op 2 mei 1942 toebedeeld aan No.2 Bombing & Gunnery School (BAGS) te Port Pirie. Hier werd Frank verder opgeleid tot boordschutter, en indien nodig ook wat kneepjes van een bommenrichter bijgebracht.
Op 28 mei 1942 werd Frank bevorderd van LAC naar Sergeant en officieel benoemd als boordschutter. Een dag later werd hij toebedeeld aan No.2 Embarkation Depot. Hier zou hij wachten tot hij verscheept zou worden en om te zorgen dat hij medisch gereed was voor zijn inzet. Op 24 augustus 1942 stapte dan eindelijk Frank in Sydney op de boot die hem naar het Verenigd Koninkrijk bracht. Hier kwam hij op 18 november 1942 aan waarna hij zijn verder opleiding kon vervolgen. Frank werd officieel eerst toebedeeld aan No. 3 Personnel Reception Centre. Hier werden de Commonwealth vliegers opgevangen en kort gehuisvest voor zij bij daadwerkelijke opleidingseenheden werden gestationeerd.
Voor Frank kwam dit op 9 december 1942, toen hij werd toebedeeld aan No.27 Operational Training Unit (OTU). Hier vormden de vele vliegers hun bemanningen en werden zij opgeleid tot Wellington-bemanning.
In januari 1943 schreef een vriend van Frank, Sgt A.R. Butler, aan Frank's ouders dat hij na meerdere onbeantwoorde brieven gehoord had dat Frank tijdens zijn opleiding bij No.27 OTU bij een vliegongeluk om het leven was gekomen. Enkele maanden later kwam deze Sgt A.R. Butler er achter dat dit helemaal niet klopte en stuurde hals over kop een brief aan de ouders van Frank om zijn excuses voor de veroorzaakte angst aan te bieden. De familie had ondertussen al contact opgenomen met de officiële instanties, die ook van niks wisten. In maart 1943 deelde zij mede "I have the pleasure in confirming the information conveyed to you by telegram from this Department that your son Sergeant Francis Graham Latham is in good health and has not been involved in any accident."
Uiteindelijk werd Frank met zijn bemanning op 7 april 1943 toebedeeld aan RAAF 466 Squadron. Hier vloog hij de volgende missies:
17 op 18 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE389 (tijdens de eerste missie als volledige bemanning hadden ze de taak om mijnen af te werpen in de buurt van Brest. De bemanning was enigszins uit koers geraakt en men vermoedde dat de mijnen ten westen van Point Des Espagnol terecht zijn gekomen)
22 op 23 april 1943; Gardening (Brest), in Wellington HE411 (tijdens deze missie werd Sergeant Ronald Ernest Dolby vervangen door Sgt M.S. Roberts. Tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Brest. Op de terugweg week het toestel uit naar RAF Colerne)
26 op 27 april 1943; Duisburg, in Wellington HE212 (tijdens deze missie werd Sergeant Ronald Ernest Dolby vervangen door Sgt W.R. Handon. De bemanning keerde vroegtijdig terug naar RAF Catfoss in verband met een gesprongen drukleiding)
1 op 2 mei 1943; Gardening (Lorient), in Wellington HE530 (tijdens deze missie moest de bemanning mijnen afwerpen in de buurt van Lorient)
4 op 5 mei 1943; Dortmund, in Wellington HE530 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)
Tijdens de laatste missie van Frank was hij niet in staat zichzelf in veiligheid te brengen en kwam bij de crash om het leven.

Een krantenknipsel van een bericht wat in het najaar van 1943 in de lokale krant geplaatst is door nabestaanden van Frank
Op de heenweg werd Wellington HE530 HD-V, toen het om 00:58 uur de Zuiderzee had overgestoken, op een hoogte van 6400 meter aangeschoten door een Duitse Bf 110G-4 nachtjager van 12. Staffel, Nachtjagdgeschwader 1 (12./NJG 1), gevlogen door Oberleutnant Lothar Linke. Door de aanval werd de rechter motor geraakt en ontstond er brand in het bommenruim en de staart van het toestel. Tevens konden de besturingsvlakken niet meer bewogen worden. Hierop werd het bevel gegeven het toestel te verlaten. Iedereen slaagde hierin, behalve staartschutter Sergeant Francis Graham Latham. Hij werd als laatst gezien toen hij het vuur in de staart aan het blussen was. Oberleutnant Lothar Linke zou in deze nacht naast Wellington HE530 HD-V nog drie andere bommenwerpers neerschieten.
Lother Linke zou zelf ruim een week later, op 14 mei 1943, zelf ook om het leven komen toen hij door een motorbrand genoodzaakt was zijn Bf 110 per parachute te verlaten. Tijdens het springen raakte hij de staart en was vervolgens niet meer in staat zijn parachute te openen.
Brandend, en in een lange glijvlucht kwam het toestel uit noordwestelijke richting, scheerde laag over een boerderij aan de Binnenweg in de Oosterboer en sloeg niet veel later tegen de grond in toenmalig Gemeente De Wijk. Hier bleven de wrakstukken nog enige tijd branden. Naast het wrak van het vliegtuig werd het stoffelijk overschot van één bemanningslid gevonden. Dit bleek het lichaam van Francis Latham te zijn. Hij werd de volgende dag, op donderdag 6 mei 1934, begraven op de Algemene Begraafplaats van De Wijk.
Duitse rapporten rapporteerden: “Am 5.5.43, 2.45 Uhr 2km. ostwärts Meppel eine Wellington durch Nachtjäger abgeschossen. Besatzung 4-5 Mann. (1 Gefangener, 1 Toter).” Twee bemanningsleden, piloot Leonard James en Ronald Dolby wisten respectievelijk drie en vier dagen te ontkomen aan Duits gevangenschap. Uiteindelijk werden zij echter ook gevangengenomen, te Zwolle en Nieuwleusen.
Piloot Sergeant Leonard Francis James vertelde na zijn bevrijding over zijn ervaring tijdens deze missie: “We werden neergeschoten toen we de Nederlands-Duitse grens naderden. De stuurboordmotor werd beschadigd en stopte er mee. Brand brak uit in het bommenruim en in de staart van het toestel. Onze hoogte was 18.000 voet. Ik gaf bevel aan de bemanning om het toestel te verlaten op 14.000 voet. De bommenrichter en navigator waren niet gewond en sprongen samen met de radiotelegrafist door het voorste ontsnappingsluik. De radiotelegrafist, die zich in de astrodome bevond, raakte tijdens de aanval lichtgewond door kogels en scherven. De staartschutter was niet in zijn koepel en had over de intercom gesproken vlak na de aanval. Ik vertelde hem dat hij moest proberen het vuur te bestrijden en als dat niet lukte, het toestel te verlaten. Het toestel dook uiteindelijk stuurloos vanaf 10.000 voet. Het duurde enkele seconden voor ik kon proberen het toestel te verlaten en uiteindelijk verliet ik het toestel op zo’n 5.000 voet door het voorste onstnappingsluik. De staartschutter was om het leven gekomen, werd mij verteld door de Duitsers vlak na ze mij gevangennamen.“
Flight Sergeant Reginald Lionel Lutton vertelde: “De schade aan ons toestel werd veroorzaakt door mitrailleurvuur (dit is mijn mening: van een toestel voor en onder de stuurboordvleugel). Het bevel om het vliegtuig te verlaten werd bevestigd door alle leden behalve Sgt Latham, die alleen “ Het staat hier verderop ook in brand” hoorde zeggen vlak nadat we geraakt waren. Ik was de eerste die eruit sprong. Ik sprong eruit op ongeveer 15.000 voet. We verloren hoogte en het vliegtuig stond in brand rond de hoofdligger en verder naar achteren. De stuurboordmotor was uitgevallen. Het vliegtuig stortte neer ten oosten van Zwolle“.
Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Sergeant Leonard Francis ‘Len’ James, Flight Sergeant Ronald Ernest ‘Ron’ Dolby, Flight Sergeant Reginald Lionel Lutton, Sergeant John Russell ‘Johnny’ Baxter en Sergeant Francis Graham ‘Frank’ Latham.

Leonard F. James
Piloot
POW

Ronald E. Dolby
Navigator
POW

Reginald L. Lutton
Bommenrichter
POW

John R. Baxter
Radiotelegrafist
POW

Francis G. Latham
Staartschutter
KIA
Francis Latham, het enige omgekomen bemanningslid van Wellington HE530 HD-V is begraven op de Commonwealth War Graves sectie van de Algemene Begraafplaats te De Wijk.
Rust in vrede.

Het graf van Francis Latham
Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan
Bronnen:
- Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
- Nabestaanden Francis Latham
- Nachtjagd Combat Archives – Theo Boiten
