Rond 9 uur ‘s morgens, op 10 februari 1944, stijgen honderden bommenwerpers van het type B-17 Flying Fortress en B-24 Liberator op van Engelse vliegvelden en formeren zich boven de Noordzee. De formatie volgde een route over het zuiden van het IJsselmeer, om dan via Zwolle en Almelo ter hoogte van Lingen Duitsland binnen te vliegen. Rond het middaguur wordt Braunschweig gebombardeerd, waarna de hele luchtvloot weer via Nederland westwaarts naar Engeland vliegt.

Om 12:20 uur stijgen de 25 Focke-Wulf FW-190 jagers van het 3. Staffel I./JG 11 op van vliegveld Rheine. Zij waren ‘s ochtends onderweg naar het gebied om de bommenwerpers te onderscheppen, maar ze waren te laat. Ze besloten te landen op vliegveld Rheine en werden daar opnieuw afgetankt. Vervolgens namen deze toestellen de terugkerende bommenwerpers van de 388th Bomb Group onder vuur. Dit gebeurde rond 12:45 uur in het gebied boven Meppen en Lingen.

Boven het Nederlandse grensgebied werd de Amerikaanse jager-escorte van de bommenwerpers afgelost door een nieuwe groep jagers. Hierdoor waren de Duitse jagers op dat moment sterk in de minderheid. Hoewel er die dag meerdere vliegtuigen neerstortten, zagen bewoners specifiek dit toestel met hoge snelheid al brandend neerstorten in het veen. Het toestel sloeg een diepe krater die zich binnen enkele minuten vulde met water. De identiteit van de piloot was onbekend. Men zag geen parachute en het wrak was onbereikbaar.

In de jaren 60 probeerden lokale ijzerhandelaren tevergeefs het wrak te bergen. Ze vonden echter een tas met papieren, foto’s en een toilettasje. De persoonlijke eigendommen zijn naar het Rode Kruis gestuurd, maar zijn daar verloren geraakt. Namen werden niet genoteerd en het spoor naar de identiteit van de piloot liep hier dood.

Artikel uit de Emmer Courant over de gevonden resten

Een recentelijk veldonderzoek van Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe, in samenwerking met Staatsbosbeheer, leverde enkel indirecte bewijzen op. Munitieresten, kleine wrakstukken en gevonden delen met verfresten, bevestigden wel dat het om de crash van een Focke Wulf FW-190 ging. Uit Duitse archieven bleek dat het lichaam van de piloot, net over de grens in Duitsland moet zijn geborgen. Van de betrokken Jagdgeschwader (JG 11) crashten twee toestellen in deze omgeving. De Duitse piloot sprong boven het Ruhlerveld uit het toestel en overleefde de sprong niet. Het toestel vloog onbemand bij Weiteveen tegen de grond.

De laatste twijfel over wie de piloot van dit toestel was, werd weggenomen bij een bezoek van Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe aan de Duitse Vermisstensuchgruppe Ikarus te Bramsche. Daar werd na het bewerken van de foto uit 1951 en het vergelijken met andere foto’s duidelijk zichtbaar dat het hier Feldwebel Alfred Gaedicke betrof.

Laten we de herinnering levendig houden aan wat Feldwebel Alfred Gaedicke gedaan heeft voor zijn vaderland.

Alfred Gaedicke

Piloot

KIA

De piloot van Focke-Wulf FW-190A-7 Wnr. 430165, Feldwebel Alfred Gaedicke, ligt begraven te Oranienburg, Berlijn.

Rust in vrede.

Het graf van Alfred Gaedicke

Heeft u meer informatie over deze crash? Lever het aan!