Op de laatste vrijdag van de maand, 26 november 1943, wordt kort na zonsondergang een grote aanval gestart. 443 Lancasters stijgen samen met zeven Mosquito’s op om Berlijn te bombarderen. Tegelijkertijd stijgen 178 andere toestellen op voor een afleidingsaanval op Stuttgart. Beide bommenwerperstromen vlogen als één formatie Het Kanaal over richting de monding van de Somme. Hier splitste de formatie zich op: de toestellen die naar Stuttgart gingen, vlogen in zuidoostelijke richting verder, en de andere formatie vloog in noordoostelijke richting verder naar Berlijn. Zij bombardeerden Berlijn tussen 21:10 en 21:34 uur, om vervolgens te beginnen aan de terugtocht.

Van 166 RAF Squadron werden er 21 Lancasters meegestuurd, waarvan achttien erin slaagden hun bommenlast boven Berlijn te droppen. Eén van deze Lancasters betrof Lancaster DV247 AS-F, welke om 16:45 uur was opgestegen vanaf vliegbasis RAF Kirmington. Het toestel bevond zich in de eerste golf.

Een luchtfoto van vliegbasis RAF Kirmington, 1945

Lancaster DV247 AS-F met haar zevenkoppige bemanning was opgestegen met een bommenlast van één ‘Cookie’ 4000lbs luchtmijn, zes 1000lbs. G.P.-bommen en één 500lbs. G.P.-bom welke succesvol boven Berlijn werden gedropt door bommenrichter Sergeant Douglas J. Edwards. Boven het doel werd het toestel gevangen door een zoeklicht. Piloot Warrant Officer John E. Thomas begon al klimmend aan een wevend patroon. Het zoeklicht was zo vel dat hij zelfs de lamp in de cockpit aan moest zetten om zijn instrumenten te kunnen lezen. Niet veel later keerde het donker spontaan terug: niet langer gevangen door een zoeklicht begon de bemanning aan de terugreis.

Rond 22:50 uur, wanneer Lancaster DV247 AS-F de Nederlandse grens naderde, vloog een aantal kilometer verderop een Duitse nachtjager: een Messerschmitt Bf 110G-4 G9+KS gevlogen door Oberleutnant Dietrich Schmidt, Staffelkapitän van 8./NJG 1 en radiotelegrafist Feldwebel Kurt Schönfeld. Zij waren die nacht opgestegen van vliegveld Münster-Handorf om de Britse bommenwerpers te onderscheppen.

Oberleutnant Dietrich Schmidt, piloot van Messerschmitt Bf 110G-4 G9+KS

Feldwebel Kust Schönfeld noteerde die dag in zijn dagboek: “De terugvlucht was begonnen. We werden naar het noorden gestuurd door de luchtverkeersleider te Rheinsal. ‘Koeriers vanaf stuurboord naar bakboord’, vertelde hij ons. Toen zag ik een doelwit zo’n 6 kilometer weg op mijn radarscherm verschijnen, maar dan andersom, van bakboord naar stuurboord.”

Uit het niets licht de duistere hemel op: Lancaster DV247 AS-F werd onder vuur genomen. Het toestel werd onder andere in de staartkoepel geraakt, waardoor staartschutter Sergeant Wilfred O’Malley vast komt te zitten in zijn koepel. Ook werden de kabels naar het hoogteroer kapot geschoten, hierdoor raakte het toestel onbestuurbaar. Piloot John E. Thomas gaf al snel het bevel het toestel te verlaten. Terwijl John E. Thomas dit bevel gaf hoorde hij de hulpkreten van staartschutter Wilfred O’Malley: “Tommy, laat me niet achter!

Door de schade aan de staartkoepel was Sergeant Wilfred O’Malley niet in staat zijn staartkoepel te verlaten. Sergeant Arthur V. Collins bleef ook achter in het toestel. Radiotelegrafist Sergeant Edward M.L. Davies wachtte op Arthur V. Collins, die verstijfd bij de deur stond, tot hij geen tijd meer had. Edward M.L. Davies verliet het toestel. Zowel Wilfred O’Malley als Arthur V. Collins kwamen om het leven. De overige vijf bemanningsleden van Lancaster DV247 AS-F weten in de chaos het toestel te verlaten.

“Dieter moest meerdere salvo’s op de stakker voor ons afvuren voordat hij in brand raakte, en eindelijk steil naar beneden ging. Nog feller brandend, in een ‘flatspin’, raakte het de grond en brandde geheel uit. Dat was de eerste SN-2 overwinning voor het Geschwader.” Schreef Feldwebel Kurt Schönfeld verder. Waarschijnlijk werd dit tweede salvo afgevuurd nadat de vijf bemanningsleden van Lancaster DV247 AS-F het toestel al verlaten hadden.

SN-2, voluit Funk-Gerät 220 Lichtenstein SN-2, was de nieuwste versie van de Duitse luchtradar die gebruikt werd voor luchtonderscheppingen.

Een Messerschmitt Bf 110G met FuG 220 Lichtenstein SN-2 apparatuur voor op de neus

Van de bemanningsleden die het toestel wisten te verlaten waren alleen piloot John E. Thomas en bommenrichter Sergeant Douglas J. Edwards gewond. John E. Thomas had een gebroken enkel en verwonde schouder door scherven plexiglas. Douglas J. Edwards verloor een vinger en een deel van zijn dij. De bemanningsleden die het toestel wisten te verlaten, werden allen, afgezien van piloot John E. Thomas, al snel krijgsgevangenen gemaakt en afgevoerd naar verschillende krijgsgevangenenkampen.

Piloot John E. Thomas landde net buiten Coevorden en werd daar door een familie opgevangen. De heer des huizes heette Tom. Tom bracht John E. Thomas voor de nacht onder in de hooischuur van een boer. De volgende morgen werd John E. Thomas gewekt door het geluid van een naderende paarden. Al snel had hij door dat de paarden gevolgd werden door twee mannen die het hooi kwamen ophalen. Met het risico door de hooivorken gestoken te worden stond John E. Thomas op en identificeerde zich. Al snel kwam Tom de schuur binnen en begon met de boeren te praten. Na een lang gesprek haalt hij twee fietsen en vertrok hij samen met John E. Thomas.

Na even gefietst te hebben arriveren zij bij een kanaal. Hier werd John E. Thomas geïnstrueerd zich in een schuit te verstoppen. Na ook hier een dag ondergedoken te hebben vertrekken de twee mannen wederom per fiets. Ditmaal naar het centrum van Coevorden. Eenmaal hier wees Tom het ziekenhuis aan John E. Thomas en zei dat hij zich hier over moest geven. “Je bent dan misschien een gevangene, maar je bent tenminste in leven. Zelfs na jaren ben je in leven. Daarentegen als je hier blijft worden wij allen doodgeschoten.” Zei Tom.

John E. Thomas liep naar binnen en werd opgevangen door de zusters. Niet veel later kwam er een politieagent die bij hem op het bed ging zitten. Omdat deze politieagent geen Engels sprak, haalde hij zijn handwapen tevoorschijn en begon deze uit elkaar te halen, als blijk van vertrouwen. Niet veel later arriveerden ook een paar Duitse soldaten. Zij namen hem mee naar het ziekenhuis te Leeuwarden. Hier lag John E. Thomas samen met vier anderen op een kamer, waaronder een Nieuw-Zeelander. John E. Thomas kreeg hier een brief overhandigd waar hij een boodschap op kon schrijven voor zijn ouders. Deze brief arriveerde vlak na het bericht dat John E. Thomas vermist was. Een tijdje later werd hij vervoerd naar een krijgsgevangenkamp, Dulag Luft, in Frankfurt en vervolgens Stalag Luft 6 Heydekrug.

De andere vier bemanningsleden die het toestel wisten te verlaten kwamen allen over de grens in Duitsland neer. Ook zij werden afgevoerd naar een krijgsgevangenenkamp, namelijk Stalag 4 Muhlberg.

Laten we de herinnering levendig houden aan wat Warrant Officer John Edwin ‘Jack’ Thomas (DFC), Sergeant John Joel ‘Johnny’ Robshaw, Sergeant William George ‘Bill’ Bell, Sergeant Edward Morgan Lloyd ‘Eddie’ Davies, Sergeant Douglas James Edwards, Sergeant Wilfred ‘Bill’ O’Malley en Sergeant Arthur Victor ‘Vic’ Collins (DFM) voor onze vrijheid deden.

John E. Thomas

Piloot

POW/WIA

John J. Robshaw

Boordwerktuigkundige

POW

William G. Bell

Navigator

POW

Edward M.L. Davies

Radiotelegrafist

POW

Douglas J. Edwards

Bommenrichter

POW/WIA

Wilfred O’Malley

Staartschutter

KIA

Arthur V. Collins

Rugkoepelschutter

KIA

Beide schutters van Lancaster DV247 AS-F zijn begraven te Reichswald Forest War Cementery, Kleve.

Rust in vrede.

De graven van de bemanningsleden

Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan

Dit Lost Wings bord is mogelijk gemaakt door de Eems Dollard Regio (EDR).

Leave Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

NederlandsEnglishDeutsch