Breng mij naar het informatiepaneel!


In de nacht van 5 op 6 juli 1941 lanceerde de Royal Air Force drie gelijktijdige aanvallen. 94 bommenwerpers vlogen richting Münster, wat gebombardeerd werd tussen 01:08 en 02:13 uur. Osnabrück werd tussen 01:17 en 02:30 uur aangevallen door 39 bommenwerpers, en 33 bommenwerpers dropten tussen 01:15 en 02:02 uur hun bommen op Bielefeld. In reactie op deze aanvallen werden er relatief veel Duitse nachtjagers ingezet. In totaal 28 nachtjagers van Nachtjagdgeschwader 1 en 3 patrouilleerden boven Nederland en Noordwest-Duitsland. Desondanks waren de Britse verliezen marginaal, met ‘maar’ drie Britse bommenwerpers die niet terugkeerden.

Eén van de toestellen die richting Münster vloog was Whitley Mk.V Z6793 ZA-Z van RAF 10 Squadron. Het toestel, wat gevlogen werd door Pilot Officer Robert Goulding, was om 22:48 uur (Engelse tijd) opgestegen vanaf RAF Leeming. Het toestel, wat in totaal nog maar 5 uur had gevlogen, werd bemand door een bemanning van vier. Normaliter was een Whitley bemand met vijf bemanningsleden.

Robert Aird voor een Whitley van RAF 10 Squadron

Bron: Nachtjagd Combat Archives – Theo Boiten

Voor meer informatie over de bemanning van Whitley Z6793 ZA-Z, klik op onderstaande uitvouwbare balk.

Robert Goulding werd geboren op 25 januari 1920 als zoon van John William Goulding en Annie May Bateman te Wigton, Engeland. Robert had drie jongere zussen (Alice Goulding - 1922, Annie Goulding - 1924 en Margorie Goulding - 1926).

Na zijn opleiding afgerond te hebben meldde Robert zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij begon aan zijn opleiding tot piloot. Uiteindelijk kreeg Robert identificatienummer '85265'. Robert begon zijn opleiding bij No.11 Flying Training School. Hier zat hij van 29 juni tot 20 september 1940. Robert werd omschreven als "above average. Hard working and intelligent. Passed 81.4%". Vervolgens werd Robert op 22 september 1940 toebedeeld aan No.10 Operational Training Unit, waar hij werd opgeleid tot piloot van een Whitley bommenwerper.

Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Robert op 9 december 1940 toebedeeld aan RAF 10 Squadron, waar hij als piloot van een Whitley bommenwerper de volgende missies vloog:

  • 3 op 4 maart 1941; Keulen, in Whitley P5016 (de bemanning keerde vroegtijdig terug door problemen met de motor. Het toestel landde per ongeluk op RAF Topcliffe, de verkeerde basis, waar het wegzakte in de zachte grond. Robert vloog tijdens deze missie mee als co-piloot)
  • 14 op 15 maart 1941; Rotterdam, in Whitley T4176 (Robert vloog tijdens deze missie mee als co-piloot)
  • 18 op 19 maart 1941; Kiel, in Whitley T4263 (door dichte bewolking en grondmist was de bemanning niet in staat het doel te vinden. Besloten werd om de bommen af te werpen op een locatie geschat zo'n 15 mijl zuidwestelijk van Lübeck. Eén container met brandbommen liet niet los en werd mee teruggenomen. Robert vloog tijdens deze missie mee als co-piloot)
  • 16 op 17 april 1941; Bremen, in Whitley T4179 (Robert vloog tijdens deze missie mee als co-piloot)
  • 29 op 30 april 1941; Mannheim, in Whitley T4179 (Robert vloog tijdens deze missie mee als co-piloot)
  • 3 op 4 mei 1941; Keulen, in Whitley T4179 (Robert vloog tijdens deze missie mee als co-piloot)

Een groepsfoto van RAF 10 Squadron, inclusief Robert

  • 5 op 6 mei 1941; Mannheim, in Whitley P4946
  • 2 op 3 juni 1941; Düsseldorf, in Whitley Z6564
  • 8 op 10 juni 1941; Dortmund, in Whitley T4179 (het toestel werd boven het doel geraakt door Flak in de romp en neuskoepel. Het toestel maakte een succesvolle landing op een uitwijkbasis)
  • 12 op 13 juni 1941; Schwerte, in Whitley T4179
  • 13 op 14 juni 1941; Schwerte, in Whitley Z6586 (het toestel bombardeerde Hagen in plaats van het oorspronkelijke doel. Dit kwam waarschijnlijk door het onstuimige weer en de lange tijd die de bemanning kwijt was aan het zoeken naar het doel. Op de terugweg werd er vlak voor de Engelse kust op het toestel gevuurd door een Engels konvooi. Na het afvuren van lichtkogels met de kleurcode van de dag stopte dit en kon het toestel veilig landen)
  • 18 op 19 juni 1941; Bremen, in Whitley T4179
  • 3 op 4 juli 1941; Essen, in Whitley Z6534 (de missie werd vroegtijdig afgebroken omdat de staartschutter, Sergeant Harrison onderweg ziek raakte)
  • 5 op 6 juli 1941; Münster, in Whitley Z6793 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)

Robert was niet in staat het toestel niet tijdig te verlaten, en kwam bij de aanval of daaropvolgende crash om het leven.

Een krantenknipsel uit de Penrith Observer over het sneuvelen van Robert

Duncan Morrison werd geboren op 24 januari 1914 als zoon van Rupert Ernest Morrison en Dora Sophie Caroline Bokelmann in Bindura, ZImbabwe. Duncan had één oudere broer: Neville John Christopher Morrison (1911-1992). Duncan werd op 15 juli 1914 gedoopt in de Church of Holy Trinity, te Johannesburg, Zuid-Afrika.

Het is onbekend wanneer Duncan in Engeland aankwam. Maar eenmaal hier meldde hij zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot waarnemer. Uiteindelijk kreeg hij identificatienummer '779002'.

Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Duncan toebedeeld aan RAF 10 Squadron waar hij als waarnemer van een Whitley bommenwerper de volgende missies vloog:

  • 16 op 17 april 1941; Bremen, in Whitley P4946
  • 20 op 21 april 1941; Rotterdam, in Whitley P5016
  • 23 op 24 april 1941; Brest, in Whitley P5016 (op de terugweg stopte de radio met werken en had de bemanning moeite om hun basis terug te vinden. Na een tijd boven het eiland Wight rondgecirkeld te hebben werd het toestel door een Spitfire terug naar hun basis geëscorteerd)
  • 29 op 30 april 1941; Mannheim, in Whitley P5016
  • 3 op 4 mei 1941; Keulen, in Whitley P5016
  • 7 op 8 mei 1941; Brest (Scharnhorst & Gneisenau), in Whitley Z6656
  • 10 op 11 mei 1941; Hamburg, in Whitley Z6656
  • 12 op 13 mei 1941; Mannheim, in Whitley Z6656
  • 15 op 16 mei 1941; Hannover, in Whitley P5016
  • 18 op 19 mei 1941; Kiel, in Whitley P5016
  • 27 op 28 mei 1941; Keulen, in Whitley P5016
  • 2 op 3 juni 1941; Düsseldorf, in Whitley P5016
  • 8 op 10 juni 1941; Dortmund, in Whitley P5016
  • 12 op 13 juni 1941; Schwerte, in Whitley P5016
  • 27 op 28 juni 1941; Bremen, in Whitley Z6564
  • 3 op 4 juli 1941; Essen, in Whitley Z6534 (de missie werd vroegtijdig afgebroken omdat de staartschutter, Sergeant Harrison onderweg ziek raakte)
  • 5 op 6 juli 1941; Münster, in Whitley Z6793 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)

Duncan was niet in staat het toestel niet tijdig te verlaten, en kwam bij de aanval of daaropvolgende crash om het leven.

Roy Harold Jordan werd geboren op 28 april 1920 als zoon van Harry Richard Jordan en Elsie Vera Nell in East Molesey, Engeland. Roy had één oudere broer: Douglas Jordan (1914-1974).

Roy meldde zich op 17 juni 1940 aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot radiotelegrafist en boordschutter. Uiteindelijk kreeg hij identificatienummer '1253067'. Na zijn basisopleiding werd Roy op 25 december 1940 toebedeeld aan No.4 Bombing & Gunnery School waar Roy werd opgeleid tot boordschutter. Vervolgens werd Roy toebedeeld aan No.56 Operational Training Unit (op 8 februari 1941) en vervolgens aan No.19 Operational Training Unit (op 3 maart 1941). 

Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Roy op 6 mei 1941 toebedeeld aan RAF 10 Squadron waar hij als radiotelegrafist en boordschutter van een Whitley bommenwerper de volgende missies vloog:

  • 7 op 8 mei 1941; Brest (Scharnhorst & Gneisenau), in Whitley Z6564
  • 10 op 11 mei 1941; Hamburg, in Whitley Z6564
  • 15 op 16 mei 1941; Hannover, in Whitley Z6564
  • 2 op 3 juni 1941; Düsseldorf, in Whitley Z6672 (boven het doel werd het toestel in de neuskoepel geraakt door Flak. Het toestel keerde echter zonder problemen terug)
  • 12 op 13 juni 1941; Schwerte, in Whitley P5016
  • 13 op 14 juni 1941; Schwerte, in Whitley P5016
  • 16 op 17 juni 1941; Keulen, in Whitley P5016
  • 5 op 6 juli 1941; Münster, in Whitley Z6793 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)

Roy was niet in staat het toestel niet tijdig te verlaten, en kwam bij de aanval of daaropvolgende crash om het leven.

Een kort bericht in de The Surrey Advertiser over het niet terugkeren van Roy

Robert Inglis Hugh 'Bobby' Aird werd geboren op 23 juli 1919 als zoon van Hugh Aird en Jane Inglis te Edinburgh, Schotland. Bobby was de jongste van vier kinderen (Jane Inglis Aird - 1912, Eliza Aird - 1913 en Mary Scott Rams Aird - 1916). Daarnaast had Bobby nog een halfbroer (Alexander John Aird - 1900).

Na zijn opleiding afgerond te hebben ging Bobby werken bij William Younger & Co. Ltd, wat een bekende brouwerij was in Edinburgh.

Op 13 september 1939 meldde Bobby zich aan voor bij de Royal Air Force. Hier werd hij toegelaten waarna hij kon beginnen aan zijn opleiding tot boordschutter. Uiteindelijk kreeg hij identificatienummer '968113'. Bobby begon zijn opleiding bij No.7 Bombing & Gunnery School, waar hij vanaf 15 juni tot 7 juli 1940 te vinden was. Hierna werd Bobby toebedeeld aan No.20 Operational Training Unit waar hij tot einde juli opgeleid werd. Na een korte omzwerving werd Bobby op 11 november 1940 toebedeeld aan No.10 Operational Training Unit, waar hij op in april 1941 zijn opleiding afrondde. 

Na zijn opleiding voltooid te hebben werd Bobby op 15 april 1941 toebedeeld aan RAF 10 Squadron waar hij als boordschutter van een Whitley bommenwerper de volgende missies vloog:

  • 8 op 9 mei 1941; Bremen, in Whitley Z6496 (ongeveer één uur na het opstijgen begon de stuurboord motor oververhit te raken waarop de piloot besloot de missie af te breken. Terwijl het toestel aan het landen was en net met de banden de grond raakte, stopte de motor er opeens helemaal mee waardoor het toestel begon te spinnen. Hierop brak het rechter landingsgestel door en raakte het toestel beschadigd. De bemanning kwam er zonder kleerscheuren vanaf)
  • 15 op 16 mei 1941; Dieppe, in Whitley Z6624
  • 2 op 3 juni 1941; Düsseldorf, in Whitley P5018
  • 18 op 19 juni 1941; Bremen, in Whitley P5018
  • 21 op 22 juni 1941; Düsseldorf, in Whitley Z6564
  • 3 op 4 juli 1941; Essen, in Whitley Z6534 (de missie werd vroegtijdig afgebroken omdat de staartschutter, Sergeant Harrison onderweg ziek raakte)
  • 5 op 6 juli 1941; Münster, in Whitley Z6793 (van deze missie keerde de bemanning niet terug)

Bobby was niet in staat het toestel niet tijdig te verlaten, en kwam bij de aanval of daaropvolgende crash om het leven.

Een gedenkteken voor de tijdens de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde werknemers van William Younger & Co. Ltd, waaronder Bobby (wordt als eerste genoemd)

Op de heenweg, rond 00:50 uur, werd Whitley Z6793 ZA-Z waargenomen door het Duitse radarstation ‘Löwe‘. De Jägerleitoffizier (luchtverkeersleider) van dit radarstation, Leutnant Maier, stuurde vervolgens een Duitse Bf 110D-3 G9+FM nachtjager, van 4. Staffel, Nachtjagdgeschwader 1, gevlogen door Oberleutnant Helmut Lent en zijn Bordfunker Unteroffizier Kubisch richting de Whitley:

Op 6 juli 1941 steeg ik om 23:51 uur op voor een ‘Dunkele Nachtjagd’ gevechtsvlucht in de omgeving van Leeuwarden. Tegen 00:50 uur werd ik door het grondstation (Leutnant Maier) naar een doel geleid. Na een paar minuten herkende ik het vijandelijke toestel dat ongeveer 200 meter boven en voor me vloog. Ik identificeerde het als een Whitley en viel het van achteren aan, waarbij ik een eerste salvo in de staart geschutskoepel richtte. Ik vuurde een tweede salvo in de rechtermotor waardoor de rechtervleugel afbrak en de Whitley naar beneden tolde en in vlammen neerstortte. Het wrak werd gevonden op De Krim/Holland.

Het luchtgevecht werd ook vanaf de grond gehoord en waargenomen. Harm Schuring, Wachtmeester bij de Marechaussee Brigade Hardenberg noteerde het volgende in zijn proces verbaal over het voorval:

In de nacht van 5 op 6 juli 1941, omstreeks 00:55 uur, bevond ik, Harm Schuring, Wachtmeester bij opgemelde brigade en wonende te de Krim, mij op surveillance te de Krim. Op dit tijdstip vlogen veel vliegtuigen door de lucht. Plotseling werd van uit een of meerdere vliegtuigen geschoten en ontstond er op zeer grote hoogte een grote vuurbal, hieruit schoten weer kleinere vuurballen en daarna stortten de vuurballen naar beneden. In de richting waar de vuurgloed naar beneden was gestort, zijnde in de richting van Schuinesloot, gemeente Hardenberg, ontstond toen brand. Vanwege de vele vliegtuigen kan ik niet met zekerheid zeggen in welke richting de vliegtuigen vlogen.

Ik heb toen onmiddellijk de Brigadecommandant het gebeuren telefonisch medegedeeld en verzocht om den Heer Burgemeester en het Hoofd der Luchtbeschermingsdienst te laten waarschuwen.

Met de inmiddels per motor gearriveerde Marechaussee J. Dijkstra heb ik toen een onderzoek ingesteld en is door mij geconstateerd dat op het land van den Heer W. Salomons te Schuinesloot in de gemeente Hardenberg over een afstand van ongeveer 700 meter verschillende delen van een vliegtuig waren neergestort; dit vliegtuig droeg de rood, wit, blauwe vlag en was gekenmerkt Z.6793. Onder delen van het vliegtuig is door mij een lijk gevonden en later op verspreide plaatsen nog twee lijken. Het is mij niet gebleken dat personen levend het vliegtuig hebben kunnen verlaten. De omwonenden hadden niets gemerkt. Schade werd alleen aangericht aan de veldvruchten. Ook bleek mij dat op meerdere plaatsen bommen en brandbommen waren uitgeworpen welke deels wel en deels niet tot ontploffing waren gekomen. Ook hierdoor is niet anders schade veroorzaakt dan aan veldvruchten.

Het vliegtuig is toen door ons bewaakt in afwachting der terugkomst van de Gemeentepolitiedienst der gemeente Hardenberg. Door den Heer Burgemeester en het Hoofd der Luchtbeschermingsdienst zijn de Autoriteiten met het gebeurde in kennis gesteld.

Waarvan op ambtseed is opgemaakt dit rapport, gesloten en getekend te de Krim 6 juli 1941.

Een ietwat onnauwkeurige Duitse melding over de crash van Whitley Z6793 ZA-Z

Bron: Bundesarchiv R_58_3578_0096

De bemanningsleden van Whitley Z6793 ZA-Z waren niet in staat het getroffen toestel tijdig te verlaten. De lichamen van Robert Goulding, Robert Aird en een niet geïdentificeerd bemanningslid werden op 8 juli 1941 begraven in Lutten. Nadat de kisten grafwaarts waren gedragen volgde een korte plechtigheid. Na een kort woordje van de Burgemeester van Gemeente Hardenberg en Gramsbergen, waarin hij hulde bracht aan de gesneuvelden, werd er door Ds. Theunissen, Nederlandse Hervormde Predikant, met een aantal gebeden de plechtigheid afgesloten.

Op 11 juli 1941 werd ook het vierde lijk gevonden. Ook ditmaal werd de plechtigheid hetzelfde ingevuld.

In den namiddag van den elfden Juli 1941 te omstreeks drie uur, is in de buurtschap Slagharen, binnen de gemeente Hardenberg, alsnog het lijk van een lid der bemanning van het in den nacht van 5 op 6 juli j.l. neergestorte Engelsche vliegtuig, zijnde een bommenwerper van het type Whitley V. gekenmerkt Z.6793. De identiteit is vastgesteld kunnen worden uit op het lijk gevonden herkenningsmerk: C.E. Jordan, sergeant-majoor R.A.F. No 1253067. Met machtiging van de Ortskommandantur te Zwolle, is het lijk in den namiddag van den elfden Juli 1941, op het kerkhof te Lutten binnen deze gemeente, ter aarde besteld.

In augustus 1943 kwam men toch achter de identiteit van de ‘Onbekende Militair’, en werd ook de naam van Duncan Morrison op zijn graf genoteerd.

Laten we de herinnering levendig houden aan deze gebeurtenis en Pilot Officer Robert Goulding, Sergeant Duncan Morrison, Sergeant Roy Harold Jordan en Flight Sergeant Robert Inglis Hugh ‘Bobby’ Aird.

Robert Goulding

Piloot

KIA

Duncan Morrison

Waarnemer

KIA

Roy H. Jordan

Radiotelegrafist

KIA

Robert I.H. Aird

Staartschutter

KIA

De omgekomen bemanningsleden van Whitley Z6793 ZA-Z zijn begraven op de Commonwealth War Graves sectie van de Algemene Begraafplaats te Lutten.

Rust in vrede.

De graven van de bemanningsleden

Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan

Bronnen:

  • Archief Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe
  • Nabestaanden Duncan Morrison
  • Nachtjagd Combat Archives – Theo Boiten

Het plaatsen van het Lost Wings informatiepaneel is in samenwerking mogelijk gemaakt door de Plaatselijk Belang Lutten Leeft en is een initiatief van Rita en Herman Harmsen.

Leave Comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.